6 Risico's van Middelengebruik Quiz

Wat zijn genotmiddelen?

A

Middelen om ziekten te behandelen

B

Middelen voor ontspanning

C

Middelen voor een prettig gevoel

1 / 15
volgende
Slide 1: Quizvraag
newEditorGASVBuitengewoon secundair onderwijsOpleidingsvorm 3Kwalificatiefase

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Wat zijn genotmiddelen?

A

Middelen om ziekten te behandelen

B

Middelen voor ontspanning

C

Middelen voor een prettig gevoel

Wat zijn medicijnen?

A

Middelen om klachten te verminderen

B

Middelen voor ontspanning

C

Middelen om ziekten te behandelen

Waarom is risico inschatten nodig?

A

Om gevolgen op korte termijn te zien

B

Om alleen de prijs te vergelijken

C

Om effect op anderen te begrijpen

Wat is passief meeroken?

A

Gezondheidsrisico voor omstanders

B

Roken zonder nicotine

C

Rook van anderen inademen

Wat kan roken veroorzaken?

A

Luchtwegproblemen

B

Longkanker

C

Verhoogde energie

Waarom is vapen niet onschuldig?

A

Het is altijd veilig

B

Het bevat schadelijke stoffen

C

Het beïnvloedt je lichaam

Wat betekent verslaving?

A

Altijd gelukkig zijn

B

Moeilijk zonder kunnen

C

Afhankelijkheid van een middel

Wat zijn gevolgen van verslaving?

A

Altijd meer energie

B

Slechtere lichamelijke gezondheid

C

Problemen in relaties

Wat zijn gevolgen voor mentale gezondheid?

A

Meer stress en onrust

B

Minder controle voelen

C

Altijd gelukkig zijn

Wat is een bewuste keuze?

A

Nadenken over risico's

B

Altijd iets proberen

C

Kiezen voor gezondheid

Hoe gebruik je medicijnen veilig?

A

Volg de voorgeschreven instructies

B

Gebruik zoals bedoeld

C

Neem meer dan voorgeschreven

Wat zijn gezonde levensstijlkeuzes?

A

Rekening houden met anderen

B

Negeer gevolgen van middelen

C

Risico's goed inschatten

Wat is een voorbeeld van een genotmiddel?

A

Alcohol

B

Antibiotica

C

Tabak

Wat is een voorbeeld van een medicijn?

A

Antibiotica

B

Pijnstillers

C

Drugs

Wie kan last krijgen van passief meeroken?

A

Vrienden

B

Alleen de roker

C

Mensen in de omgeving