De Jeugdwoorden van de Laatste Jaren in het Duits

Jugendsprache
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsSecondary Education

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Jugendsprache

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent de afkorting "wyd"?
A
betekend wild
B
wordt gebruikt voor buitengewone of gekke situaties.
C
is een vraag: hoe gaat het?
D
is een vraag: wil je?

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent het woord "sus"?

A
Een afkorting voor "Sushi"
B
Iemand bespioneren of in de gaten houden
C
afkorting van suspect or suspicious
D
een afkroting van sister (zus)

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent het woord "digga"?
A
Een populaire vriend
B
Een gereedschap om in de tuin te graven
C
Een woord om frustratie of boosheid uit te drukken
D
Een schattige kleine hond

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent het woord "Macher"?
A
Een persoon die graag grappen uithaalt
B
Een getalenteerde artiest of muzikant
C
Een opschepper of blaaskaak
D
Leider die in staat is om te handelen

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent het woord "bodenlos"?
A
Een beschrijving voor diepe gedachten
B
Een staat van extreme honger
C
slecht, belabberd of ongelooflijk.
D
erg slecht lied

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent het woord "SIU"?
A
Een grappige internet meme-dans
B
Een afkorting voor "Zo is het ongeveer
C
Een instemming of verbazing uitdrukt
D
Een manier om iemand vriendelijk te begroeten

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Braucht ihr Hilfe?
Schau mal hier nach:

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vong
Een vervanging voor 'von' in zinnen als 'Ich komme gerade von der Schule' ('Ik kom net van school')

Slide 23 - Tekstslide

Leg uit wat het woord 'vong' betekent en geef een voorbeeldzin.
Ehrenmann/Frau
Een eretitel voor iemand die iets goeds heeft gedaan, vergelijkbaar met 'held' in het Nederlands.

Slide 24 - Tekstslide

Leg uit wat 'Ehrenmann/Frau' betekent en geef een voorbeeldzin.
Gönn dir
Een uitdrukking die wordt gebruikt om iemand aan te moedigen iets leuks te doen voor zichzelf.

Slide 25 - Tekstslide

Leg uit wat 'Gönn dir' betekent en geef een voorbeeldzin.
Cringe
Een uitdrukking die wordt gebruikt om aan te geven dat iets ongemakkelijk of gênant is.

Slide 26 - Tekstslide

Leg uit wat 'Cringe' betekent en geef een voorbeeldzin.
Lost
Een uitdrukking die wordt gebruikt om aan te geven dat iemand verward is.

Slide 27 - Tekstslide

Leg uit wat 'Lost' betekent en geef een voorbeeldzin.
Gechillt
Een uitdrukking die wordt gebruikt om aan te geven dat iets ontspannen was.

Slide 28 - Tekstslide

Leg uit wat 'Gechillt' betekent en geef een voorbeeldzin.
Oefenen
Laat leerlingen in tweetallen oefenen met het gebruik van de jeugdwoorden in zinnen.

Slide 29 - Tekstslide

Laat de leerlingen in tweetallen werken om te oefenen met het gebruik van de jeugdwoorden in context.
Samenvatting
Herhaal wat er tijdens de les is geleerd en geef leerlingen de kans om vragen te stellen.

Slide 30 - Tekstslide

Herhaal de belangrijkste punten van de les en laat leerlingen vragen stellen om ervoor te zorgen dat ze de lesstof begrijpen.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 31 - Open vraag

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 32 - Open vraag

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 33 - Open vraag

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.