8.2 Omgaan met opvoedingssituaties in bijzondere contexten Les 1

8.2 Omgaan met opvoedingssituaties in bijzondere contexten
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
PedagogieSecundair onderwijs

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

8.2 Omgaan met opvoedingssituaties in bijzondere contexten

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fysieke ontwikkeling
Cognitieve ontwikkeling
Socio-emotionele ontwikkeling
Sociale ontwikkeling
emotionele ontwikkeling
denkontwikkeling
morele ontwikkeling
seksuele ontwikkeling
lichamelijke ontwikkeling
sensorische ontwikkeling
motorische ontwikkeling

Slide 2 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Geef een voorbeeld van persoongebonden factoren die de ontwikkeling kunnen beïnvloeden.

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Geef een voorbeeld van een omgevingsfactor die de ontwikkeling kan beïnvloeden.

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Is een handicap een voorbeeld van persoongebonden factor en omgevingsgebonden factor?
A
niet-gebonden
B
individueel
C
persoonsgebonden
D
omgevingsgebonden

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Is opgroeien in een Joods gezin een voorbeeld van een persoonsgebonden factor of omgevingsgebonden factor?
A
persoonsgebonden
B
omgevingsgebonden

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
  • Ik bedenk factoren die de ontwikkeling kunnen beïnvloeden
  • Ik weet wat dat factoren die de ontwikkeling negatief beïnvloeden 'risicofactoren' zijn.
  • Ik weet dat factoren die de ontwikkeling positief beïnvloeden 'beschermende' factoren zijn.
  • Ik weet wat een fysieke handicap is, dat het uit 3 categorieën bestaat.
  • Ik weet wat de invloed van een fysieke handicap op de zorgvrager is.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Definitie handicap

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

8.2.1 Fysieke handicap pp 273-274
Wat is een fysieke handicap?
Welke 3 grote categorieën bestaan er?
Welke invloed kan dit hebben op de zorgvrager?

Slide 9 - Tekstslide

1) Neurologische aandoeningen
2) Spierziekten
3) Skeletaandoeningen
Wat is een fysieke handicap?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke drie categorieën bestaan er?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor invloed kan een fysieke handicap hebben op de zorgvrager?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb ik vandaag geleerd?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies