Les4 U2

Ga naar Lesson-up en type de PIN in.
  • Allumez votre ordinateur.
  • Mettez le livre sur la table.
  • Vous avez des écouteurs?

  • Zet jouw laptop aan.
  • Leg jouw boek op tafel.
  • Hebben jullie oortjes?
timer
2:00
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Ga naar Lesson-up en type de PIN in.
  • Allumez votre ordinateur.
  • Mettez le livre sur la table.
  • Vous avez des écouteurs?

  • Zet jouw laptop aan.
  • Leg jouw boek op tafel.
  • Hebben jullie oortjes?
timer
2:00

Slide 1 - Tekstslide

ça  y est? (is het gelukt?)
Exercice 8abc , 2.3 Grammaire 1 Pouvoir

Slide 2 - Tekstslide

une actualité française

Slide 3 - Tekstslide

une actualité française
C'est qui, Mbappé?

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

4

Slide 6 - Video

00:11
"gelukkig nieuwjaar" in het Frans is:
A
nouvel an
B
bon année
C
nouveau an
D
bonne année

Slide 7 - Quizvraag

00:38
Wat doe je dus eigenlijk tijdens de jaarwisseling?

Slide 8 - Open vraag

01:03
In Brazilie wordt gekleurd ondergoed kado gedaan.
Wat betekent het als een groene onderbroek krijgt?
A
dat je veel liefde mag ontvangen.
B
dat je gezond blijft.
C
dat je veel geluk zal hebben.

Slide 9 - Quizvraag

01:36
Brazilie
New York
Italie
Denemarken
België
geld onder het bord
kaarsen op het strand
op de deur bonzen bij de buren
servies kapot gooien
confetti in de straat

Slide 10 - Sleepvraag

Le programme d'aujourdhui
  • Répéter Apprendre 1-4
  • Répéter le verbe Pouvoir
  • Regarder l'heure.
  • Corriger les devoirs, après un contrôle (ex. 8abc)
Nouveau: (éventuellement)
  • Les pronoms possessifs (bezittelijke voornaamwoorden)

Slide 11 - Tekstslide

Les devoirs
Herhalen Apprendre 1-4, pages 75->
Pouvoir, betekenis en vervoegingen, page 57
Kloktijden, page 59

(af)maken: 9, 10, 11,12,13,14


Slide 12 - Tekstslide

Apprendre 1-4.
De puzzle staat klaar!
en dit is een uitdaging......
timer
1:00

Slide 13 - Tekstslide

Apprendre 1-4. VWO
De nieuwe uitvoering staat klaar!


timer
1:00

Slide 14 - Tekstslide

Apprendre 1-4.  II  VWO
timer
1:00

Slide 15 - Tekstslide

Apprendre 1-4. VWO
timer
1:00

Slide 16 - Tekstslide

Wat betekent "pouvoir" ?
timer
1:00

Slide 17 - Open vraag

timer
1:00
Welke vervoegingen weet je zonder het boek erbij te pakken?

Slide 18 - Woordweb

Oefenen met "pouvoir"
1.  het herkennen van de 2 tijden.


timer
10:00

Slide 19 - Tekstslide

Oefenen met "pouvoir"
timer
10:00

Slide 20 - Tekstslide

Oefenen met "pouvoir"

3. nog eentje dan....
timer
10:00

Slide 21 - Tekstslide

Regarder l'heure
hele uren
halve uren (over het heel)
kwart voor / kwart over

Slide 22 - Tekstslide

Regarder l'heure


Het is 1 uur                            Il est une heure
Het is 2- 11 uur                      Il est deux ..... onze heures.
Het is 12 uur -->  (12:00)       Il est midi.
Het is 12 uur --> (0:00)          Il est minuit.

Hele uren

Slide 23 - Tekstslide

Halve uren  (et demie / demi)
Het voorgaande hele uur + "et demie"
Dus : het is half drie.   Il est deux heures et demie

Bij half éen:  Il est midi et demi / il est minuit et demi

Slide 24 - Tekstslide

Kwart uren    (et / moins le quart)
Over het voorgaande hele uur +  et quart
Het is kwart over vijf.   Il est cinq heures et quart.

Voor het komende hele uur + moins le quart rt.
Het is kwart voor vijf.  Il est cinq heures moins le quart.

Slide 25 - Tekstslide

Regarder l'heure
Phrases clés:
Vraag 1:      Hoe laat is het? / Quelle heure est-il?
Antwoord :    Het is ...... /    Il est.................

Vraag 2  Om hoe laat .........? / A quelle heure ........?
Antwoord Om...   /  À............
                                                      Samenvatting vind je hier.

Slide 26 - Tekstslide

Faire des exercices
Exercices 9a et 9b en ligne.
2.4 écouter

timer
5:00

Slide 27 - Tekstslide

Bezittelijk voornaamwoord
Kenmerken:
In het Nederlands 1 vorm per persoon.
(mijn, jouw, zijn, haar, ons, julie, uw, hun)

In het Frans 3 per persoon.
Afhankelijk of het "bezit" mannelijk, vrouwelijk of meervoud is.

Kijk dus eerst naar het "bezit" en bepaal dan welke vorm je nodig hebt.

Slide 28 - Tekstslide

Bezittelijk voornaamwoord.
Bekijk page 64. Lees deze goed door.
Maak vervolgens 16a
Luister naar gesprekken van 16b
Exercice 16c: Kijk naar het "bezit" en bepaal welke bezittelijk voornaamwoord je nodig hebt.

Slide 29 - Tekstslide

Les devoirs
Herhalen Apprendre 1-4, pages 75->
Pouvoir, betekenis en vervoegingen, page 57
Kloktijden, page 59
Bezittelijk voornaamwoord, page 64
(af)maken: 9, 10, 11,12,13,14
16abc

Slide 30 - Tekstslide

C'est la fin
Au revoir!
Salut!   A plus!  A+  Ciao!
Bonne journée!! 

Slide 31 - Tekstslide