cross

2.1 A Griekse stadstaten

2.1 Griekse Stadstaten
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Geschiedenismavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

2.1 Griekse Stadstaten

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoel

Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen waarom de Oude Grieken kolonies hadden gesticht en op welke manier ze hun stadstaten bestuurden.

Slide 4 - Tekstslide

Wat weet je eigenlijk
van Griekenland?

Slide 5 - Woordweb

Slide 6 - Kaart

Bergen, heuvels en dalen

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Kolonies buiten Griekenland 
  • Een kolonie is een gebied van een land buiten dat land

  • Griekenland is door het droge klimaat en de rotsachtige grond erg onvruchtbaar (slechts 20% is geschikt voor landbouw)

  • Een mislukte oogst betekende al snel een hongersnood

Slide 9 - Tekstslide

Oplossing
  • Sommige Grieken trokken weg, op zoek naar een beter leven

  • Rond 750 v. Chr. hadden de Grieken kolonies in Spanje, Italië en Turkije

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Griekse 
stadstaten (1)
  • Griekenland bestond nog niet als één land

  • Er waren steden die als landen werden bestuurd: bijvoorbeeld met een eigen koning

  • Zo'n zelfstandige stad heet een polis (stadstaat)

Slide 12 - Tekstslide

Griekse 
stadstaten (2)
  • Poleis (meervoud van polis) worden op verschillende manieren bestuurd

  • Ze hebben wel vaak dezelfde 'Griekse' cultuur, taal en goden

  • De bekendste poleis waren Athene en Sparta

Slide 13 - Tekstslide

Sparta
  • Een koning is de baas (monarchie)

  • Oorlog en het leger zijn belangrijk

  • Kinderen krijgen een zware, Spartaanse opvoeding

  • Er zijn slaven

Slide 14 - Tekstslide

Athene
  • Het volk is de baas (democratie)

  • Oorlog en het leger zijn minder belangrijk

  • Kinderen krijgen een opvoeding met veel kunst en cultuur

  • Er zijn slaven

Slide 15 - Tekstslide

Begrippen uit deze les

  • kolonies
  • polis (stadstaat)
  • democratie
  • monarchie
  • burger
  • ostracisme

Slide 16 - Tekstslide

Jaartallen uit deze les

  • 800 v. Chr. - 550 v. Chr.: Griekse kolonisatie
  • 594 v. Chr.: wetten van Solon
  • 500 v. Chr.: wetten van Kleisthenes: Athene wordt een democratie

Slide 17 - Tekstslide

Welk bestuur had de stad Athene?
A
Keizer
B
Democratie
C
Adel
D
Koning

Slide 18 - Quizvraag

Wat betekent democratie?
A
Een koning regeert
B
Het volk regeert
C
Een tiran regeert
D
Een kleine groep rijken regeert

Slide 19 - Quizvraag

I. Athene lag in Griekenland, Sparta niet.
II. Athene was een stadstaat, Sparta niet.
A
stelling I is juist, stelling II is onjuist.
B
stelling I is onjuist, stelling II is juist.
C
Stelling I en II zijn allebei juist
D
Stelling I en II zijn allebei onjuist

Slide 20 - Quizvraag

De Grieken stichtten koloniën.
Waarom deden ze dat?

Slide 21 - Open vraag

Stel 1 vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 22 - Open vraag

Slide 23 - Video