Les 3 De Sociale Kwestie

De industriële samenleving 
van Nederland



De Sociale Kwestie
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 3,4

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

De industriële samenleving 
van Nederland



De Sociale Kwestie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen oefenen
Je krijgt een blad met de begrippen daarop.
Vul deze in.


Probeer het zonder boek!
timer
10:00

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen
Aan het eind van deze les...
...ken je de begrippen en personen. (R)
...kan je verklaren en benoemen hoe de sociale verhoudingen veranderden tijdens de Industriële Revolutie in Nederland. (T2)

Slide 13 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Wat is de Sociale Kwestie? 
(1)
  • Een kwestie is een probleem

  • De slechte woon- en werkomstandigheden van de arbeiders zijn duidelijk zichtbaar.

  • Eind 19e eeuw.

  • Vooral in de steden.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie
Checklist:
  • Interactieve uitleg (responsief): wisbordjes, LessonUp check-vragen, Cornell-methode.
  • Een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren.
  • Meertaligheid functioneel inzetten.
  • Iedereen bij de les betrekken.

Slide 15 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Voorbeelden
Checklist:
  • Dual Coding (woord en beeld combineren)
  • Concrete voorbeelden
  • Herkenbare voorbeelden gerelateerd aan de leefwereld van de leerlingen

Slide 16 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Wat is de
 Sociale Kwestie? (2)
  • ‘De rijken worden rijker, de armen worden armer’

  • Alleen ‘de rijken’ mogen stemmen

  • Hierdoor blijven ‘de rijken’ aan de macht

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Let op: De weekinkomsten van een mannelijke arbeider
was ongeveer 900 cent (9 gulden)

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Wat is de sociale kwestie?
A
Het besef dat de goede levensomstandigheden van de arbeiders verslechterd moeten worden.
B
Het besef dat de Industriële Revolutie een slechte invloed had op de economie.
C
Het besef dat de slechte levensomstandigheden van de arbeiders genegeerd moeten worden.
D
Het besef dat de slechte levensomstandigheden van de arbeiders verbeterd moeten worden.

Slide 20 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Wie schreef als eerste over de sociale kwestie?
A
artsen
B
priesters
C
dominees
D
journalisten

Slide 21 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Welke overeenkomst hadden deze mensen?
A
Ze waren actief in de politiek
B
Ze waren afkomstig uit de arbeidersklasse
C
Ze hadden een goede opleiding gehad
D
Ze waren eenvoudige mensen

Slide 22 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Waarom zou een fabrikant `
niet over de sociale kwestie schrijven?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie helpt 
de arbeiders? (1)
  • Sommige fabrikanten gaven de arbeiders wél wat extra's (soms ook uit eigen belang: een fittere arbeider werkt harder...)

  • Arbeiders gaan staken: dit werkt alleen als iedereen gaat staken, en dat was moeilijk vol te houden

  • Arbeiders gaan samenwerken in vakbonden.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie helpt 
de arbeiders? (2)

  • Nederland kent drie grote politieke groepen: socialisten (links), confessionelen (midden) en liberalen (rechts)

  • Deze politieke groepen hebben allemaal een andere oplossing voor de Sociale Kwestie, maar ook allemaal eigen belangen

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Maak vraag 5 (feit en mening) van hst 3. Via Feniks Online.
timer
3:00

Slide 26 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
Liberalen

  • Nachtwakersstaat: overheid zorgt alleen voor orde en veiligheid

  • Economie helemaal vrij laten

  • Sociale wetten kosten teveel geld

  • Rechts in de politiek

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Confessionelen
  • Confessie=geloof (Protestant/Rooms-katholiek)

  • Ongelijkheid omdat God het zo wil

  • Goede christenen helpen elkaar

  • Werkgevers en werknemers moeten er samen uitkomen

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Socialisten
  • Overheid moet er alles aan doen om arbeiders te beschermen

  • Betere arbeidersomstandigheden (o.a. meer loon)

  • Om dit te bereiken: strijd voor algemeen kiesrecht (ook met stakingen en demonstraties)

  • Links in de politiek

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Langzaam 
verbetering
  • Eerste sociale wetten vanaf 1874: Kinderwetje van Van Houten
  • Leerplichtwet (1901), Woningwet (1901)
  • 1917: Algemeen Kiesrecht voor mannen
  • 1919: Algemeen kiesrecht voor vrouwen
  • 1919: arbeidsweet > cao

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vóór de Woningwet...
...na de Woningwet

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eerste Wereldoorlog
  • Nederland is neutraal

  • Eerste jaar gaat het goed met de industrie, daarna gaat het slechter.

  • Er kwam een voedseltekort; oplossing = distributiestelsel

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Succes voor
 de arbeider
  • 1919: arbeidswet

  • achturige werkdag

  • collectieve arbeidsovereenkomst (cao) per beroepsgroep

  • wetten voor verzekering tegen ziekten en ongevallen en pensioenopbouw

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Crisis jaren '30
  • 1929: start economische crisis (Beurskrach)

  • veel werklozen

  • eerste uitkeringen door Colijn

  • aanpassingspolitiek; was geen succes.

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Waarvoor was de NL regering
in de jaren 1917-1919 bang?
A
De regering was bang dat er een revolutie zou komen.
B
De regering was bang dat er een staking zou komen.
C
De regering was bang dat er nieuwe verkiezingen zouden komen.
D
De regering was bang dat niemand het distributiestelsel wilde.

Slide 35 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Was deze angst terecht, als je
denkt aan de oproep van Troelstra?

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting
Je weet nu hoe de sociale verhoudingen in Nederland door de Industriële Revolutie veranderden.


Huiswerk: 
Begrippen leren (elke dag 10 min)
Maak t/m hst 3 van de Industriële Revolutie

Slide 37 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

    Begrippen uit deze les
  • sociale wet
  • vakbond
  • socialisten
  • liberalen
  • communisten
  • confessionelen
  • distributiestelsel
  • collectieve arbeidersovereenkomst (CAO)
  • uitkeringen
  • aanpassingspolitiek

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Personen uit deze les

  • Samuel van Houten
  • Pieter Jelles Troelstra
Verwerk deze personen op je begripkaartje

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jaartallen 
uit deze les
  • 1874: kinderwetje van Van Houten
  • 1901: leerplichtwet
  • 1901: woningwet
  • 1917: Algemeen kiesrecht mannen
  • 1919: Algemeen kiesrecht vrouwen
  • 1914-1918: Eerste Wereldoorlog
  • 1896: oprichting SDAP
  • 1919: Arbeidswet
  • 1929: economische crisis

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Stel 1 vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies