Extra: actieve en passieve zinnen

Actieve en passieve zinnen
Extra bundel
1 / 54
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 54 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Actieve en passieve zinnen
Extra bundel

Slide 1 - Tekstslide

Journalist neergeschoten!
Klimaat bedreigd!
Kabinet gevallen!
Bos gekapt!

Slide 2 - Tekstslide

Journalist neergeschoten!
Klimaat bedreigd!
Kabinet gevallen!
Bos gekapt!

Headliners zijn meestal kort en prikkelend.

Slide 3 - Tekstslide

Journalist neergeschoten!
Klimaat bedreigd!
Kabinet gevallen!
Bos gekapt!

Headliners zijn meestal kort en prikkelend.
Afgekort!

Slide 4 - Tekstslide

Vorm is hetzelfde
Journalist neergeschoten!
Klimaat bedreigd!
Kabinet gevallen!
Bos gekapt!

Slide 5 - Tekstslide

Vorm is hetzelfde
Journalist neergeschoten!
Klimaat bedreigd!
Kabinet gevallen!
Bos gekapt!

Slide 6 - Tekstslide

Vorm is hetzelfde
Journalist neergeschoten!
Klimaat bedreigd!
Kabinet gevallen!
Bos gekapt!

zelfstandig naamwoord
voltooid deelwoord

Slide 7 - Tekstslide

Vul aan met een persoonsvorm
Journalist ... neergeschoten!
Klimaat ... bedreigd!
Kabinet ... gevallen!
Bos ... gekapt!

Slide 8 - Tekstslide

Vul aan met een persoonsvorm
Journalist is neergeschoten!
Klimaat wordt bedreigd!
Kabinet is gevallen!
Bos is gekapt!

Wat is het verschil?

Slide 9 - Tekstslide

Klimaat wordt bedreigd!

Een voltooid deelwoord maar geen verleden tijd!

Slide 10 - Tekstslide

In de tegenwoordige tijd
Iemand schiet de journalist neer.
Iets bedreigt het klimaat.
Het kabinet valt.
Iemand kapt het bos.

Wat is het verschil?

Slide 11 - Tekstslide

Passieve zinnen!
Journalist neergeschoten!
Iemand schiet iemand neer.
Klimaat bedreigd!
Iets bedreigt iets.
Bos gekapt!
Iemand kapt iets.

Slide 12 - Tekstslide

Passieve zinnen!
Journalist neergeschoten!
Iemand schiet iemand neer.
Klimaat bedreigd!
Iets bedreigt iets.
Bos gekapt!
Iemand kapt iets.

Oorspronkelijk onderwerp weggelaten

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

actieve zinnen

het onderwerp is relevant en moet aandacht krijgen
passieve zinnen

het onderwerp is niet relevant of onbekend
Oorspronkelijk onderwerp weggelaten

Slide 16 - Tekstslide

passieve zinnen
- De uitvoerder onbelangrijk of onbekend is
Bijvoorbeeld: "Er wordt hard gewerkt aan de oplossing."
- De nadruk te leggen op andere zinsdelen
Bijvoorbeeld: "Dit boek wordt veel gelezen." (de focus ligt op het boek, niet op wie het leest).
- Formeler of objectiever te klinken – In wetenschappelijke of zakelijke teksten wordt vaak de passieve vorm gebruikt.
.

Slide 17 - Tekstslide

De vrouw is rond 1:30 vermoord.
A
Je weet niet wie iets doet of gedaan heeft.
B
Je vindt het niet belangrijk om te vermelden wie iets doet.
C
Je wil een zin mooi laten aansluiten op de vorige.
D
Je wilt dubbelzinnigheid vermijden.

Slide 18 - Quizvraag

De kerstboom in New York wordt ieder jaar mooi versierd.
A
Je weet niet wie iets doet of gedaan heeft.
B
Je vindt het niet belangrijk om te vermelden wie iets doet.
C
Je wil een zin mooi laten aansluiten op de vorige.
D
Je wilt dubbelzinnigheid vermijden.

Slide 19 - Quizvraag

De man die door de buitenwipper was geslagen, moest een nacht in het ziekenhuis verblijven.
A
Je weet niet wie doet of gedaan heeft.
B
Je vindt het niet belangrijk om te vermelden wie iets doet.
C
Je wil een zin mooi laten aansluiten op de vorige.
D
Je wilt dubbelzinnigheid vermijden.

Slide 20 - Quizvraag

actieve en passieve zinnen
'Ik eet een ijsje.'
actieve zin want het onderwerp (ik) handelt (eet)

'Een ijsje wordt gegeten.'
passieve zin want het onderwerp (ijsje) handelt NIET (eet).
.

Slide 21 - Tekstslide

CLUEDO!
In het kleine kuststadje Miramar vond men op zondagmiddag het lichaam van Emma Duarte, een geliefde bibliothecaresse in de Botanische tuin. De inwoners fluisteren dat er vreemde dingen gebeurden die dag, maar niemand weet precies wat er is voorgevallen.

Slide 22 - Tekstslide

Emma Duarte werd rond 12:30 nog op het strand gezien door een nachtjogger.

A
actief
B
passief

Slide 23 - Quizvraag

Haar telefoon is later door de politie teruggevonden in de bloemenweide.
A
actief
B
passief

Slide 24 - Quizvraag

De inspecteur noteerde meteen alle aanwijzingen die hij bij de Botanische tuin vond.
A
actief
B
passief

Slide 25 - Quizvraag

Een getuige hoorde Emma de avond ervoor met iemand discussiëren.
A
actief
B
passief

Slide 26 - Quizvraag

passieve en actieve zinnen
Zinnen met een werkwoordelijk gezegde kunnen zowel actief als passief zijn. 
  • Nour voert de kinderen naar de voetbalmatch = actieve zin

  • De kinderen worden naar de match gevoerd = passieve zin 

  • De kinderen zijn naar de match gevoerd. = passieve zin 


ond.
ond.
ond.
LV.

Slide 27 - Tekstslide

passieve en actieve zinnen
Wat is het verschil tussen deze twee zinnen?

  • De kinderen worden naar de match gevoerd = passieve zin 

  • De kinderen zijn naar de match gevoerd. = passieve zin 


ond.
ond.

Slide 28 - Tekstslide

passieve en actieve zinnen
Wat is het verschil tussen deze twee zinnen?

  • De kinderen worden naar de match gevoerd = passieve zin 

  • De kinderen zijn naar de match gevoerd. = passieve zin 


ond.
ond.
Actief: Iemand voert de kinderen naar de match.
Actief: Iemand heeft de kinderen naar de match gevoerd.

Slide 29 - Tekstslide

Handelend voorwerp
Nour voert de kinderen naar de voetbalmatch = actieve zin

De kinderen worden / zijn naar de match gevoerd door Nour.


ond.
ond.
LV.
  • Het onderwerp in de actieve zin wordt het handelend voorwerp in de passieve zin: 'door ... '
  • Je gebruik het handelend voorwerp wanneer je het oorspronkelijke onderwerp aandacht wil geven. 

Slide 30 - Tekstslide

Hoe maak je zinnen actief?
Het onderwerp moet de actie doen!

Het vegetarisch menu wordt voorbereid door de chef.

De chef bereidt een vegetarisch menu voor het evenement.


ond.
ond.
LV.
handelend voorwerp

Slide 31 - Tekstslide

passief            actief
1. handelend voorwerp -> onderwerp
2. zijn/worden + voltooid deelwoord -> persoonsvorm
3. onderwerp -> lijdend voorwerp

Slide 32 - Tekstslide

Maak deze in actief

Het touw werd door Hamza netjes opgerold gevonden achter het oude theater van Miramar.
1. handelend voorwerp -> onderwerp
2. zijn/worden + voltooid deelwoord -> persoonsvorm
3. onderwerp -> lijdend voorwerp

Slide 33 - Tekstslide

Maak deze zin actief

Jonas is op het moment van de moord gezien door zijn baas in de bakkerij van Miramar.
1. handelend voorwerp -> onderwerp
2. zijn/worden + voltooid deelwoord -> persoonsvorm
3. onderwerp -> lijdend voorwerp

Slide 34 - Tekstslide

Maak deze zin actief

De gebroken fles is die ochtend gevonden door een vuilnisophaler naast Café El Faro. Er was geen bloed aan te bespeuren.
1. handelend voorwerp -> onderwerp
2. zijn/worden + voltooid deelwoord -> persoonsvorm
3. onderwerp -> lijdend voorwerp

Slide 35 - Tekstslide

Maak deze zin actief

Mauro werd rond het middaguur herkend door een conducteur op de trein naar Hoog-Miramar.
1. handelend voorwerp -> onderwerp
2. zijn/worden + voltooid deelwoord -> persoonsvorm
3. onderwerp -> lijdend voorwerp

Slide 36 - Tekstslide

Hoe maak je zinnen passief?
Een passieve zin heeft altijd een voltooid deelwoord.
(Cfr. een neergeschoten journalist is niet iemand die schiet.)

De onderzoekers analyseren de resultaten van het experiment.


De resultaten van het experiment worden geanalyseerd.

ond.
ond.
LV.

Slide 37 - Tekstslide

Er
Is het onderwerp onbepaald? Gebruik “er” als onderwerp.
  • Is het een onbepaald lidwoord? Zoals “een”.
  • Weet je niet wie de actie uitvoert? Bv. Men, iemand
  • Is het niet van belang wie de actie uitvoert? Ligt de focus op een ander zinsdeel? 

Bv. De postbode bezorgde een pakket.
Er werd een pakket bezorgd.




Slide 38 - Tekstslide

actief         passief
1) Lijdend voorwerp -> onderwerp
2) Bepaald of onbepaald onderwerp? Vervangen door 'er'.
2) persoonsvorm --> worden / zijn toevoegen
3) Handelend voorwerp 'door' - nodig of niet?

Slide 39 - Tekstslide

Maak deze zin passief
Eva bezocht die middag haar oma in het ziekenhuis van Miramar.
1) Lijdend voorwerp --> onderwerp
Je gebruikt "er" wanneer:
   - Het niet van belang is wie de actie uitvoerde (zoals men, iemand).
   - Het onderwerp onbepaald is (een...).
2) persoonsvorm --> worden / zijn toevoegen
3) Handelend voorwerp 'door' - nodig of niet?

Slide 40 - Tekstslide

Maak deze zin passief
Een voorbijganger heeft een grote houten stok in de rivier bij de Miramar‑brug gegooid.
1) Lijdend voorwerp --> onderwerp
Je gebruikt "er" wanneer:
   - Het niet van belang is wie de actie uitvoerde (zoals men, iemand).      
   - Het onderwerp onbepaald is (een...).
2) persoonsvorm --> worden / zijn toevoegen
3) Handelend voorwerp 'door' - nodig of niet?

Slide 41 - Tekstslide

Maak deze zin passief
Jonas heeft een boek teruggebracht in de nachtbibliotheek van Miramar.
1) Lijdend voorwerp -> onderwerp
2) Bepaald of onbepaald onderwerp? Vervangen door 'er'.
2) persoonsvorm --> worden / zijn toevoegen
3) Handelend voorwerp 'door' - nodig of niet?

Slide 42 - Tekstslide

Maak deze zin passief

De parkwachter sloot om 22:00 een hoofdingang van de Botanische Tuin.
1) Lijdend voorwerp -> onderwerp
2) Bepaald of onbepaald onderwerp? Vervangen door 'er'.
2) persoonsvorm --> worden / zijn toevoegen
3) Handelend voorwerp 'door' - nodig of niet?

Slide 43 - Tekstslide

Maak deze zin passief

De politie arresteert Lina en neemt de kandelaar in beslag.
1) Lijdend voorwerp -> onderwerp
2) Bepaald of onbepaald onderwerp? Vervangen door 'er'.
2) persoonsvorm --> worden / zijn toevoegen
3) Handelend voorwerp 'door' - nodig of niet?

Slide 44 - Tekstslide

Smartschool - oefeningen - Les 20 - een opiniestuk
Smartschool - oefeningen - Extra - soorten zinnen - passieve en actieve zinnen
INOEFENEN

Slide 45 - Tekstslide

Herhaling

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Video

De show werd door Bad Bunny geopend.
A
handelend voorwerp
B
geen handelend voorwerp

Slide 48 - Quizvraag

Door het overweldigende lawaai kon het publiek hem even niet horen.
A
handelend voorwerp
B
geen handelend voorwerp

Slide 49 - Quizvraag

Het podium werd door technici in recordtijd opgebouwd.
A
handelend voorwerp
B
geen handelend voorwerp

Slide 50 - Quizvraag

Door een onverwachte stroompanne stopte de muziek heel even.
A
handelend voorwerp
B
geen handelend voorwerp

Slide 51 - Quizvraag

Het handelend voorwerp kan alleen voorkomen in...
A
actieve zinnen
B
passieve zinnen

Slide 52 - Quizvraag

Zinnen omzetten.
Bepaal eerst of de zin actief of passief is. (1pt)
Zet vervolgens om. (2pt)

Slide 53 - Tekstslide

a. De halftime show werd door miljoenen kijkers gevolgd, terwijl Bad Bunny eenheid en liefde benadrukte.


b. De organisatie toonde tijdens de show een reeks Latijns Amerikaanse vlaggen.

 
c. Zijn boodschap van samenhorigheid was vooraf door zijn team voorbereid.


d. Trump heeft scherpe kritiek geuit op zijn optreden via zijn eigen platform.


e. De lichtshow werd door verrassingsgasten als Lady Gaga mee versterkt.


Slide 54 - Tekstslide