§5.5 Elektrolyse en fotolyse in de chemische industrie + Herhaling H5

§5.5 Elektrolyse en fotolyse in de chemische industrie + Herhaling H5
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

§5.5 Elektrolyse en fotolyse in de chemische industrie + Herhaling H5

Slide 1 - Tekstslide

Doel
Je kunt uitleggen hoe aluminium wordt gemaakt uit bauxiet;
Je kunt de mogelijke problemen van een toekomsige waterstof economie aangeven;
Je kunt duidelijk maken dat veel kleurstoffen onder invloed van licht verbleken;
Wat we de afgelopen lessen hebben geleerd toepassen.

Slide 2 - Tekstslide

Welke reactievergelijking geeft het ‘uit elkaar trekken’ van lachgas (N₂O) juist weer?
A
N₂O --> N₂ + O
B
N₂O --> 2N + O
C
2N₂O --> 2N₂ + O₂
D
2N₂O --> 4N + O₂

Slide 3 - Quizvraag

Noem vijf toepassingen van aluminium:

Slide 4 - Open vraag

Had je misschien één van deze toepassingen? 
Er zijn er nog veel meer ...

Slide 5 - Tekstslide

Nergens op de wereld zit het metaal aluminium in de bodem.


Hoe komen we dan aan zoveel aluminium?


8,5 % van de aardkorst bestaat uit aluminiumerts (bauxiet). Hiernaast zie je een bauxietmijn in Suriname.

Slide 6 - Tekstslide

Bauxiet wordt vooral gewonnen in Australie, China en Brazilië.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Je gaat nu de productie van aluminium uit bauxiet in een blokschema weergeven.

Eerst even twee herhalingsvragen over een blokschema ...

Slide 9 - Tekstslide

productie van aluminium
Na een aantal bewerkingen krijg je aluminiumoxide Al2O3
Dit wordt door middel van elextrolyse ontleed tot 
2Al2O3(l) --> 4Al(l) + 3O2(g)
Daarna wordt het soms gemengt met één of meerdere andere elementen.
De stof die na stolling van een dergelijk mengsel ontstaat: legering.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Nadeel van waterstof als brandstof
  • Opslag en transport van waterstof is niet ongevaarlijk en daarom kostbaar.
  • Uitlaat wordt erg heet net als bij  benzine auto's. Uitlaat reageert met lucht (stikstof en zuurstof) en er ontstaat stikstofoxiden. En dat is slecht voor het milieu, want er ontstat zure regen. 

Slide 12 - Tekstslide

Toestel van Hoffmann
Wat doet dit apparaat?
  • 2H2O --> 2H2 + O2
  • Kost veel energie daarom is met bezig om door middel van fotolyse water te scheiden.

Slide 13 - Tekstslide

Geef voor elk van onderstaande processen aan of het een chemische reactie is.
Licht je antwoord steeds toe.
a Het oplossen van suiker.
  • Nee, suiker en water blijven allebei nog aanwezig.                              C12H22O11(s)-->C12H22O11(aq)
b Het verbranden van suiker.
  • Ja, suiker verandert. 
c Het smelten van suiker.
  • Nee, dat is een faseverandering.
d Het ontleden van suiker.
  • Ja, suiker verandert.

Slide 14 - Tekstslide

Welke vergelijkingen stellen een ontledingsreactie voor? Leg je antwoord uit.
12NaCl (l) --> 12Na (l) + 6Cl2 (g)
  • een ontledingsreactie, want je hebt 1 begin stof en meerdere reactieproducten
2H2O2 (aq) --> 2H2O l) + O2 (g)
  • ontledingsreactie, want je hebt 1 beginstof en meerdere reactieproducten
 2Mg(s) + O2(g) --> 2MgO(s)
  • geen ontledingsreactie want je hebt meerdere beginstoffen.
 

Slide 15 - Tekstslide

Volgens velen is de waterstofeconomie in opkomst. Waterstof lijkt een geweldige brandstof voor bussen.
a Geef de reactie die plaats vindt bij het verbranden van waterstof in de motor?

  • 2 H2 (g) + O2(g) -->2H2O(l)

Slide 16 - Tekstslide

Toch kleven er bezwaren aan het gebruik van waterstof.
b Noem drie problemen bij het gebruik van waterstof.

  •  Waterstof produceren is (nog) niet schoon. 
  •  Opslag en transport is gevaarlijk, dus kostbaar. 
  •  Er ontstaan nog steeds stikstofoxiden, doordat de hete uitlaat reageert met lucht. 

Slide 17 - Tekstslide

Welke drie stappen kun je onderscheiden bij de productie van aluminium?
  • 1 winning en zuivering van bauxiet 
  • 2 productie van aluminium door elektrolyse 
  • 3 de verdere verwerking van aluminium 

Slide 18 - Tekstslide

Hoe noem je het aantasten van metalen door stoffen uit de lucht?
A
corroderen
B
ontkalken
C
neutraliseren
D
oplossen

Slide 19 - Quizvraag

Wat verstaan we onder een thermoplast?
  • Een thermoplast is een kunststof die zacht wordt bij verwarming. Thermoplasten worden verwerkt tot producten d.m.v onder andere spuitgieten.

Slide 20 - Tekstslide

Hoe heet het proces dat wordt gebruikt om kunststof schaaltjes te maken van een thermoplast?
  • spuitgieten

Slide 21 - Tekstslide

Het plastic in afval bestaat zowel uit thermoharders als uit thermoplasten. Welke van deze soorten plastic kan door smelten worden hergebruikt?
A
thermoharders
B
thermoplasten
C
zowel thermoharders als thermoplasten

Slide 22 - Quizvraag

Welke reactievergelijking geeft het ‘uit elkaar trekken’ van lachgas (N₂O) juist weer?
A
N₂O --> N₂ + O
B
N₂O --> 2N + O
C
2N₂O--> 2N₂ + O₂
D
2N₂O --> 4N + O₂

Slide 23 - Quizvraag

De eerste bewerking die ruwe aardolie ondergaat, is destillatie. Daarbij ontstaan verschillende fracties. Eén van deze fracties is autobenzine.
Geef de namen van twee andere fracties die ontstaan bij de destillatie van aardolie.
  • dieselolie
  •  gasolie
  •   kerosine
  •  lpg
  •  nafta
  •  petroleum
  •  stookolie

Slide 24 - Tekstslide

Een fractie die bij de destillatie van aardolie ontstaat, is:
A
een mengsel met een kookpunt.
B
een mengsel met een kooktraject.
C
een zuivere stof met een kookpunt.
D
een zuivere stof met een kooktraject.

Slide 25 - Quizvraag

Je hebt 33 gram O2
Hoeveel gram koolstofdioxide ontstaat er dan?
De molverhouding
…….……..………… : ….……..……
….……..…… : ….……..……
1 mol ....... = ….……..……g
Dus ….……..…… : ….……..……= ….……..……mol ......

Dus er is ….……..…… ∙ ….……..…… = ….……..…… mol ........
 1 mol ......... = ….……..……g
 Dus er is ….……..…… ∙ ….……..…… = ….……..……     .......... gevormd

Slide 26 - Tekstslide

Je hebt 75 gram CS2
Hoeveel gram SO2 ontstaat er dan?
De molverhouding
…….……..………… : ….……..……
….……..…… : ….……..……
1 mol ....... = ….……..……g
Dus ….……..…… : ….……..……= ….……..……mol ......

Dus er is ….……..…… ∙ ….……..…… = ….……..…… mol ........
 1 mol ......... = ….……..……g
 Dus er is ….……..…… ∙ ….……..…… = ….……..…… .......... gevormd

Slide 27 - Tekstslide

Je hebt 30 gram NH3
Hoeveel gram stikstof ontstaat er dan?

Slide 28 - Tekstslide

Huiswerk voor
Opdrachten 36 t/m 48 behalve 42C, 44, 47
lezen blz 192 Thermoplasten en thermoharders

Slide 29 - Tekstslide