Voorbereiding op toets: Kleur

BEELDASPECT 
Lijn Punt Vorm en Kleur
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1,2

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

BEELDASPECT 
Lijn Punt Vorm en Kleur

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BEELDASPECT KLEUR

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke van deze begrippen ken je al?
Ken ik al
Wat was het ook alweer?
Verdonkeren
Warm koud contrast
Onverzadigde kleuren
Verhelderen
Primaire kleuren
Plasticiteit
Complementair contrast
Secundaire kleuren
Verzadigde kleuren
Kleur tegen kleur contrast
Tertiaire kleuren
Schaduw

Slide 3 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke van deze begrippen ken je al?
Ken ik al
Wat was het ook alweer?
Geometirsche vormen
Warm koud contrast
Onverzadigde kleuren
Arceren
Primaire kleuren
Koude kleuren
Secundaire kleuren
Verzadigde kleuren
Warme kleuren
Tertiaire kleuren
Organische vormen

Slide 4 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

primair
Secundair
Tertiair

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Paars is een
A
Primaire kleur
B
Secundaire kleur
C
Tertiaire kleur
D
Koude kleur

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rood is een
A
Tertiaire kleur
B
Warme kleur
C
Primaire kleur
D
Secundaire kleur

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oranje is een
A
Secundaire kleur
B
Koude kleur
C
Tertiaire kleur
D
Primaire kleur

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als we het hebben over 'lijnsoort' dan hebben we het over
A
hoe dik een lijn is getekend
B
of de lijn recht is of krom of golvend enz.
C
hoeveel druk er is gezet met het zetten van de lijn
D
wat het effect is

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bekijk de arceringen goed

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke arcering zag je het meest?


Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je weten?

kleurencirkel
primaire kleuren
secundaire kleuren
tertiaire kleuren
verzadigde kleuren
onverzadigde Kleuren


optische kleurmenging
2d en 3d vormen
contourlijn
pointillisme
arceren


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je weten?

*kleurencirkel
primaire kleuren
secundaire kleuren
tertiaire kleuren
*verzadigde/zuivere kleuren
*Onverzadigde/onzuivere  kleuren

*kleurcontrasten
kleurfamilie
*kleurgebruik
kleurhelderheid
kleurmenging
kleurverloop
optische kleurmenging

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Primair
- Geel, Blauw en Rood
- De kleuren die je niet kan maken door andere kleuren te mengen.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Secundair
- Oranje, Groen en Paars
- De kleuren die je krijgt als je gelijke hoeveelheden van 2 primaire kleuren met elkaar mengt. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tertiair
- Een primaire en secundaire kleur met elkaar gemengd.
De kleuren met de namen erin zijn  Tertiaire kleuren

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kleurcontrast

- Verschillende kleurcontrasten hebben verschillende effecten op een kunstwerk

* Contrast = tegenstelling

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

complementair- kleurcontrast
Kleuren die in de kleurcirkel tegenover elkaar staan versterken elkaar. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warm-koud ?
 Wanneer je een warme kleur naast een koude kleur plaatst, heb je een kleurcontrast. 
Warm= rood, geel, oranje.
Koud = blauw, blauwachtig.

Koude kleuren wijken (gaan van je af) warme kleuren komen naar je toe

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toonovergang 
Mengen met wit = verhelderen (a). Mengen met zwart = verdonkeren (b).

Slide 22 - Tekstslide

In een toonovergang meng je een kleur (geleidelijk) met wit of zwart. Mengen met wit = verhelderen (a). Mengen met zwart = verdonkeren (b).
Dit kan bijvoorbeeld met verf, krijt, of kleurpotlood.
Kleur tegen kleurcontrast
Dit contrast is het sterkst wanneer je felle, pure kleurvlakken tegen elkaar aan zet, zonder omtreklijnen.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Licht-donker contrast
  • het verschil tussen lichte en donkere kleuren  
  • wit -zwart is het grootste contrast 
  • je maakt kleuren donkerder of lichter door het bijmengen van zwart of wit

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je het als je mengt met wit?
A
Verhelderen
B
Warm-koud contrast
C
Verdonkeren

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je het als je mengt met zwart?
A
Verhelderen
B
Warm-koud contrast
C
Verdonkeren
D
Optisch mengen

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verzadigde kleuren zijn kleuren die die gemengd zijn met wit of zwart.
Waar of niet waar?

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Verzadigde kleuren (zuivere)

  • Ze zijn puur, ongemengd.  
  • Dus niet gemengd met wit, zwart of grijs.
  • Ze zijn fel en helder. 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onverzadigde kleuren 

  • Kleuren die gemengd zijn met wit, zwart of  andere   onzuivere kleuren of grijs.
  • Daardoor is de kleurkracht afgenomen.
  • De onverzadigde of onzuivere kleuren staan niet in de kleurencirkel.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toonovergang 
Mengen met wit = verhelderen (a). Mengen met zwart = verdonkeren (b).

Tekst

Slide 30 - Tekstslide

In een toonovergang meng je een kleur (geleidelijk) met wit of zwart. Mengen met wit = verhelderen (a). Mengen met zwart = verdonkeren (b).
Dit kan bijvoorbeeld met verf, krijt, of kleurpotlood.
Wanneer we een kleur verhelderen of verdonkeren krijgen we
A
Verzadigde kleuren
B
Onverzadigde kleuren
C
Primaire kleuren
D
Tertiaire kleuren.

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verzadigde kleuren
onverzadigde kleuren
Verzadigde kleuren
Onverzadigde kleuren

Slide 32 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de woorden naar 
het juiste plaatje. Let op kijk naar wat het meest van toepassing is.
verzadigde kleuren
onverzadigde kleuren

Slide 33 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Plasticiteit​ zie je door licht- en schaduwwerking en textuur kan de plasticiteit extra vergroten
anders gezegd: je ziet dat iets ruimte inneemt!​

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schaduwplekken ontstaan omdat er weinig of geen licht op die plekken valt. Er worden verschillende soorten schaduw onderscheiden:

eigen schaduw

slagschaduw

kernschaduw 
 
Glimlicht 




Schaduwsoorten

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plasticiteit, plastisch
Suggestie van ruimtelijkheid in een plat vlak, zoals in een schilderij. Plasticiteit in een voorstelling wordt vooral verkregen door het gebruik van eigen schaduw, slagschaduw en belichte plekken (glimlichten). Ook verloop in kleur van licht naar donker maakt vormen in een schilderij plastisch.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Organische Vorm

Plantaardige, dierlijke of menselijke vormen. De vormen lijken op natuurlijk wijze te zijn gegroeid. Ze zijn rond, vloeiend en grillig.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geometrische vorm

Hoekige en rechte vormen. Gemaakt met behulp van een liniaal en een passer. Denk aan de basisvormen die je hebt geleerd bij wiskunde.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

RUIMTELIJKE GEOMETRISCHE VORMEN

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor soort vorm heeft deze vlinder?
A
Organische vorm
B
Geometrische vorm

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dit beeld heeft voornamelijk..?
A
Organische vormen
B
Geometrische vormen

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dit werk valt onder het:
A
Impressionisme
B
Realisme
C
Post-impressionisme
D
Pointillisme

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het Pointillisme
Ontwikkelde schilderstijl door Georges Seurat. 

Schilderen met puntjes, niet gemengde, verf
De ogen mengen de kleuren op afstand: optische kleurmenging. 

Doel: geen grauwe kleuren. 

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

punten
Door punten aan elkaar te verbinden ontstaan er lijnen. Maar door heel veel punten naast elkaar te zetten in verschillende kleuren mengen je ogen dit automatisch. Deze schilderstijl heet ook wel 

Pointillisme 

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tip..... Oefen het tekenen van een kubus en het arceren van lichte en donkere vlakken....

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies