2020 zakelijke correspondentie - periode 3

Zakelijke correspondentie
Brief of e-mail

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Zakelijke correspondentie
Brief of e-mail

Slide 1 - Tekstslide

Zakelijke brief of e-mail.

Wanneer?

Slide 2 - Woordweb

Formele taal
Formele taal is een naam voor taal die je gebruikt in meestal serieuze situaties. 
Je gebruikt het vooral als je praat of schrijft met mensen die je niet zo goed kent of met mensen die wat "belangrijker" zijn. 
Je gedraagt je netter en je gebruikt ook wat nettere taal. 

Slide 3 - Tekstslide

Informele taal
Informele taal is taal die je gebruikt in minder serieuze situaties. Het is ‘losser’. 
Je gebruikt het als je praat met je ouder(s) of als je een berichtje schrijft naar bijvoorbeeld een vriend.
Let op: informeel betekent niet dat je meer fouten mag maken. Je gebruikt alleen wat eenvoudigere woorden, die lijken op de taal die je spreekt.

Slide 4 - Tekstslide

Voorbereiding zakelijke correspondentie

Slide 5 - Tekstslide

Indeling zakelijke brief of 
e-mail

  • Eerste alinea: aanleiding / onderwerp van de brief of e-mail 
  • Kern: uitwerking van het onderwerp van de brief in één of   meerdere alinea's: compact en doelgericht.
  • Slot: wat verwacht je van de ontvanger van de brief?

Slide 6 - Tekstslide

inleiding
kern
slot
Wat wil je en waarom? Je behandelt de verschillende kanten van je onderwerp; de deelonderwerpen. Deze zet je in een logische volgorde.
Kun je nogmaals het doel van de brief weergeven. Je schrijft precies wat je verwacht van de ontvanger. 
vertel je wat de aanleiding is voor het schrijven van je brief. Nooit beginnen met ik of mijn, dit is onbeleefd.

Slide 7 - Sleepvraag

Slide 8 - Tekstslide

Bij een informele brief gebruik je:
A
je, jij
B
altijd u
C
kan allebei

Slide 9 - Quizvraag

Wat betekent T.a.v.? in een zakelijke brief of e-mail?
A
ter attentie van
B
ter attentie voor
C
ten attentie van
D
ten attentie voor

Slide 10 - Quizvraag

Schrijf de plaatsnaam waar je nu bent en datum op de juiste, formele manier:

Slide 11 - Open vraag

Welk woord geeft aan: Hier staat het onderwerp van de brief?
A
Bijlage(n)
B
Briefhoofd
C
Slotformule
D
Betreft- regel

Slide 12 - Quizvraag

In een zakelijke brief moet je een 'aanhef' zetten. Wat is dat?

Slide 13 - Open vraag

Welke aanhef is goed?
A
Hoi mevrouw,
B
Geachte A. de Groot,
C
Beste Mevrouw Bakker,
D
Geachte heer Van Baalen,

Slide 14 - Quizvraag

Welke afsluitende groet is correct?
A
hoogachtend,
B
Met vriendelijke groet,
C
Hoogachtend,
D
met vriendelijke groet,

Slide 15 - Quizvraag

Wat hoort bij een zakelijke brief
of zakelijke e-mail?
A
informele taal
B
formele taal

Slide 16 - Quizvraag

Wat hoort bij informele taal?
A
Het gebruik van het woord 'je'
B
Het gebruik van het woord 'u'

Slide 17 - Quizvraag

Hoe eindig je dus bij voorkeur een zakelijke brief?
A
Met vriendelijke groet,
B
Groetjes,
C
Nou, tot ziens dan maar!
D
Hoogachtend,

Slide 18 - Quizvraag

 Onderdelen zakelijke brief

  • Naam en adres afzender
  • Naam en adres geadresseerde
  • Plaatsnaam, datum (maand voluit)
  • Betreft of onderwerp
  • Aanhef: Geachte heer, mevrouw, of Beste meneer, mevrouw,
  • Inleiding, kern, slot (denk aan alinea's)
  • Afsluiting: Met vriendelijke groet,
  • Handtekening


Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Zakelijke e-mail

Slide 21 - Tekstslide

Schrijfwijze van namen in de aanhef


Geachte of beste mevrouw Sluis,
Geachte of beste mevrouw Sluis - van Wiel,
Geachte of beste mevrouw De Waag - Dekkers,
Geachte of beste mevrouw Van Geest - van der Togt,
Geachte of beste heer Wagemakers,
Geachte of beste heer Van 't Lam,

Slide 22 - Tekstslide

De inleidende zin
  • In de inleidende zin vertel je altijd waarom je de e-mail schrijft.
  • Als in de opdracht staat dat je jezelf moet voorstellen, dan doe je dat ook in de inleidende zin.

Slide 23 - Tekstslide

Het middenstuk
  • Je zakelijke e-mail bestaat altijd uit minimaal twee alinea's in het middenstuk 
  • In deze alinea's beschrijf je de meeste verplichte punten uit de opdracht 
  • Maak gebruik van de situatiebeschrijving om de verplichte punten te verwerken 
  • Staat de info niet in de situatieomschrijving? Bedenk het dan zelf! 
  • Beschrijf deze punten kort en bondig 
  • Gebruik makkelijke taal! Zo voorkom je spelfouten

Slide 24 - Tekstslide

Afsluitende zin
In de afsluitende zin sluit je de e-mail netjes af. Je kunt hier  het laatste verplichte punt voor gebruiken.
  • Ik hoop spoedig van u te horen.
  • Ik ontvang graag snel een reactie.
  • Ik vraag u vriendelijk om binnen twee weken te reageren.

Slide 25 - Tekstslide

Voorbeeld examenopdracht
De manager van de facilitaire dienst van jouw school wil graag de mening van studenten over de schoolvoorzieningen weten. 
Hij heeft jou gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de tevredenheid over de voorzieningen op jouw school. Je hebt dit onderzoek met jouw klas uitgevoerd. 
Er is gekeken naar onder andere de kantine, fietsenstalling, (gebrek aan een) rokersplek, toiletten, werkplekken, printers en kluisjes. 
Je schrijft een e-mail naar aanleiding van de resultaten en je geeft een advies. Je schrijft deze e-mail aan de directeur van je opleiding, mevrouw M. Broekhuis. 
De informatie mag je zelf verzinnen.

Slide 26 - Tekstslide

Opdracht
Inhoud: Je legt uit waarom je deze e-mail schrijft. Je beschrijft hoe je het onderzoek hebt uitgevoerd. 
Je beschrijft de resultaten van het onderzoek: 
o Je beschrijft op welke punten jouw school een voldoende resultaat heeft behaald. 
o Je geeft een verklaring voor minimaal twee punten die voldoende zijn. o Je beschrijft op welke punten jouw school een onvoldoende resultaat heeft behaald. 
o Je geeft een verklaring voor minimaal twee punten die onvoldoende zijn. Je geeft een advies ter verbetering van de voorzieningen die een onvoldoende hebben gescoord.

Slide 27 - Tekstslide

Zijn er nog vragen?

Slide 28 - Tekstslide