Parkinson

Parkinson
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
zorggerelateerde vakken MBOStudiejaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Parkinson

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inleiding
Beste student,
Vandaag ga ja aan de slag met de les over het ziektebeeld Parkinson.
Je gaat beginnen met het bekijken van een filmpje over het ziektebeeld Parkinson.
Daarna volgen teksten en opdrachten elkaar op, zodat je aan het einde van deze les weet:
- wat de ziekte van Parkinson inhoud;
- welke gevolgen op lichamelijke, psychische en sociale de ziekte van Parkinson heeft.
Succes!

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Parkinson

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Belangrijke feiten over de ziekte van Parkinson:
Parkinson is een relatief veelvoorkomende hersenaandoening. Minstens 55.000 mensen in Nederland hebben deze ziekte.
Parkinson begint meestal op latere leeftijd (tussen het 50e en 75e jaar). In deze leeftijdsgroep komt de ziekte voor bij ongeveer 1 op de 50 inwoners.
Circa 10% van de zorgvragers is jonger dan 40 jaar.
Parkinson is niet erfelijk; mogelijk is wel de aanleg om de ziekte te krijgen erfelijk bepaald.
Naarmate zorgvragers met Parkinson ouder worden, stijgt de kans op het krijgen van dementie.
Zorgvragers met Parkinson hebben een grotere kans op een depressie.
Parkinson kan niet worden genezen. Het is een chronische ziekte.

De ziekte van Parkinson ontstaat bij de meeste patiënten na het 60e jaar.
A
Ja
B
Nee

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

De ziekte van Parkinson is een ziekte van het centrale zenuwstelsel waarbij een stoornis optreedt in de verbinding tussen de hersenen en de spieren. Elke zenuwcel geeft prikkels af en ontvangt deze , via duizenden draadjes die verbonden zijn met andere zenuwcellen. Op deze manier worden verschillende functies, o.a. balans, beweging, spierspanning, in het lichaam bestuurd. Het contact dat zenuwcellen met elkaar hebben vindt plaats met chemische stoffen , de zogenaamde neurotransmitters , die in de hersenen aangemaakt worden.
Een van die neurotransmitters is dopamine welke vooral voorkomt in de hersen gebieden die de beweging aansturen.
Mensen met Parkinson hebben steeds minder dopamine in de hersenen hetgeen de verschijnselen verklaard.

Bij de ziekte van Parkinson ontstaat een tekort aan histamine
A
juist
B
onjuist

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem eens een aantal verschijnselen van de ziekte van Parkinson.

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Traag en verminderd bewegen: lopen met schuifelpasjes, start en stopproblemen
Tandrad fenomeen, bewegingen komen langzaam op gang, stopproblemen kunnen zich voordoen.
Rigiditeit = spierstijfheid
Tremor = trillen: rusttremor geldtelbeweging
Verlies van automatische bewegingen; armzwaai bij lopen.
Typische voorovergebogen houding
Mimiekarmoede: maskerachtig gezicht, zacht en monotone spraak, klein schrijven
Veel talgafscheiding (glimmend gezicht)
Cognitieve problemen: klachten van het geheugen, de aandacht en het denken.
Parkinson dementiesyndroom: hierbij staat niet het parkinsonisme op de voorgrond maar de cognitieve achteruitgangen
Lage bloeddruk bij positieveranderingen met name ‘s morgens en na de maaltijd
Overmatig transpireren omdat de zweetklieren verstoord raken
De klachten beginnen vaak geleidelijk, meestal aan één kant en nemen na verloop van tijd toe.
Klachten wisselen per dag, per uur.

Komt Parkinson vaker voor bij mannen of bij vrouwen?
A
Mannen
B
Vrouwen
C
Beide ongeveer hetzelfde
D
Dat is onbekend

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bradykinesie
Substantia-nigra
Dopamine
Maskergelaat
Rigiditeit
Tremor


Neuro
transmitter

Dopamine 
producerende 
cellen
traagheid 
van
bewegingen
sombere 
gezichts-
uitdrukking
Stijfheid
van'
spieren
Beven

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Parkinson is niet te genezen. Het gaat om het bestrijden van de symptomen en verminderen van de klachten.
Het gaat om een combinatie van medicatie, voldoende bewegen en gezonde voeding.
Dopamine agonisten = middel dat de werking van een ander geneesmiddel versterkt
Zorgvragers die deze aandoening hebben, kunnen wel medicijnen gebruiken die de stijfheid en daarmee de bewegingsarmoede verminderen. De medicijnen geven een aanvulling op het tekort aan dopamine en moeten zeer stipt ingenomen worden. Deze medicijnen hebben meestal bijwerkingen, zoals een droge mond, verwardheid en urineretentie
Het meest gebruikt zijn levodopa en dopamine-agonisten (dopaminergica).
Levadopa: vermindert het trillen, soepeler bewegen.
Het type medicijn is afhankelijk van leeftijd, ernst en soort klachten.
Meestal wordt in de beginfase levodopa of dopamine-agonisten gebruikt; later vaak beide medicijnen in combinatie met andere medicatie.
Parkinsonmedicatie kan (ernstige) bijwerkingen hebben. (droge mond, verwardheid en urineretentie)
De werking van de medicatie en ernst van de bijwerkingen verschillen per zorgvrager.
Het ‘instellen van de medicijnen’ kan vrij lang duren; het is vaak balanceren tussen werking en bijwerking.
Hersenstimulatie:
Als medicatie niet meer helpt of te veel bijwerkingen veroorzaakt, wordt tegenwoordig soms hersenstimulatie toegepast.
Dit noemt men in het algemeen deep brain stimulation (DBS).
Bij DBS worden elektroden in de hersenen ingebracht om klachten als bewegingstraagheid, beven of stijfheid, overbeweeglijkheid of onwillekeurige bewegingen te verhelpen. Ter ondersteuning wordt fysiotherapie voorgeschreven, onder andere om de spieren soepel te houden, lig- en zithoudingen aan te leren en ondersteuning te bieden bij het lopen met hulpmiddelen. Het doel van de behandeling van zorgvragers met de ziekte van Parkinson is het zo groot mogelijk houden van de zelfstandigheid.
Vanwege schaamte over alle zichtbare verschijnselen van de ziekte, hebben veel zorgvragers de neiging om zich terug te trekken en inactief te worden. Dit verergert de stijfheid van de spieren, waardoor de afhankelijkheid van de omgeving en zorgverleners alleen maar groter wordt

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke zorgproblemen kunnen ontstaan

Slide 17 - Open vraag

Zorgproblemen lopen en transfers:
Stijfheid, traagheid, Tremoren
Bevriezen, start en stopproblemen
Evenwichtsproblemen
Overbewegingen
Duizeligheid door hypotensie

Problemen en aandachtspunten slaap en rusten:
Slaperigheid overdag,
‘s Nachts veel moeten plassen,
Lekker liggen gaat moeilijk.

Problemen en aandachtspunten zelfzorg:
Stijfheid: moeizaam kleding aantrekken
Fijne motoriek verstoord: knoopjes moeizaam
Medicatie-inname vóór verzorging in overleg met arts.
Aandacht voor lichaamsverzorging: vette huid, haar.
Problemen en aandachtspunten eten en drinken: 
Moeite met nuttigen maaltijd t.g.v. Tremoren > hulpmiddelen
Hulpmiddelen: aangepast bestek, kom met twee oren, verwarmd bord
Slikproblemen: kauwen en slikken > kleine stukjes, logopedie.
Speekselvloed door slikproblemen. Iets in de mond geven stimuleert het slikken.
Droge mond: Iets in de mond geven
Veranderde smaak door medicijnen, bv metaalsmaak bij Levadopa .

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Dopamine zorgt voor
A
Het soepel laten verlopen van bewegingen
B
Automatische bewegingen
C
initiatief kunnen nemen
D
alle drie de antwoorden zijn mogelijk

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mogelijke behandelingen voor de ziekte van Parkinson kunnen zijn
A
Fysiotherapie, ergotherapie, medicatie
B
fysiotherapie, ergotherapie, logopedie, DBS, medicatie
C
Fysiotherapie, ergotherapie, logopedie, medicatie

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke ziekte gaat vaak gepaard met Parkinson?
A
Alzheimer
B
DIS
C
Autisme
D
Schizofrenie

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is rigiditeit?
A
Ongecontroleerde beweging
B
spierstijfheid
C
schuifelend lopen
D
trillen

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het Parkinsonsyndroom kan ontstaan door een vergiftiging.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hypotensie is een zorgprobleem bij de transfer
A
Juist
B
Onjuist

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies