(havo/vwo3) H2 rotterdam: vernieuwing van het stadscentrum paragraaf 1 deel1

Planning:
Introductie
Uitleg: paragraaf 1 H2 blz.24/25 binnenstad + B164,B166
maken opdracht 1 t/m 4 paragraaf 1 blz. 23/34
nabespreken paragraaf 1
afsluiting
Aan het einde van de les kan/weet je:
  • hoe de stadsdriehoek van Rotterdam ontstond
  • welke kenmerken de twee perioden van stedelijke vernieuwing in de historische binnenstad hebben
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Planning:
Introductie
Uitleg: paragraaf 1 H2 blz.24/25 binnenstad + B164,B166
maken opdracht 1 t/m 4 paragraaf 1 blz. 23/34
nabespreken paragraaf 1
afsluiting
Aan het einde van de les kan/weet je:
  • hoe de stadsdriehoek van Rotterdam ontstond
  • welke kenmerken de twee perioden van stedelijke vernieuwing in de historische binnenstad hebben

Slide 1 - Tekstslide

0

Slide 2 - Video

In de volgende dia krijg je een filmpje te zien over Rotterdam, hierbij staan er een aantal vragen centraal bij het bekijken van dit filmpje:
  1. Hoe zag het stadscentrum van Rotterdam er vroeger uit?
  2. Hoe ziet het stadscentrum er tegenwoordig uit?
  3. Wat heeft ervoor gezorgd dat Rotterdam de stad heeft kunnen opbouwen zoals het nu is?
  4. Welke invloed geeft de Markthal aan een bezoeker?

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

In de volgende dia krijg je een filmpje te zien over Rotterdam, hierbij staan er een aantal vragen centraal bij het bekijken van dit filmpje:
  1. Hoe zag het stadscentrum van Rotterdam er vroeger uit?
  2. Hoe ziet het stadscentrum er tegenwoordig uit?
  3. Wat heeft ervoor gezorgd dat Rotterdam de stad heeft kunnen opbouwen zoals het nu is?
  4. Welke invloed geeft de Markthal aan een bezoeker?

Slide 5 - Tekstslide

uitleg/aantekeningen

Slide 6 - Tekstslide

Model van een stad
(Europees model)
  • Oudste deel = historische binnenstad (1e ring)
  • Stadscentrum (ook wel centrale zakenwijk, CBD) -->  hier vind je kantoren-, winkel en uitgaansgelegenheid. (2e ring)
  • Toen de industrie werden er veel 19e eeuwse woonwijken (arbeiderswijken - stadswijken voor WO2(voor 1940)) gebouwd aan de rand van het stadscentrum. (3e ring)
  • Aan de rand van de stad liggen de moderne/nieuwe woonwijken(in de V.S. kennen we die als suburbs). Buiten het stadscentrum is daar meer ruimte voor. (4e ring)

  1. Historische binnenstad
  2. Stadscentrum (centrale zakenwijk, CBD)
  3. 19e eeuwse woonwijken (arbeiderswijken)
  4. Moderne woonwijken(naoorlogse wijken)

Slide 7 - Tekstslide

Hoe ziet het stadsmodel er in Rotterdam uit?
1e ring
2e ring
3e ring
Dus Afrikaanderwijk is een voorbeeld van een wijk voor WO2

Slide 8 - Tekstslide

Binnenstad Rotterdam:
  • In de binnenstad ontstonden de eerste havens (vormden samen Stadsdriehoek (wijk in Rotterdam ))
  • Na 1870 werd Rotterdam belangrijkste aan- en afvoerhaven voor industriegebieden (net als het Ruhrgebied)
  • Als gevolg hiervan kwamen veel mensen naar Rotterdam om te gaan werken, voor deze mensen moesten er ook woningen komen. Deze werden aangelegd en zijn de eerste echte arbeiderswoningen in Rotterdam.
  • Deze woningen werden gebouwd vanuit het economisch belang voor de haven (arbeiders hoeven niet meer op en neer voor hun werk.
  • Typische kenmerken: Slechte leefomstandigheden, kleine huizen, rijtjeshuizen met weinig voorzieningen
Oorzaak
Gevolg

Slide 9 - Tekstslide

Na WO2 ~ Stedelijke Vernieuwing
Stedelijke vernieuwing = vernieuwen van de stedelijke leefomgeving zodat de leefbaarheid verbeterd.

Dit kent 2 fases:
  1. Fase vlak na de oorlog(1945-1980) --> doel was voornamelijk snel heropbouwen en herinrichten binnenstad (daarmee ontstond er een centrale zakenwijk in de binnenstad en is er geen echte historische binnenstad);
  2. Fase na 1980 --> doel was aantrekkelijkheid voor wonen, werken en vrije tijd te verbeteren

Slide 10 - Tekstslide

Fase voor 1980:
Fase na 1980:
Doel: aantrekkelijkheid wonen, werken, vrije tijd
(uitbreiding stadscentrum)
Verschillende aanpassingen:
1. Meer (moderne) hoogbouw
2. Woningen in het stadscentrum(zodat er buiten kantooruren ook mensen in het stadscentrum zijn)
3. Uitbreiding van voorzieningen

Hierdoor kregen we te maken met cityvorming. (Het verdringen van de woonfunctie door kantoren en winkels)
We kregen hierdoor een echte centrale zakenwijk.


Doel:  snel heropbouwen en herinrichten
Dit gebeurde door: 
  1. Renoveren: opknappen van oude woningen aan de wensen van nieuwe woonwensen
  2. Saneren: slopen van oude niet goede onderdelen (die vaak in slechte staat functioneren)
Oftewel sloop en nieuwbouw (het moest op een snellere manier)





Slide 11 - Tekstslide

Sectoren, hoe zat het ook alweer?
Primair
Levert grondstoffen en voedsel (bijvoorbeeld landbouw, mijnbouw)
Secundair
Industrie (verwerking van de grondstoffen uit de primaire sector)
Tertiair
Goederen en diensten aanbieden met als doel winst te maken 

Slide 12 - Tekstslide

Quartaire sector
Niet-commerciële dienstverlening, is niet uit op winst

Slide 13 - Tekstslide

Compacte stad-beleid
  • De steden groeien en daarbij groeit de bevolking ook. Deze groeiende bevolking moeten we kunnen huisvesten. Door suburbanisatie is er ruimte in de stad vrijgekomen. Hierdoor worden oude fabrieken, bedrijventerreinen omgebouwd tot nieuwe woonwijken. Deze woonwijken worden zodanig gebouwd dat ze tegen de bestaande stadscentrum aan worden gebouwd. Het beleid dat gaat over meer bouwen tegen de stad aan heet het  compacte stad-beleid.

Slide 14 - Tekstslide

Compacte stad-beleid
  • De steden groeien en bevolking groeit.
  • Meer huizen zijn nodig.
  • Eerst suburbanisatie. Buiten de stad meer ruimte en het is goedkoper.
  • Daarna: binnenstad wordt leger. mensen aan trekken door oude fabrieken, bedrijventerreinen om te bouwen tot nieuwe woonwijken.
  • Deze woonwijken zijn dicht tegen het bestaande stadscentrum aan  gebouwd.

Slide 15 - Tekstslide

zelfstandig werken
lezen paragraaf 1 H2 binnenstad + B164, B166
maken opdracht 1 t/m 4 paragraaf 1 H2
gebruik hierbij:
  • tekstboek blz. 24/25
  • werkboek blz. 23/24
stoplicht: Rood = stil lezen en werken. Oranje = fluisteren als je wilt overleggen. Groen = normaal praat niveau met werken
timer
5:00

Slide 16 - Tekstslide

Herhalen/nabespreken

Slide 17 - Tekstslide

Voor 1980
Na 1980
Saneren
Sloop en nieuwbouw
Betere voorzieningen
Aantrekkelijkheid stadscentrum
Cityvorming
Herinrichting en opbouw

Slide 18 - Sleepvraag


A
Primaire sector
B
Secundaire sector
C
Tertiaire sector
D
Quartaire sector

Slide 19 - Quizvraag


A
Primaire sector
B
Secundaire sector
C
Tertiaire sector
D
Quartaire sector

Slide 20 - Quizvraag


A
Secundaire sector
B
Quartaire sector
C
Tertiaire sector
D
Primaire sector

Slide 21 - Quizvraag

In welke sector denk je dat de meeste Nederlanders werken?

A
Primaire sector
B
Secundaire sector
C
Tertiaire sector
D
Quartaire sector

Slide 22 - Quizvraag