cross

2T WK 19 Present Simple + Present Continuous

English
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

English

Slide 1 - Tekstslide

Voor de leerlingen die havo Engels volgen:

kijk: filmpjes (uitleg) planner                week 19

mk: Unit 6.4 Opdracht 2, 3, 8, 9
        Oefenen met past simple              vs. Past continuous  

Jullie kunnen zelfstandig an de slag.




Slide 2 - Tekstslide

Afspraken
Camera AAN
Microfoon UIT
Actieve houding AAN

Slide 3 - Tekstslide

Today's lesson
- Present Simple practice!
- Unit 4.4 Present Continuous

Goal
Ik kan de present simple gebruiken.
Ik weet de vorm van de present continuous.

Slide 4 - Tekstslide

Recap: The present simple

Slide 5 - Tekstslide

Present Simple:

Wanneer gebruik je de Present Simple?
A
Wanneer iets altijd, nooit of regelmatig gebeurt.
B
Wanneer iets nu bezig of aan de gang is.
C
Wanneer iets in het verleden is gebeurd.
D
Wanneer iets in het verleden is begonnen en nu nog bezig is.

Slide 6 - Quizvraag

Present simple:

Wat is de regel van de present simple?
A
ww + -ed
B
stam (bij I, you, we, they) stam + s (bij he, she, it)
C
vorm van to be + ww + -ing

Slide 7 - Quizvraag

Gebruik de present simple:

We ... (to walk) to school every day.

Slide 8 - Open vraag

Gebruik de present simple:

She ... (to eat) fruit every morning.

Slide 9 - Open vraag

The present simple (tegenwoordige tijd)
Vorm: 
Stam bij I, you, we, they
Bijv. walk, talk, eat, play, study etc.

Stam + s bij he, she, it
Bijv. walks, talks, eats, plays, studies etc. 

Slide 10 - Tekstslide

The present simple (tegenwoordige tijd)
Vragen en ontkenningen 

1 werkwoord (do/do not/does/does not)
I like milk.               Do I like milk?                  I do not like milk.
She eats fruit.      Does she eat fruit?      She does not eat fruit.
                                (! let op de -s) 



Slide 11 - Tekstslide

The present simple (tegenwoordige tijd)
Vragen en ontkenningen 

Uitzondering 1: To be (am/is/are)
You are a student.          Are you a student?          You are not a student.

Uitzondering 2: Have got/has got
She has got a sister.      Has she got a sister?       She has not got a sister.



Slide 12 - Tekstslide

New: The present continuous

Slide 13 - Tekstslide

4.4 The Present Continuous 
Vorm:                                                         
vorm van to be + werkwoord + -ing 

Bijvoorbeeld:
I am teaching. 
She is singing.
We are dancing.
I am eating now. 

Slide 14 - Tekstslide

Een vorm van To Be
Schrijf deze aantekening op!

To be = am, is, are 

I am
He, she, it is
We, you, they are 
TO BE OR NOT TO BE

Slide 15 - Tekstslide

We ... the dishes right now

A
are doing
B
is doing
C
am doing

Slide 16 - Quizvraag

Look! They ... him his present
A
is giving
B
am giving
C
are giving

Slide 17 - Quizvraag

Gebruik de present continuous:

I ... (to read) a book for school right now.

Slide 18 - Open vraag

Gebruik de present continuous:

He ... (to go) to the Alps this weekend.

Slide 19 - Open vraag

Homework 
Maken:
Unit 4.4 Opdracht 1 t/m 4

leren:
Woorden unit 4.2 t/m 4.4
Onregelmatige ww 4D + 4E

Oefenen met de grammatica?
Kijk in de planner!

Slide 20 - Tekstslide