Les 6 Kunst Drama Theorie: speltechnieken, improvisatie en rolopbouw

1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
DramaMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Drama theorie Mavo 3
Periode 3: Drama en andere kunsten
Les 6: Speltechnieken, improvisatie & rolopbouw

Slide 2 - Tekstslide

Overzicht Periode 3
Week 1
Week 2
Week 3 
Week 4
Meivakantie
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Bespreken toets & introductie Drama en andere kunsten
Stappen plan 
Spanningsopbouw
Verwijzen naar de werkelijkhed
21,28 april & 5 mei
Dramatische technieken
Speltechnieken, improvisatie & rol opbouw 
Drama theorie -> 30 seconds
& Herhaling
Oefenen met examenvragen
Oefentoets
Laatste les voor de toets

Slide 3 - Tekstslide

Welkom M3
Les 6 

Kunst Drama Theorie: speltechnieken, improvisatie en rolopbouw

Slide 4 - Tekstslide

STARTVRAAG: Wat is een voorbeeld van een cliffhanger in een film of serie?

Slide 5 - Open vraag

Leerdoelen
  • Je herkent dramatische technieken in een nieuw voorbeeld
  • Je weet wat speltechnieken zijn
  • Je leert over wat rolopbouw is
  • Je oefent met examenvragen

Slide 6 - Tekstslide

TERUGBLIK: Dramatische technieken?

Slide 7 - Woordweb

Dramatische technieken om informatie vorm te geven

Andere plaatsen dan het theater zijn bijvoorbeeld: televisie, internet, op locatie.

Dramatische technieken die op deze plaatsen worden ingezet:  cliffhanger, dialoog, expositie, flashback, flash
forward, monoloog, motorisch moment en slow motion. 

Slide 8 - Tekstslide

1. Kijkfragment: Tessa
Bekijk Tessa aflevering 1 tot 04:30 (introductie + eerste schoolmoment)

1. Zie je een motorisch moment?
2. Zijn er voorbeelden van een cliffhanger, spanningsopbouw of flashforward?
3. Hoe draagt muziek of camerawerk daaraan bij?

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

1. Zie je een motorisch moment?
2. Zijn er voorbeelden van een cliffhanger, spanningsopbouw of flashforward?
3. Hoe draagt muziek of camerawerk daaraan bij?

Slide 11 - Open vraag

2. Opzoeken begrippen: speltechnieken
Zoek in de syllabus of internet de betekenis van de volgende begrippen:

– Reageren
– Incasseren
– Identificeren
– Schakelen
– Spiegelen
– Transformeren

Zoek bij elk begrip een voorbeeld in Tessa
timer
7:00

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Speltechniek: reageren
Acteren is reageren!
In een scene speel je met anderen samen. Als de ander wat zegt reageer je daar op. je vindt er wat van, het roept een emotie op, het zet je aan het denken.

Laat jouw reactie zien in je mimiek, je houding of je gebaren.

Slide 14 - Tekstslide

Speltechniek: incasseren
Belangrijk bij improviseren is:
- Geef een spelimpuls als je de scène opent
- incasseren (even laten binnenkomen wat de spelimpuls is)
- accepteer de spelimpuls van de ander (dus niet blokkeren)
- reageren (geef een  terug)



Blokkeren is dus de spelimpuls niet accepteren. Het spel houdt dus op.

Slide 15 - Tekstslide

Incasseren
Ga tegenover elkaar staan. 
Kies allebei een zin uit jullie tekst(script praktijk) die je steeds herhaalt.
Maak je reactie steeds iets groter en/of varieer zoveel mogelijk.
timer
5:00

Slide 16 - Tekstslide

Speltechniek: identificeren
Wat betekent het als een publiek zich met een personage kan identificeren?

Slide 17 - Tekstslide

Speltechniek: schakelen
Hoe speel je emoties?

Je gebruikt bij spelen van emoties:
Houding
Stem
Mimiek
Techniek
Als je tussen verschillende emoties wisselt, dan heet dat schakelen


Slide 18 - Tekstslide

Wat is de speltechniek: spiegelen?
A
bewegingen/emoties overnemen alsof je iemands spiegelbeeld bent
B
van de ene naar de andere emotie gaan
C
een onzintaal/fantasietaal gebruiken
D
ingaan op het spel van je medespeler

Slide 19 - Quizvraag

3. Wat is improvisatie?

Slide 20 - Woordweb

Zoek de begrippen op
Improvisatietechnieken
– Accepteren
– Blokkeren
– Spelaanbod
– Associëren

Leg ze uit in eigen woorden
timer
5:00

Slide 21 - Tekstslide

3. Begrippen improvisatie
Accepteren: Je gaat mee in wat de ander voorstelt.
Blokkeren: Je weigert het spelaanbod van de ander.
Spelaanbod: Een nieuw idee of richting in het spel geven.
Associëren: Je reageert spontaan op wat er komt, zonder vooraf te bedenken wat je gaat doen.

Slide 22 - Tekstslide

Noem voorbeelden uit het fragment die bij de improvisatietechnieken passen.

Slide 23 - Open vraag

Slide 24 - Video

Noem voorbeelden uit het fragment die bij twee van de vier improvisatietechnieken passen

Slide 25 - Open vraag

Verder bespreken fragment:
1. Hoe reageren de acteurs op elkaars uitspraken?
2. Welke nieuwe ideeën (spelaanbod) worden geïntroduceerd?
3. Zijn er momenten waarop een spelaanbod wordt geaccepteerd of geblokkeerd?

Slide 26 - Open vraag

Improvisatie-oefening
Vorm duo's of kleine groepjes.
1. Kies een situatie waarin een conflict kan ontstaan, bijvoorbeeld:
Twee vrienden hebben ruzie over een geheim dat is doorverteld.
Een leerling is boos op een docent vanwege een oneerlijke beoordeling.

2. Improviseer een scène van 1 minuut waarin:
  • Beide spelers minimaal één spelaanbod doen.
  • Er bewust momenten van accepteren en blokkeren worden ingebouwd.
  • Spelers proberen te associëren met onverwachte wendingen.
timer
5:00

Slide 27 - Tekstslide

4. Rollen en Rolopbouw

Hoofdrol
Bijrol
Dubbelrol
Figurant

Slide 28 - Tekstslide

Rolopbouw gaat over hoe je een rol leert vorm te geven. Er zijn 2 technieken:

Rolbiografie schrijven
Rolinterview houden

Slide 29 - Tekstslide

Opdracht rolopbouw
Kies een personage uit Tessa aflevering 1 (bijv. Tessa, een leerling, een collega).

Schrijf een korte rolbiografie:
Naam, leeftijd
Situatie (school, privé?)
Doel
Grootste geheim
timer
6:00

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Video

Opdracht rolopbouw
Kies een personage uit Tessa aflevering 1 (bijv. Tessa, een leerling, een collega).

Schrijf een korte rolbiografie:
Naam, leeftijd
Situatie (school, privé?)
Doel
Grootste geheim
timer
6:00

Slide 32 - Tekstslide

5. Oefenvragen Tessa (1)
Vraag 1a. Noem één speltechniek die de actrice van Tessa hier gebruikt.
Kies uit: schakelen – spiegelen – incasseren – reageren

Vraag 1b. Wat doet het personage goed of opvallend qua lichaamstaal of stem?

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Video

Vraag 1a. Noem één speltechniek die de actrice van Tessa hier gebruikt.
Kies uit: schakelen – spiegelen – incasseren – reageren

Slide 35 - Open vraag

Vraag 1b. Wat doet het personage goed of opvallend qua lichaamstaal of stem?

Slide 36 - Open vraag

5. Oefenvragen Tessa (2)
Vraag 2a. Wat is het doel van het personage Tessa in dit fragment?
Wat probeert ze te bereiken?

Vraag 2b. Noem iets over haar geheim of innerlijke conflict.

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Video

Vraag 2a. Wat is het doel van het personage Tessa in dit fragment?
Wat probeert ze te bereiken?

Slide 39 - Open vraag

Vraag 3a. Stel jij speelt een personage zoals Tessa. Welke speltechniek zou jij gebruiken om te laten zien dat je je anders voordoet dan je je voelt?

Slide 40 - Open vraag

6. Examenvragen CE 2025
Blok 3 - Tessa
Vr 26, 28, 29, 31, 32, 34

https://vo-oefenomgeving.facet.onl/facet-openbaar-portaal/oefenen/VMBO-TL/drama
Drama > tijdvak 1 2025

Volgende les hiermee verder!

Slide 41 - Tekstslide

Check: Noem vier dramatische technieken

Slide 42 - Open vraag

Check: Noem drie speltechnieken

Slide 43 - Open vraag

Check: Leg uit wat een rolbiografie is

Slide 44 - Open vraag

Volgende les
Herhalen theatervormgeving
30 Seconds

Slide 45 - Tekstslide