Begrijpend lezen

Reading
In deze les ga je leren de hoofdgedachte te vinden.
We beginnen eerst met plaatjes. Kies het juiste antwoord, waar gaat het plaatje over?

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Reading
In deze les ga je leren de hoofdgedachte te vinden.
We beginnen eerst met plaatjes. Kies het juiste antwoord, waar gaat het plaatje over?

Slide 1 - Tekstslide


A
Dan and Ed work together
B
Dan's shirt is blue

Slide 2 - Quizvraag


A
The bear has fun on the swing
B
The bear is brown

Slide 3 - Quizvraag


A
The kids are sleeping
B
The kids play a game

Slide 4 - Quizvraag


A
The wall is green
B
Stan plays ball

Slide 5 - Quizvraag


A
The ant paints a picture
B
The ant has a nice house

Slide 6 - Quizvraag


A
The mouse likes cheese
B
The cheese is yellow

Slide 7 - Quizvraag


A
The people are at the beach
B
It is time for lunch

Slide 8 - Quizvraag


A
The dog is at the vet
B
The puppy is white

Slide 9 - Quizvraag


A
The boy looks out the window
B
The boy and the cat play

Slide 10 - Quizvraag


A
The children have fun in the snow
B
A bird is on the snowman

Slide 11 - Quizvraag

We kijken dus naar het HELE plaatje. 
Dus: waar gaat het HELE plaatje over? Wat gebeurd er? 
Niet: wat zie je? 

Je ziet meer dan 1 ding op een plaatje. Als je alle dingen die je ziet samenbrengt, wat zie je dan?
Voorbeeld:

Slide 12 - Tekstslide

Zie je 1 steen...

Slide 13 - Tekstslide

Een muur...

Slide 14 - Tekstslide

Of een kasteel?

Slide 15 - Tekstslide

Bij lezen gebeurd hetzelfde
Hoe?

Slide 16 - Tekstslide

Zie je 1 woord...

Slide 17 - Tekstslide

Een zin...

Slide 18 - Tekstslide

Of een verhaal?

Slide 19 - Tekstslide

That's the MAGIC of reading
Laat het verhaal LEVEN

Slide 20 - Tekstslide

Lees geen woorden. Doe je ogen dicht en ZIE, HOOR, RUIK en VOEL het verhaal

Slide 21 - Tekstslide

One day, a turtle and a rabbit decided to race each other. The rabbit was sure he would win. After all, he was much faster than the turtle.
When the race started, the rabbit began to sprint as fast as he could. Soon, he was way ahead of the turtle.
"I may as well take a nap," the rabbit thought. "That slow turtle will never catch up with me!"
While the rabbit slept, the turtle kept going and going. He never stopped, even when he got tired. The turtle reached the finish line while the rabbit was still asleep. The slow turtle won the race!
One day, a turtle and a rabbit decided to race each other. The rabbit was sure he would win. After all, he was much faster than the turtle.
When the race started, the rabbit began to sprint as fast as he could. Soon, he was way ahead of the turtle.
"I may as well take a nap," the rabbit thought. "That slow turtle will never catch up with me!"
While the rabbit slept, the turtle kept going and going. He never stopped, even when he got tired. The turtle reached the finish line while the rabbit was still asleep. The slow turtle won the race!

Slide 22 - Tekstslide

Wat betekent het woord 'way' in de zin: Soon, he was way ahead of the turtle?
A
voor
B
snel
C
ver
D
schildpad

Slide 23 - Quizvraag

Faster is sneller. Wat is snelst in het Engels?
A
fasterer
B
quick
C
fastest
D
speed

Slide 24 - Quizvraag

Wat betekent 'take a nap'?
A
Iemand na-apen.
B
Heel hard rennen.
C
Pauze nemen.
D
Een slaapje doen.

Slide 25 - Quizvraag

The race started. In welke tijd staat 'started'?
A
present simple
B
past simple

Slide 26 - Quizvraag

Welke van deze woorden staan in 'past simple'?
A
decided - started - stopped
B
rabbit - race - sprint

Slide 27 - Quizvraag

Welke van deze woorden staan in 'past simple'?
A
began - reached - slept
B
ahead - turtle - nap

Slide 28 - Quizvraag

What does the story tell us?
A
The rabbit took a nap
B
The turtle kept going until he won the race.

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Video

Wat leren we uit het verhaal?
1. Ga uitdagingen niet uit de weg. Probeer het.
2. Geef jouw doelen niet op. Ga door. Hou het doel in het oog.
3. Kijk niet naar anderen wat die kunnen of doen. Kijk naar jezelf en wat je zelf al hebt bereikt.
4. Soms duurt het wat langer, ben je moe, of denk je dat iets te moeilijk is. Geef niet op, ga rustig door en stop niet. 

Slide 31 - Tekstslide

Wat heb jij geleerd vandaag?

Slide 32 - Open vraag

Bedankt & tot de volgende keer!

Slide 33 - Tekstslide