3.2 De kolonie Nederlands-Indië

Nederland en Indonesië blz 60
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Nederland en Indonesië blz 60

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Hoe kwamen de Nederlanders in Indonesië terecht?
  • Waarom had de VOC een monopolie?
  • Wat is een factorij
Vorige les...

Slide 2 - Tekstslide

Hierna huiswerk nakijken opdr 3 + 5 klassikaal. 

Opdracht 2 en 4 projecteer ik op het bord. 
Lees individueel 'Ondergang van de VOC?'
  • Bladzijde 61
  • Noteer een viertal redenen voor de ondergang van de VOC. 
  • Klaar? Maak opdr. 6 blz 59 werkboek.
timer
5:00

Slide 3 - Tekstslide

Hierna vragen bespreken. 

Ondergang van de VOC: zelf laten lezen. Zelfstandig lezen en de 5 redenen opschrijven voor de ondergang van de VOC.
Deze daarna op het bord zetten en bespreken.
We gaan ze van boven naar beneden af. Wat is de allereerste reden? Dit is begrijpend lezen. Dat gaan we nu oefenen.
Stel je voor daar staat vervolgens, en ook, eerste en tweede. Hieraan herken je een opsomming!

§3.2 De kolonie Nederlands-Indië
  • Kolonie = overzees gebied dat wordt bestuurd door mensen uit het moederland. 
  • KNIL = Koninklijk Nederlands-Indisch leger.
  • Opgericht om het gezag in Nederlands-Indië af te dwingen.
Samen lezen + markeren. 

Nederlands-Indië blz 62

Slide 4 - Tekstslide

Samen lezen + markeren. 
Hier gebleven met 3M 

Nederlands-Indië blz 62

Het KNIL had moeite met het werven van geschikt personeel. Daarom werd er geworven in onder meer Duitsland, België, Zwitserland, de Verenigde Staten en zelfs in Ghana en Burkino Faso. Van 1831-1872 bijvoorbeeld werden er 3085 mannen voor het KNIL uit West-Afrika gehaald. Tevens maakten Molukkers en inlanders (zoals Javanen) deel uit van het KNIL. Van 1814 tot 1909 vormde het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk de verzamelplek in Europa waar de militairen die naar Nederlands-Indië zouden gaan werden opgeleid. De stad werd ‘het rioolgat van Europa’ genoemd, omdat de militairen slechts bekend stonden vanwege drankgebruik en bordeelbezoek. Vanaf 1909 werd het Harderwijkse Werfdepot verplaatst naar Nijmegen en werd Harderwijk een garnizoensstad.
§3.2 Uitbreiding Nederlandse invloed
  •  1869: Opening Suezkanaal. Hierdoor werd de route naar Nederlands-Indië enorm verkort. 

Samen lezen + markeren. 

Uitbreiding Nederlandse invloed blz 63

Slide 5 - Tekstslide

Samen lezen + markeren. 

Nederlands-Indië blz 62

Het KNIL had moeite met het werven van geschikt personeel. Daarom werd er geworven in onder meer Duitsland, België, Zwitserland, de Verenigde Staten en zelfs in Ghana en Burkino Faso. Van 1831-1872 bijvoorbeeld werden er 3085 mannen voor het KNIL uit West-Afrika gehaald. Tevens maakten Molukkers en inlanders (zoals Javanen) deel uit van het KNIL. Van 1814 tot 1909 vormde het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk de verzamelplek in Europa waar de militairen die naar Nederlands-Indië zouden gaan werden opgeleid. De stad werd ‘het rioolgat van Europa’ genoemd, omdat de militairen slechts bekend stonden vanwege drankgebruik en bordeelbezoek. Vanaf 1909 werd het Harderwijkse Werfdepot verplaatst naar Nijmegen en werd Harderwijk een garnizoensstad.

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

§3.2 Uitbreiding Nederlandse invloed

  • De schepen moesten nu wel langs Atjeh. 
  • Atjeh oorlog: bloederige oorlog van 30 jaar waarbij de mensen uit Atjeh zich uiteindelijk moesten overgeven. 
Samen lezen + markeren. 

Uitbreiding Nederlandse invloed blz 63

Slide 8 - Tekstslide

Samen lezen + markeren. 

Nederlands-Indië blz 62

Het KNIL had moeite met het werven van geschikt personeel. Daarom werd er geworven in onder meer Duitsland, België, Zwitserland, de Verenigde Staten en zelfs in Ghana en Burkino Faso. Van 1831-1872 bijvoorbeeld werden er 3085 mannen voor het KNIL uit West-Afrika gehaald. Tevens maakten Molukkers en inlanders (zoals Javanen) deel uit van het KNIL. Van 1814 tot 1909 vormde het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk de verzamelplek in Europa waar de militairen die naar Nederlands-Indië zouden gaan werden opgeleid. De stad werd ‘het rioolgat van Europa’ genoemd, omdat de militairen slechts bekend stonden vanwege drankgebruik en bordeelbezoek. Vanaf 1909 werd het Harderwijkse Werfdepot verplaatst naar Nijmegen en werd Harderwijk een garnizoensstad.

Slide 9 - Kaart

Deze slide heeft geen instructies

BLz 63 ' Het verhaal van....Ida Pfeiffer
  • Lees individueel in stilte en beantwoord onderstaande vragen in je schrift. 

  1. Wie was Ida Pfeiffer? 
  2. Waar ging ze naar opzoek?
  3. Hoe is het met haar afgelopen? 
timer
6:00

Slide 10 - Tekstslide

Individueel lezen; ' het verhaal van.....Ida Pfeiffer.' 

Koppensnellen · de praktijk bij bepaalde oorlogszuchtige volkeren om de hoofden van verslagen vijanden als trofee mee te nemen, 

Het koppensnellen is een woeste gewoonte, waaraan vele primitieve stammen zich nog al eens te buiten gaan. Men snelt geen koppen uit moordzucht, verre van dat, maar men hoopt er zijn eigen zwakke krachten mee te versterken of er het belang van zijn stam mede te dienen.
Beantwoord onderstaande vragen. 
Het verhaal van Ida, zelfstandig laten lezen en dan 2 of 3 vragen. (op het bord zetten)
hiermee test je begrijpend lezen.

Ze wilde daarna naar Australië gaan, maar ging in plaats daarvan naar Borneo omdat ze goedkoop kon meevaren. Ze bezocht er de Dajaks, een koppensnellersstam. Ze maakte een tocht dwars door de jungle (blootsvoets) van 1.500 kilometer en reisde verder naar Java en Sumatra. Op Sumatra ging ze op zoek naar een andere notoire stam: de kannibalistische Bataks. Ze trok de hooglanden van Java binnen, zag hutten met opgehangen hoofden en kwam bijna tot het Tobameer, dat tot dan toe nog nooit door een blanke was gezien. Daar werd het erg gevaarlijk voor haar maar omdat de Bataks haar aanzagen voor iets onmenselijks (alleen iets bovenaards durfde volgens hen hun gebied te betreden), keerde ze veilig terug. Toch was ze gecharmeerd van de vriendelijkheid van de Bataks. Ze vond niet dat Europeanen beter waren. “Is onze geschiedenis immers ook niet gevuld van moord en verraad?” schreef ze. In haar boeken stond zij kritisch tegenover kolonialisme, slavernij en de missie.

In Kaapstad werd ze uitgenodigd door de fransman Joseph-François Lambert om met hem naar Madagaskar te gaan. Vanaf Taomasina reisden ze in draagstoelen en kano’s naar de hoofdstad Antananarivo. Wat Ida echter niet wist, was dat Lambert samen met Napoleon en de zoon van koningin Ranavanola I van Madagaskar een coup voorbereidde om het Franse handelsgebied uit te breiden. Ranavanola kwam echter vroegtijdig achter deze plannen en verbande het gezelschap, inclusief Ida die er niets mee te maken had, van haar eiland. Ze werd gedwongen Madagaskar lopend dwars door de jungle te verlaten. Tijdens deze zware voettocht werd zij ernstig ziek. Door koortsaanvallen had zij “nauwelijks nog kracht om op te staan en een paar stappen te zetten.” Lambert nam haar mee naar Mauritius waar zij vier maanden verbleef om op krachten te komen en haar reis naar Australië te vervolgen. Maar vlak voordat ze verder wilde, werd ze opnieuw door koortsaanvallen getroffen. Ze keerde terug naar Europa. Via Londen kwam ze ten slotte per trein aan in Wenen. Ze werd op een brancard de trein uitgedragen en stierf een maand later op 61-jarige leeftijd. In de zestien jaar dat zij heeft gereisd, legde ze een afstand af die gelijk is aan zeven keer rond de wereld.

Nederland en Indonesië blz 64

Slide 11 - Tekstslide

Huiswerk nakijken?
Aan de slag!
  • Lees  blz 63 'Bloedbad op Bali.' én blz 64  Europees kolonialisme. 
  • Schrijf onderstaande vraag over in je schrift en beantwoord deze: 
  • ' Op welke manieren kregen Europese landen koloniale wereldrijken?'  (Blz 64 Europees kolonialisme)

Slide 12 - Tekstslide

Begrijpend lezen oefenen. 
' Op die manier' 
Ten tweede
Ten derde 

zijn woorden waaraan je de opsomming kunt herkennen. 

Elke les huiswerk en begrippen controle. 

Gebieden waar nog nooit een blanke was geweest, werden overvallen. De Europeanen hadden betere wapens, ze beschikten over moderne transportmiddelen, de inheemse bevolking was geen eenheid. 



Slide 13 - Link

Werkblad met vragen maken voor de video. 
 Uitprinten 

antwoorden staan hier. 


Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk 
Opdracht 4 ,5,6  paragraaf 3.2 blz. 61 werkboek. 


Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 7 

Europese wereldrijken, lesbrief 


Huiswerk = opdracht 1 +2 paragraaf 3.1 blz. 67 werkboek. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nederland en Indonesië blz. 64

Slide 17 - Tekstslide

Herhalingsvragen: 
- Wat gebeurde er op Atjeh?
- Wat is een kolonie?
- Wie was generaal van Heutsz? 
- Is het terecht dat hij als held werd ontvangen?
 

Wat gaan we vandaag doen?
  • Huiswerk controleren. (Opdracht  4,5,6 blz. 61 + 62 werkboek) 
  • Stof voor het SO afmaken. --> het cultuurstelsel. 
  • Filmpje
  • Max Havelaar 
  • Opdrachten. 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 4 blz 61 werkboek
4 De Atjeh-oorlog
A) Piraten uit Atjeh vielen geregeld Nederlandse schepen aan die langs het eiland voeren. Nederlandse schepen voeren na 1869 via het nieuwe Suezkanaal (en vervolgens langs Atjeh), waardoor de reis aanzienlijk werd verkort.
B) Generaal Van Heutz wist na dertig jaar oorlog het eiland Atjeh in handen te krijgen. Veel Nederlanders waren blij met deze verovering. Ook waren veel mensen in het algemeen blij met de kolonie omdat deze goed was voor de Nederlandse economie.



Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 5 blz. 62 werkboek. 
5 Massale zelfmoord
A)  Inheemse vorsten en edelen moesten zich aan de Nederlanders onderwerpen en mochten dan hun positie behouden. Wie zich niet onderwierp, werd met (de dreiging van) geweld op andere gedachten gebracht of vermoord.
B)  Bijvoorbeeld: Het Nederlands-Indische leger (KNIL) had betere wapens. De inheemse bevolking gebruikt op de afbeelding alleen speren en messen, terwijl het KNIL geweren heeft met bajonetten (messen) erop.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cultuurstelsel
Samen lezen blz 65 'Economisch belang.' 

Slide 21 - Tekstslide

Tekenen

Van den Bosch probeerde zoveel mogelijk te controleren welke winstgevende producten precies verbouwd werden. Voor zijn aantreden werd in de kolonie niet veel suiker verbouwd. Daar bracht hij verandering in. De gouverneur liet na invoering van het Cultuurstelsel rijstvelden geschikt maken voor het verbouwen van suikerriet. Voor de Javaanse bevolking pakte dit slecht uit. De verbouw van suiker was namelijk zeer arbeidsintensief en men kreeg maar een geringe vergoeding. Ook zorgde het systeem ervoor dat de rijstteelt in het gedrang kwam. 

En ondanks de afspraak dat niet meer dan een vijfde van de totale bouwgrond van elke desa mocht worden gevorderd voor de teelt van handelsgewassen, werd vaak de helft of zelfs meer van de beschikbare bouwgrond voor het cultuurstelsel opgeëist. Dat betekende niet alleen dat de cultuurdienstplichtige bevolking nóg meer arbeid moest verrichten, maar ook dat ze minder ruimte en tijd had om voor de eigen behoeften te produceren.

Het uitgangspunt dat de bevolking niet meer tijd kwijt mocht zijn aan het cultuurstelsel dan aan het verbouwen van rijst, het hoofdvoedsel, werd evenmin opgevolgd. In de dagelijkse praktijk waren de inwoners veel langer bezig met de teelt van handelsgewassen. Bovendien moesten ze vaak ook nog extra grond ontginnen en in fabrieken werken waar de cultuurgewassen werden bewerkt.

Door de onterechte en oneigenlijke extra vordering van grond en arbeid was het aantal inheemse personen dat voor de dwangcultures werd opgeëist onevenredig groot. Geschat wordt dat in de jaren veertig van de negentiende eeuw op Java ruim 4 miljoen personen gedwongen in de overheidscultures werkzaam waren. Dat was twee vijfde van de totale bevolking van het eiland, en meer dan de helft van de bevolking van de gewesten waar het cultuurstelsel functioneerde. Daarbij maakte het cultuurstelsel geen enkel onderscheid naar leeftijd of sekse. Het zorgde ervoor dat naast mannen ook vrouwen, ouderen en kinderen dagelijks urenlang loodzware arbeid moesten verrichten.
Aantekening §3.2 
  • 1830 cultuurstelsel
  • Economisch systeem waarbij de Indonesiërs verplicht producten moesten verbouwen voor de Nederlandse markt. 

Slide 22 - Tekstslide

Kiem smoren: snel stevig ergens een einde aan maken. 
Verplichte arbeid!

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aantekening § 3.2

  • De inheemse vorsten zetten, onder druk van Nederlandse ambtenaren hun eigen bevolking aan het werk.  

Slide 25 - Tekstslide

Tekenen

Wie geen grond bezat om de gewenste producten op te verbouwen, werd verplicht om maximaal 66 dagen per jaar voor het gouvernement te werken.

Een Europese opzichter met Indonesische arbeiders van de Tjomal suikerfabriek, circa 1900.
Jaar
Opgebracht geld
Euro's
1834
6 miljoen gulden
Ongeveer 63 miljoen euro
1857
45 miljoen gulden
Ongeveer 446 miljoen euro
In deze jaren vormde het cultuurstelsel maar liefst een derde van het Nederlandse staatsinkomen!
Voor NL: succesvol

Slide 26 - Tekstslide

Het waren deze stuitende vormen van grof bedrog, uitbuiting en dwang die het stelsel uitermate succesvol zouden maken. Zo leverde het de Nederlandse staat op jaarbasis in 1834, vier jaar na de invoering, al 6 miljoen gulden op (nu ongeveer 63 miljoen euro). En in 1857 was dat inmiddels opgelopen tot zo’n 45 miljoen (nu ongeveer 446 miljoen euro). In deze jaren, het hoogtepunt van het stelsel, vormden de baten uit het cultuurstelsel maar liefst een derde van het Nederlandse staatsinkomen.


Infrastructuur (wegen, kanalen en spoorwegen) in Nederland zijn vrijwel geheel betaald door deze winsten
Infrastructuur (wegen, kanalen en spoorwegen) in Nederland zijn vrijwel geheel betaald door deze winsten

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Max Havelaar
  • Boek van Multatuli 
  • Hij was het niet eens met hoe het bestuur in Nederlands Indië was geregeld, en dat de Nederlanders steeds rijker werden, maar de plaatselijke bevolking steeds armer. 
  • Belangrijkste protest tegen het Cultuurstelsel.

Slide 29 - Tekstslide

Multatuli betekent in het Latijn: ik heb veel leed gedragen. 

Het boek is inmiddels in meer dan 40 talen uitgebracht. 
Aan de slag!
Maak opdracht 7,8 paragraaf 3.2 blz. 62 werkboek. 

Je mag rustig overleggen met je buurman/buurvrouw. 

timer
5:00

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lees blz. 65 'Tabak, rubber en olie.' 
  • Maak opdracht 9 op blz. 63 werkboek. 
timer
5:00

Slide 31 - Tekstslide

Begrijpend lezen oefenen. 
' Op die manier' 
Ten tweede
Ten derde 

zijn woorden waaraan je de opsomming kunt herkennen. 

Elke les huiswerk en begrippen controle. 

Gebieden waar nog nooit een blanke was geweest, werden overvallen. De Europeanen hadden betere wapens, ze beschikten over moderne transportmiddelen, de inheemse bevolking was geen eenheid. 



Maandag 30 januari SO paragraaf 3.1 + 3.2
Leer goed:
- De begrippen! 
- Het lesboek. 
- Je aantekeningen. 
-Bekijk de opdrachten nog eens die je hebt gemaakt.  

Slide 32 - Tekstslide

Begrijpend lezen oefenen. 
' Op die manier' 
Ten tweede
Ten derde 

zijn woorden waaraan je de opsomming kunt herkennen. 

Elke les huiswerk en begrippen controle. 

Gebieden waar nog nooit een blanke was geweest, werden overvallen. De Europeanen hadden betere wapens, ze beschikten over moderne transportmiddelen, de inheemse bevolking was geen eenheid. 



Slide 33 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Histoclip wat ik had met vragen?
  •  Werken aan de opdrachten uit het werkboek.
  • Eventueel afmaken wat ik het 6e uur niet afheb gekregen. 

Slide 34 - Tekstslide

Hierna vragen bespreken. 

Ondergang van de VOC: zelf laten lezen. Zelfstandig lezen en de 5 redenen opschrijven voor de ondergang van de VOC.
Deze daarna op het bord zetten en bespreken.
We gaan ze van boven naar beneden af. Wat is de allereerste reden? Dit is begrijpend lezen. Dat gaan we nu oefenen.
Stel je voor daar staat vervolgens, en ook, eerste en tweede. Hieraan herken je een opsomming!

We maken nu samen 
opg. 6-11 op blz. 4 van je leerdossier. 
(par. 3.2)

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies