9.4 en 9.5 Staande Golven / Muziekinstrumenten.

Deze les
Planning:
- Uitleg 9.4/9.5 aantekeningenblad.
- Nakijken opdracht gisteren!
- Oefeningen snaar / blaasinstrument.
Leerdoelen:
- De natuurkunde achter het muziekinstrument begrijpen
- Herkennen van verschillende intrumenten en de daarvoor geldende regels.
  
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Deze les
Planning:
- Uitleg 9.4/9.5 aantekeningenblad.
- Nakijken opdracht gisteren!
- Oefeningen snaar / blaasinstrument.
Leerdoelen:
- De natuurkunde achter het muziekinstrument begrijpen
- Herkennen van verschillende intrumenten en de daarvoor geldende regels.
  

Slide 1 - Tekstslide

De applet nog een keer.
Lopende golf hebben we gehad, vandaag de staande golf!

Kenmerk staande golf --> B en K zitten op dezelfde plek 

Bij de muziekinstrumenten hebben we te maken met staande golven!

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Opdracht 1.
Een snaar produceert een toon van 440 Hz. Dit is de 2de boventoon. De lengte van de snaar is 65 cm. Bereken de golfsnelheid en teken hoe de snaar eruit ziet.

Slide 4 - Tekstslide

Deze les
Planning:
- Opfris filmpje staande golven.
- Gaan we verder met de muziekinstrumenten.
- Eerst paar intro opdrachten daarna uitleg filmpje met       
   opdrachten.
- Laatste deel filmpje frequentie spectrum. 
- MORGEN PRACTICUM STAANDE GOLVEN LAPTOP MEE!

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Opdracht 1.
Een snaar produceert een toon van 440 Hz. Dit is de 2de boventoon. De lengte van de snaar is 65 cm. Bereken de golfsnelheid en teken hoe de snaar eruit ziet.

2de boventoon dus 1,5 golglengte in het touw:
Golflengte = 0,65 / 1,5 = 0,43 m
v = 440*0,43= 1,9 * 10^2 m/s

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Opdracht 2
We hebben een orgelbuis die aan één kant dicht is.  De lengte van de buis is 1,4 meter. We horen op een bepaald moment de derde boventoon. 

a. Hoeveel golflengten zitten er dan in de buis.
b. Bereken de frequentie die de  buis voortbrengt.

Slide 9 - Tekstslide

Opgave 3
Hieronder zie je een staande golf in een duikplank van 2,25 m lang. De voortplantingssnelheid van de trilling in de duikplank is 48 m/s.
a) In welke (boven)toon trilt de duikplank?
b) Hoe groot is de golflengte van de trilling in de duikplank?
c) Met welke frequentie trilt de duikplank?

Slide 10 - Tekstslide

Klankkasten
Door een klankkast aan een snaar instrument vast te maken kun je het geluid versterken.

De klankkast moet resoneren (de golflengte moet passen bij de afmeting van de klankkast) bij de frequenties van de snaar om goed te werken. 

Slide 11 - Tekstslide

Frequentie spectrum
In een frequentie spectrum staat alle frequenties van een geluid uitgedrukt tegen de intensiteit(hoe hardt iets klinkt)

Filmpje met oefeningen!

Slide 12 - Tekstslide

0

Slide 13 - Video

Frequenties van Muziekinstrumenten (spectrum)
De D-snaar heeft de frequentie 147 hz . Maar dat is niet de enige frequentie. 

Slide 14 - Tekstslide

Wat is de verhouding tussen de grond en boventonen? 
Vul in op volgende 
pagina
f0f1=
f0f2=
f0f3=

Slide 15 - Tekstslide

Klarinet bepaal de verhoudingen.

Slide 16 - Tekstslide

Opdracht 2
We hebben een orgelbuis die aan één kant dicht is.  De lengte van de buis is 1,4 meter. We horen op een bepaald moment de derde boventoon. 

a. Hoeveel golflengten zitten er dan in de buis.
b. Bereken de frequentie die de  buis voortbrengt.

Slide 17 - Tekstslide

Staande Golven (2 á 3 lessen)
Planning:
- Bespreken laatste opdracht. 
- Uitleg paragraaf 9.4 en 9.5 (2 filmpjes).
- Invullen aantekeningen blad op basis van het filmpje
Leerdoelen:
- Kennen van het begrip staande golven, en hiermee rekenen.
- Natuurkunde achter de muziekinstrumenten

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Slide 20 - Video

Les 2 9.4  en 9.5
Planning:
- Laatste deel filmpje muziek instrumenten.
- Opdrachtje in filmpje.
- (R opdrachten 9.4 en 9.5 wordt woensdag).

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Klankkasten
Door een klankkast aan een snaar instrument vast te maken kun je het geluid versterken.

De klankkast moet resoneren bij de frequenties van de snaar om goed te werken.

Slide 23 - Tekstslide

Het 'element', hier zitten de spoelen voor versterking in.

Slide 24 - Tekstslide

Frequentie spectrum
In een frequentie spectrum staat alle frequenties van een geluid uitgedrukt tegen de intensiteit(hoe hardt iets klinkt)

Filmpje met oefeningen!

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Slide 27 - Video

Deze les
Planning:
- Startopdracht 9.4/9.5 
- Afronden 9.4 en 9.5 
- Werkblad.
Leerdoelen:
- Het frequentiespectrum kunnen koppelen aan het type muziekinstrument. 

Slide 28 - Tekstslide

Opdracht
We hebben een snaarinstrument, de lengte van de snaar is 1,0 meter.  De golfsnelheid bedraagt 50 m/s. Bereken de frequentie van:
a. de grondtoon, 1ste boventoon en 2de boventoon. 
b. Hoe verhouden de frequenties zich: fgrond : f1ste : f2de 
c. Nu vraag a en b voor een D-O instrument. 

Slide 29 - Tekstslide

Frequenties van Muziekinstrumenten (spectrum)
De D-snaar heeft een grondfrequentie van 147 Hz . Maar dat is niet de enige frequentie. 

Slide 30 - Tekstslide

Wat voor instrument is dit? 
f0f1=
f0f2=
f0f3=

Slide 31 - Tekstslide

Dit is open - dicht hoe zie je dat? 

Slide 32 - Tekstslide

Les 3
Vervolg vorige  les
Afmaken R opdrachten
Lessonup 

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

R 12 t/m R 20
Ongeveer 15 a 20  minuten (individueel).

Slide 35 - Tekstslide

Opdracht 1.
Een snaar produceert een toon van 440 Hz. Dit is de 2de boventoon. De lengte van de snaar is 65 cm. Bereken de golfsnelheid en teken hoe de snaar eruit ziet.

Slide 36 - Tekstslide

Hiernaast een momentopname van een staande golf in een touw.
I. Er zijn 4 knopen en 3 buiken in de tekening.
II. Het touw trilt op dit moment in zijn 3e boventoon.
A
Beide stellingen zijn waar.
B
Stelling I. is waar. Stelling II. is niet waar.
C
Stelling I. is niet waar. Stelling II. is waar.
D
Beide stellingen zijn niet waar.

Slide 37 - Quizvraag

Hiernaast een momentopname van een staande golf in een touw. Het touw is 10 meter lang.
I. Het touw heeft één vast en één open uiteinde.
II. Je ziet 2,5 golflengte in het touw.
A
Beide stellingen zijn waar.
B
Stelling I. is waar. Stelling II. is niet waar.
C
Stelling I. is niet waar. Stelling II. is waar.
D
Beide stellingen zijn niet waar.

Slide 38 - Quizvraag

Hiernaast een momentopname van een staande golf in een touw. Het touw is 6,0 meter lang.
I. Het betreft hier de 2e boventoon.
II. De golflengte λ in het touw is 4,0 m.
A
Beide stellingen zijn waar.
B
Stelling I. is waar. Stelling II. is niet waar.
C
Stelling I. is niet waar. Stelling II. is waar.
D
Beide stellingen zijn niet waar.

Slide 39 - Quizvraag

Hiernaast een momentopname van een staande golf in een touw. Het touw is 10 meter lang.
I. Het touw trilt in zijn 1e boventoon.
II. De golflengte λ in het touw is 8,0 m.
A
Beide stellingen zijn waar.
B
Stelling I. is waar. Stelling II. is niet waar.
C
Stelling I. is niet waar. Stelling II. is waar.
D
Beide stellingen zijn niet waar.

Slide 40 - Quizvraag

Hiernaast een (verticaal uitvergrote) staande golf in een duikplank van 2,25 m lang. De voortplantingssnelheid van de trilling in de duikplank is 48 m/s.
a) In welke (boven)toon trilt de duikplank?
b) Hoe groot is de golflengte van de trilling in de duikplank?
c) Met welke frequentie trilt de duikplank?

Slide 41 - Open vraag

Uitwerking
a. Grondtoon is één knoop en één buik (B-K).
De tekening laat de eerstvolgende mogelijkheid zien:
(B-K-B-K), dus de 1e boventoon.

b. Je ziet 3/4 golf in de tekening, dus L = 3/4 λ -->
λ = L / (3/4) = 2,25 / (3/4) = 3,0 dus λ = 3,0 m

c. v = f λ --> f = v/λ = 48 / 3,0 = 16 dus f = 16 Hz
B         K         B         K
<--           3/4 λ       -->

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide