Organisatie van activiteiten voor 4- tot 12-jarigen. opdrachten

Opdrachten bij hoofdstuk 9
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
ontwikkelingspsychologieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Opdrachten bij hoofdstuk 9

Slide 1 - Tekstslide

Op de bso is geen dag hetzelfde. Het is essentieel dat je als gespecialiseerd pedagogisch medewerker kunt inspelen op de situatie van de dag en de kinderen die aanwezig zijn.

Kies telkens het juiste woord.

Slide 2 - Tekstslide

1. De duur van de bso (korte middag of een hele dag) is ........ van invloed op de programmastructuur.
A
wel
B
niet

Slide 3 - Quizvraag

2. Heb je meer opvangtijd, dan kun je ....... doelgerichte activiteiten oppakken.
A
meer
B
minder

Slide 4 - Quizvraag

Met meer opvangtijd wordt het ....... om activiteiten buiten de opvanglocatie te regelen.
A
lastiger
B
gemakkelijker

Slide 5 - Quizvraag

Door gebruik te maken van ritme en structuur kun je ........ zorgen voor houvast en daarmee een gevoel van veiligheid creëren.
A
wel
B
niet

Slide 6 - Quizvraag

Op de bso is geen dag hetzelfde. Het is essentieel dat je als gespecialiseerd pedagogisch medewerker kunt inspelen op de situatie van de dag en de kinderen die aanwezig zijn.

Geef aan of de stellingen juist of onjuist zijn.

Slide 7 - Tekstslide

Doelgerichte activiteiten dagen kinderen uit iets nieuws te leren.
A
juist
B
onjuist

Slide 8 - Quizvraag

Doelgerichte activiteiten zorgen voor afwisseling in het bso-programma.
A
juist
B
onjuist

Slide 9 - Quizvraag

Doelgerichte activiteiten leren kinderen zichzelf te vermaken.
A
juist
B
onjuist

Slide 10 - Quizvraag

Op de bso is geen dag hetzelfde. Het is essentieel dat je als gespecialiseerd pedagogisch medewerker kunt inspelen op de situatie van de dag en de kinderen die aanwezig zijn.

Slide 11 - Tekstslide

Welke meerwaarde heeft het opnemen van thema’s in de jaarprogramma’s van de bso?
A
Het ontlast de gespecialiseerd pedagogisch medewerkers.
B
Het scheelt in kosten.
C
Het zorgt voor een afwisselend activiteitenprogramma

Slide 12 - Quizvraag

Een vakantie betekent voor een bso extra tijd voor verdiepende activiteiten.

Slide 13 - Tekstslide

Waar moet je zeker aan denken bij het organiseren van een verdiepende activiteit?
A
Ouders inschakelen voor het vervoer
B
Op tijd weten wat anderen organiseren
C
Zorgen voor goede communicatie richting kinderen en hun ouders.

Slide 14 - Quizvraag

Veel bso’s organiseren inspraak; ieder op eigen wijze.

Slide 15 - Tekstslide

Inspraak zorgt voor betere afstemming van vraag en aanbod.
A
waar
B
niet waar

Slide 16 - Quizvraag

Inspraak maakt dat kinderen zich serieus genomen voelen.
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quizvraag

Inspraak zorgt voor lagere kosten.
A
waar
B
niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Veel bso’s organiseren inspraak; ieder op eigen wijze.
Vaak geven bso’s ook de kinderen de mogelijkheid van inspraak. Voor die inspraak zijn speelse werkvormen denkbaar.

Zet bij elke omschrijving de juiste werkvorm.

Slide 19 - Tekstslide

werkvorm
omschrijving
tonen van afbeeldingen van de gewenste situatie
in dit product staan teksten, tekeningen en foto’s van de gewenste situatie opgenomen
resultaten van gesprekken van kinderen met elkaar levert veel input
hierin kunnen kinderen hun briefjes met wensen doen
driedimensionale beelden kunnen de nodige input leveren wat betreft wensen
interviews
kinderkrant
Bouwen
ideeënbus
foto's

Slide 20 - Sleepvraag

Welke stelling is onjuist?

A
Bij de start van de bso-middag geef je vooral aandacht aan de oudere kinderen.
B
Ergens aan het begin van een bso-middag zorg je voor een gezamenlijk en gezellig moment.
C
Jonge kinderen haal je bij school op.
D
Het afscheid nemen is een goed moment voor informatie-uitwisseling met ouders.

Slide 21 - Quizvraag

Als gespecialiseerd pedagogisch medewerker op de bso kun je allerlei activiteiten aanbieden.
Je kunt ervoor kiezen om kinderen zelf hun activiteit te laten bedenken.
Waar moet je in dat geval aan denken? Gebruik in je antwoord in elk geval de termen: bedenken, begeleiding, tijd en vrije activiteit(en).

Slide 22 - Open vraag

Een doelgerichte activiteit vraagt om een goede voorbereiding. Een activiteitenformulier (met zes stappen) helpt daarbij.
Zet de stappen in de juiste volgorde.

1
2
3
4
5
6
uitvoeren van de activiteit
evalueren van de activiteit
doel van de activiteit formuleren
gegevens verzamelen
plannen van de activiteit
behoefte aan activiteit vaststellen

Slide 23 - Sleepvraag

Verschillende uitgangspunten zijn van belang bij het aanbieden van activiteiten.

Welk uitgangspunt hoort NIET in het rijtje?


A
De activiteiten sluiten aan bij de ontwikkeling en behoeften van kinderen.
B
De activiteiten zijn gericht op het ontwikkelen van competenties.
C
De activiteiten zijn een middel om een doel te bereiken.
D
De activiteiten zorgen ervoor dat alle kinderen zullen meedoen.

Slide 24 - Quizvraag

Elke bso staat onder toezicht van inspectie. Het gaat bij die inspectie onder meer om de vraag of kinderen voldoende gevarieerde activiteiten en spelmaterialen aangeboden krijgen. Ook kijkt de inspectie naar de manier waarop gespecialiseerd pedagogisch medewerkers hun taak vervullen.
Welke vier punten zijn in dat kader van belang?

Slide 25 - Open vraag

Op een bso worden allerlei activiteiten aangeboden. Deze activiteiten zijn binnen een categorie te plaatsen. Het aanbod van de activiteiten is mede afhankelijk van de inrichting van een bso.
Hoe kun je ervoor zorgen dat binnen één ruimte zoveel mogelijk verschillende activiteiten kunnen worden gedaan?

Slide 26 - Open vraag

Een praktijksituatie
Inrichting en activiteiten op de bso

Slide 27 - Tekstslide

Het aantal kinderen op bso Het Knettershonk groeit snel. Inmiddels maken er dagelijks al ruim vijftig kinderen gebruik van de buitenschoolse opvang. De inspecteur van de GGD heeft al bij een eerder inspectiebezoek vastgesteld dat de 165 m2 binnenspeelruimte voldoende is voor het aantal kinderen dat Het Knettershonk bezoekt. De gespecialiseerd pedagogisch medewerkers komen nu bij elkaar om de herinrichting van hun locatie te bespreken met de leidinggevende Kim. De bso bestaat uit een grote ontmoetingsruimte, een ruimte voor bouwen techniekactiviteiten en een buitenruimte. De gespecialiseerd pedagogisch medewerkers hebben moeite om hun tijd en aandacht goed te verdelen tussen alle kinderen op deze snelgroeiende bso. Een goede herinrichting van de locatie kan hen hierbij zeker helpen.

Slide 28 - Tekstslide

Wanneer alle gespecialiseerd pedagogisch medewerkers aanwezig zijn, brandt Melanie los. ‘Ik zie het allemaal niet meer zitten hoor,’ klaagt ze. ‘Ik ben de hele middag politieagent aan het spelen. De kinderen doen gewoon waar zij zin in hebben, rennen door de ruimtes en luisteren totaal niet. Wat moet ik hier nu mee?’ 
‘Misschien is het handig om naast het herinrichten van de locatie ook een leuk en afwisselend activiteitenprogramma voor de middagen te maken,’ reageert Celine. Celine is kortgeleden begonnen op Het Knettershonk en voor de eerste keer aanwezig bij het groepsoverleg. Jullie bieden tijdens de vakanties toch ook activiteiten aan? Dus waarom niet tijdens de opvang in de schoolweken? Op mijn vorige bso werkten we het hele jaar door met een activiteitenprogramma. Ik ben echt verbaasd dat dit hier niet gebeurt.’

Slide 29 - Tekstslide

‘Hoezo een activiteitenprogramma?’ vraagt Wim. ‘Het is vrije tijd voor kinderen. Ze moeten de hele dag al van alles op school en dan moeten ze na schooltijd bij ons ook nog eens aan een programma deelnemen? Laat ze toch lekker zelf die paar uurtjes bepalen wat ze willen doen.’
‘Natuurlijk is het voor kinderen ook goed om vrij te spelen,’ antwoord Celine, ‘maar het aanbieden van doelgerichte activiteiten is echt een meerwaarde voor de bso.’ ‘Ik zou het ook graag anders willen doen,’ valt Fatiha haar collega Celine bij. ‘Nu we de locatie opnieuw inrichten, kunnen we tegelijkertijd een goed activiteitenprogramma neerzetten.’ ‘Een goede inrichting en een leuk activiteitenprogramma aan de hand van thema’s geeft jullie zeker meer houvast,’ zegt Kim. ‘De inrichting van de bso bepaalt mede het programma-aanbod. Je kunt als het ware de inrichting zien als de derde pedagoog. We gaan hiermee
aan de slag.’

Slide 30 - Tekstslide

Klopt het dat het aantal vierkante meters voldoende is voor het aantal kinderen op Het Knettershonk?

Slide 31 - Open vraag

Het Knettershonk heeft een grote ontmoetingsruimte, een ruimte voor bouw- en techniekactiviteiten en een buitenruimte. Vind je dit voldoende? Zo nee, welke
andere ruimtes kun je nog bedenken?

Slide 32 - Open vraag

Melanie zegt dat ze de hele middag politieagent moet spelen. Hoe kan de
herinrichting van de locatie haar helpen?

Slide 33 - Open vraag

Melanie kaart een probleem aan. Hoe kan het opstellen van een activiteitenplan
Melanie helpen?

Slide 34 - Open vraag

Ben je het eens met de stelling van Wim dat buitenschoolse opvang vrije tijd is voor
de kinderen? Onderbouw je antwoord.

Slide 35 - Open vraag