AFP 1.2.11

Anatomie, Fysiologie en Pathologie 


Les 14
Leerjaar 1
Periode 2
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Anatomie, Fysiologie en Pathologie 


Les 14
Leerjaar 1
Periode 2

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesindeling
  1. Welkom + Rapid (5 min.)
  2. Vorige les (5 min.)
  3. Vervolg theorie Angina Pectoris (20 min.)
  4. Uitleg risicofactoren en CVRM (5 min.)
  5. Zelf aan de slag (15 min.)
  6. Uitleg CVRM risicomanagement (20 min.)
  7. Zelf aan de slag (15 min.)
  8. Afsluiten en huiswerk (5 min.)

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorige les
Wat bedoelen we met Angina pectoris?

Welke twee soorten Angina pectoris zijn er en wat is het verschil tussen deze twee?

Wat zijn de symptomen van Angina pectoris?

Wat zijn de behandelmogelijkheden bij Angina pectoris?

Slide 3 - Tekstslide

Diastole: onderdruk, rustfase van het hart
Systole: bovendruk, moment dat de druk het hoogst is. 
We spreken van hypertensie als de systolische waarde hoger is dan 140mmHg of de diastolische waarde hoger is dan 90mmHg.
Lesdoelen
Aan het eind van de les kan je
  1. De verschillende termen die te maken hebben met het begrip hart- en vaatziekten uitleggen
  2. De meest voorkomende hart- en vaatziekten benoemen en uitleggen wat het ziektebeeld inhoudt, onderzoeken die helpen de diagnose vast te stellen en wat de verschillende therapiemogelijkheden zijn


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Hier inplakken van dia's die we nog niet gehad hebben op dinsdag

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nog één keertje dan!


Wat zijn de risicofactoren voor atherosclerose?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Onthoud: 1 + 1 = 3

Slide 7 - Tekstslide

Hoe meer risicofactoren iemand heeft des te groter is de kans op vroegtijdig arteriosclerose. Voor mensen die geen enkele risicofactor hebben is de kans op bijv. een hartinfarct op jonge leeftijd zeer klein. Naarmate iemand meer risicofactoren verzamelt, stijgt de kans met elke risicofactor sneller.
Het risico bij meer gelijktijdig aanwezige risicofactoren is groter dan je zou optellen. 1 + 1 = 3 ipv 2
Opdracht 1
  1. Lees hst 2.3 uit boek Eigen spreekuur en chronische ziekten  en beantwoord de volgende vragen: 
  2. Waar staat CVRM voor en wat wordt er mee bedoeld?
  3. Wat wordt bedoeld met een risicoprofiel?
  4. Wat zijn de risicofactoren van hart- en vaatziekten?
  5. Waarom behoren mensen met RA en DM tot risicopatiënten?
  6. Door wie wordt het CVRM gebruikt?
  7. Waar vind je de tabel?


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

CVRM
CVRM: Cardiovasculair Risicomanagement
  • Diagnostiek, behandeling, begeleiding en controle van patiënten met een risico op hart- en vaatziekten

Slide 9 - Tekstslide

Atherosclerose is een belangrijke veroorzaker van cardiovasculaire aandoeningen; door de risicofactoren van atherosclerose te behandelen kunnen cardiovasculaire aandoeningen deels worden voorkomen en/of worden vertraagd.

Identificatie, diagnostiek, behandeling en follow-up vormen de belangrijkste pijlers van cardiovasculair risicomanagement.

Evenals leefstijladvisering en begeleiding bij patiënten met een verhoogd risico op ziekte of sterfte door hart- en vaatziekten.
Risicomanagement
Wanneer wordt het risicoprofiel vastgesteld:
  • Na doorgemaakte HVZ
  • Bij DM, RA en chronische nierschade
  • Verhoogd erfelijk risico
  • Verhoogde systolische bloeddruk (>140 mmHg)
  • Verhoogd cholesterol (>6.5 totaal)
  • Rokers > 50 jaar

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld
Jan de Vries is 50 jaar. Hij rookt 15 sigaretten per dag. Zijn bloeddruk is 140/85 mmHg. Zijn vader kreeg een hartinfarct op 76-jarige leeftijd. Verder zijn geen familieleden bekend met hart- en vaatziekten. Jan is verder goed gezond, geen DM of andere chronische ziekten. Zijn gewicht is 79 kg bij een lengte van 1.86. Hij fietst elke dag een half uur naar zijn werk en terug. 

Zijn laboratoriumbriefje laat o.a. de volgende uitslag zien: 
  • Totaal cholesterol 5.5 mmol/L
  •  HDL-cholesterol: 0.9 mmol/L

Slide 11 - Tekstslide

Welke informatie is belangrijk voor de risicofactoren?

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld
Jan de Vries is 50 jaar. Hij rookt 15 sigaretten per dag. Zijn bloeddruk is 140/85 mmHg. Zijn vader kreeg een hartinfarct op 76-jarige leeftijd. Verder zijn geen familieleden bekend met hart- en vaatziekten. Jan is verder goed gezond, geen DM of andere chronische ziekten. Zijn gewicht is 79 kg bij een lengte van 1.86 m. Hij fietst elke dag een half uur naar zijn werk en terug. 

Zijn laboratoriumbriefje laat o.a. de volgende uitslag zien: 
  • Totaal cholesterol 5.5 mmol/L
  •  HDL-cholesterol: 0.9 mmol/L

Slide 13 - Tekstslide

Onderstreepte info is belangrijk voor risicofactoren

Slide 14 - Tekstslide

Hoe lees je deze tabel?
Rol van DA bij CVRM
  • Afnemen van anamnese
  • Laboratoriumaanvragen
  • Meten van glucose, bloeddruk, lengte en gewicht
  • Adviezen geven beweging, alcohol en voeding
  • Begeleiding stoppen met roken
  • Monitoren therapietrouwheid en medicatie

Slide 15 - Tekstslide

Anamnese: roken, erfelijkheid, bewegen, alcohol, voeding, stress

Laboratorium: creatinine (nieren), totaal cholesterol, LDL cholesterol

Zelf aan de slag
Ga nu zelf oefenen met de CVRM risicotabel

Begin met opdracht 1. Deze kijken we gezamenlijk na. 

Pas daarna starten met opdracht 2 en 3.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Opdracht 2 en 3 van 'Oefenen met CVRM en risicotabel' af.

Boek Geneesmiddelenkennis mee

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies