Les 05 - Formuleren hoofdstuk 5

Foutieve samentrekkingen 
en onjuiste inversie

Formuleren hoofdstuk 5
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Foutieve samentrekkingen 
en onjuiste inversie

Formuleren hoofdstuk 5

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Als het goed is, weet je aan het eind van deze les: 
-  waar je op moet letten om te constateren of een samentrekking juist is of niet; 
- hoe je een foutieve samentrekking kunt verbeteren. 

Slide 2 - Tekstslide

De samentrekking
Om een tekst vlotter te laten verlopen, kun je soms delen van woorden, woorden of zinsdelen weglaten. Als je dit doet, is er sprake van een samentrekking. 

Slide 3 - Tekstslide

Voorwaarden voor samentrekking
Om een deel van een woord, woord of zinsdeel weg te mogen laten, moet aan een aantal vereisten voldaan worden. Om een woord weg te mogen laten, moeten: 

- beide woorden moeten dezelfde functie hebben; 
- beide woorden dezelfde betekenis hebben; 
- beide woorden in hetzelfde getal staan. 

Als aan deze drie voorwaarden is voldaan, mag je een deel van een woord, een woord  of een zinsdeel weglaten. 

Slide 4 - Tekstslide

Hoe verbeteren we foutieve samentrekkingen?
- Noteer eerst de woorden die in het tweede deel van de zin zijn weggelaten. 
- Bepaal welke functie, welk getal en welke betekenis het 'overgebleven' zinsdeel heeft.
- Bepaal welke functie, welk getal en welke betekenis het weggelaten zinsdeel heeft.
- Stel vast of de samentrekking correct is of fout (komen functie, betekenis en getal overeen?)

Wanneer een weggelaten zinsdeel niet aan alle drie de voorwaarden voldoet, moet het zinsdeel alsnog in het tweede deel van de zin komen te staan. 

Slide 5 - Tekstslide

Piet is een natuurliefhebber en dan ook vaak in het bos.
A
Juist
B
Onjuist, functie komt niet overeen
C
Onjuist, getal komt niet overeen
D
Onjuist, betekenis komt niet overeen

Slide 6 - Quizvraag

Wij ontvingen de brief, maar had lang op zich laten wachten
A
Juist
B
Onjuist, functie komt niet overeen
C
Onjuist, getal komt niet overeen
D
Onjuist, betekenis komt niet overeen

Slide 7 - Quizvraag

De clown trok zijn kleren uit en zich niets van zijn publiek aan.
A
Juist
B
Onjuist, functie komt niet overeen
C
Onjuist, getal komt niet overeen
D
Onjuist, betekenis komt niet overeen

Slide 8 - Quizvraag

In onze straat wordt een verkeersdrempel aangelegd en huizen gebouwd.
A
Juist
B
Onjuist, functie komt niet overeen
C
Onjuist, getal komt niet overeen
D
Onjuist, betekenis komt niet overeen

Slide 9 - Quizvraag

Onjuiste inversie
Als het onderwerp in een zin achter de persoonsvorm staat, is er sprake van inversie. 

Vooral als we te maken hebben met samengesteld zinnen, wordt er in het tweede gedeelte nogal eens onjuiste inversie werd toegepast. 

Slide 10 - Tekstslide

Zaterdag pikken we vaak een terrasje, maar was ik vanmiddag verhinderd.
A
Juiste inversie
B
Onjuiste inversie

Slide 11 - Quizvraag

Als iedereen morgen op tijd is, vertrekken we om 9:30 uur.
A
Juiste inversie
B
Onjuiste inversie

Slide 12 - Quizvraag

De eerste keer is het drankje niet zo lekker, maar merk je na een paar keer dat de smaak went.
A
Juiste inversie
B
Onjuiste inversie

Slide 13 - Quizvraag

Het concert bleek uitverkocht en gingen we dus weer naar huis.
A
Juiste inversie
B
Onjuiste inversie

Slide 14 - Quizvraag

Aan de slag
We gaan nu aan het werk! Maak opdracht 2 en 3 van formuleren hoofdstuk 5 op pagina 213 en 214 van je boek. 

Slide 15 - Tekstslide