LES 7

Welkom
Mobiel uitzetten en in de tas doen.
Rustig op je eigen plek gaan zitten.
Je schrift en etui op tafel leggen.
Je laptop nog even in je tas laten zitten.
Als de timer op 0 staat start de uitleg en zit je klaar.
timer
1:00
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
Middelbare school

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Welkom
Mobiel uitzetten en in de tas doen.
Rustig op je eigen plek gaan zitten.
Je schrift en etui op tafel leggen.
Je laptop nog even in je tas laten zitten.
Als de timer op 0 staat start de uitleg en zit je klaar.
timer
1:00

Slide 1 - Tekstslide

Deze les
Terugblik doelen vorige les/week.   
Uitleg nieuwe doelen.   
Opdrachten maken.   
Afsluiten; hoe is het deze les gegaan? 

Slide 2 - Tekstslide

Wat weet je nog/al?
Vorige week (of weken) gedaan: B2 en B3 over luchtdruk en wind.

Slide 3 - Tekstslide

Welke vragen waren lastig?
7

Andere vragen fout en nog niet duidelijk waarom?  
Of snap je een vraag nog niet?  
Vraag dan zo tijdens het maken van de opdrachten nog even om extra uitleg.

Slide 4 - Tekstslide

Nieuwe leerdoelen deze week: 
• Je kunt het verband beschrijven tussen de temperatuur en de hoeveelheid waterdamp in de lucht. 
• Je kunt uitleggen wat het dauwpunt is. 
• Je kunt een grafiek interpreteren die de relatie geeft tussen het dauwpunt en de hoeveelheid waterdamp in de lucht. 
• Je kunt uitleggen hoe stapelwolken ontstaan en wat het condensatieniveau is. 
• Je kunt uitleggen hoe mooiweerwolken, buienwolken en hagel ontstaan. 
 
Voor vwo ook: 
+ Je weet hoe je de luchtvochtigheid kunt meten en berekenen. 

Slide 5 - Tekstslide

Je kunt het verband beschrijven tussen de temperatuur en de hoeveelheid waterdamp in de lucht. 
Welke lucht kan meer waterdamp bevatten? Koude of warme?

En hoe kun je dan dus het verband beschrijven?

Kun je dan ook uitleggen waarom iets sneller droogt als je het voor de kachel hangt?


Slide 6 - Tekstslide

• Je kunt uitleggen wat het dauwpunt is. 
• Je kunt een grafiek interpreteren die de relatie geeft tussen het dauwpunt en de hoeveelheid waterdamp in de lucht. 
-Hoe heet de faseovergang van gas naar vloeibaar?
-Dauwpunt is het moment (De temperatuur in een bepaalde situatie) waarop die overgang plaats vindt. Die temperatuur hangt af van de luchtvochtigheid.  
Waarom hangt temperatuur daar van af?
-En wat gebeurt er als het dauwpunt onder de 0 graden Celsius komt? 
(Denk aan de faseovergangen).
-Wat is het dauwpunt als er 20 gram waterdamp per kubieke meter
lucht zit? Gebruik de grafiek.
-Met hoeveel gram water per kubieke meter lucht is het dauwpunt 
20 graden celsius? Gebruik de grafiek.

Slide 7 - Tekstslide

-Je kunt uitleggen hoe stapelwolken ontstaan en wat het condensatieniveau is.
-Je kunt uitleggen hoe mooiweerwolken, buienwolken en hagel ontstaan. 
Hierover zo twee video's.

Let op: (noteer) 

Condensatie niveau is de hoogte (dus niet de temperatuur want..) waarop de waterdamp gaar condenseren.

Convectiestroming: stroming die wordt veroorzaakt door een plaatselijk temperatuurverschil.
(Denk aan temperatuur boven land en zee op Texel).

Slide 8 - Tekstslide

Soorten wolken
Er bestaan verschillende soorten wolken, kijk maar eens buiten naar boven of op het plaatje hiernaast.
Je hoeft de namen niet uit je hoofd te leren, maar we gaan wel verder in op één daarvan. De Cumulus (stapelwolk)

Slide 9 - Tekstslide

0

Slide 10 - Video

Slide 11 - Video

• Je kunt uitleggen hoe mooiweerwolken, buienwolken en hagel ontstaan. 
In het plaatje hiernaast zie je in welke fase de watermoleculen zich bevinden bij een bepaalde temperatuur.

  • Hoe hoger in de lucht, hoe lager de temperatuur is.

  • Er valt geen neerslag als de lucht omhoog stroomt, de lichte druppels en ijskristallen worden weer omhoog gestuwd.

  • Als de druppels of ijskristallen te zwaar zijn om omhooggestuwd te worden valt er wel neerslag

Slide 12 - Tekstslide

• Je kunt uitleggen hoe mooiweerwolken, buienwolken en hagel ontstaan. 
  • Er valt geen neerslag als de lucht omhoog stroomt, de lichte druppels en ijskristallen worden weer omhoog gestuwd.
  • Als de druppels of ijskristallen te zwaar zijn om omhooggestuwd te worden valt er wel neerslag.

Slide 13 - Tekstslide

Wanneer valt er sneeuw?
  • Bij een temperatuur van -12 graden Celsius in de wolk rijpt de waterdamp tot kristallen.
  • Hierbij zijn ook kristallisatiekernen (bv stofdeeltjes) nodig.
  • De ijskristallen groeien uit tot sneeuwvlokken.
  • Als ze zwaar genoeg zij vallen ze naar beneden.
  • Alleen bij een lage temperatuur blijven de kristallen bestaan, anders smelten ze en valt er regen.

Slide 14 - Tekstslide

Wanneer valt er hagel?
  • Hagelsstenen ontstaan op grote hoogte.
  • Hier zijn sterke daal- en stijgstromen die de kristallen meevoeren.
  • Als ze in het deel van de wolk komen waar de temperatuur                              0 graden Celcius is, dan groeien de kristallen aan  (onderkoelde waterdruppels).
  • De ijskorrels worden dan zo zwaar dat ze naar beneden vallen

Slide 15 - Tekstslide

Havo gaat aan het werk.
   
-Paragraaf 4 maken, (1 t/m 9) 
-Antwoorden van de opdrachten controleren  
-Formatief toetsen van de leerdoelen met 
  • de flitskaarten en 
  • de test je zelf.

Slide 16 - Tekstslide

+ Je weet hoe je de luchtvochtigheid kunt meten en berekenen. 
100% luchtvochtigheid is gelijk aan het dauwpunt. Er kan niet nog meer water (in gas vorm) worden opgenomen in de lucht.

Hoe is de luchtvochtigheid (%) als ik 10 gram 
waterdamp per kubieke meter heb?
Gebruik de grafiek.

a) bij 10 graden celsius? 
b) en bij 30 graden celsius? 

Slide 17 - Tekstslide

timer
5:00
Leerdoelen:
• Je kunt het verband beschrijven tussen de temperatuur en de hoeveelheid waterdamp in de lucht. 
• Je kunt uitleggen wat het dauwpunt is. 
• Je kunt een grafiek interpreteren die de relatie geeft tussen het dauwpunt en de hoeveelheid waterdamp in de lucht. 
• Je kunt uitleggen hoe stapelwolken ontstaan en wat het condensatieniveau is. 
• Je kunt uitleggen hoe mooiweerwolken, buienwolken en hagel ontstaan. 
 
Voor vwo ook: 
+ Je weet hoe je de luchtvochtigheid kunt meten en berekenen. 

Kun je bereiken door:
-Te lezen / bestuderen de tekst van paragraaf 4
-Te maken: havo opdracht 1 t/m 9 en vwo 1 t/m 11
-De antwoorden van de opdrachten serieus te controleren.   
-Je kennis van de leerdoelen te toetsen met de flitskaarten en de test je zelf.

Slide 18 - Tekstslide

Afsluiting.
Hoe ver ben je gekomen? 
Samenvatten van deze les. 
Feedback geven en vragen. 
Ga je thuis nog wat doen om de doelen te bereiken? Zo ja, wat?
Volgende week een toets over hoofdstuk 3.

Slide 19 - Tekstslide

Genoteerd wat je thuis gaat doen?  
Pak dan je tas in en wacht nog even rustig op je eigen plek tot het tijd is.

Slide 20 - Tekstslide

spinners per klas 
       hv1a                       hv1b                           hv2a                         hv2b

Slide 21 - Tekstslide