1 maart 2020 klas 2

WELCOME!
Welcome!
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

WELCOME!
Welcome!

Slide 1 - Tekstslide


Questions or comments before we start?

Slide 2 - Tekstslide

Today
- Spring break 
-  Repeat grammar: 
1: adjectives and adverbs
2: irregular verbs + present perfect

Slide 3 - Tekstslide

To be
I
You
She/He/It
We
You
They
are
are
are
is
am
are

Slide 4 - Sleepvraag

to have
I
You
He/She/It
We
You
They
have
have
has
have
have
have

Slide 5 - Sleepvraag

Next up...
Spring break

Slide 6 - Tekstslide

Did you enjoy your spring break?
A
No
B
A little
C
Yes
D
Best break ever!

Slide 7 - Quizvraag

Name at least two things you did during the spring break.

Slide 8 - Open vraag

Next up...
Adjective or adverb?

Slide 9 - Tekstslide

Look at the words in bold:
This is Frenkie de Jong, a talented footballer from the Netherlands.
He plays fanatically!

Slide 10 - Tekstslide

Een adjective (bijvoegelijk naamwoord) zegt iets over het ..........
A
onderwerp
B
zelfstandig naamwoord
C
werkwoordelijk gezegde
D
werkwoord

Slide 11 - Quizvraag

Een adverb (bijwoord) zegt iets over het ..........
A
onderwerp
B
zelfstandig naamwoord
C
werkwoordelijk gezegde
D
werkwoord

Slide 12 - Quizvraag

Wat voeg je vaak toe aan een adverb?
A
-ed
B
-ing
C
-ly
D
-s

Slide 13 - Quizvraag

Adverb or adjective?
The ............ man.
A
nervous
B
nervously

Slide 14 - Quizvraag

Adverb or adjective?
He talked ...............
A
nervous
B
nervously

Slide 15 - Quizvraag

Next up...
Irregular verbs

Slide 16 - Tekstslide

What are 'irregular verbs'?
A
werkwoorden
B
zelfstandig naamwoorden
C
onregelmatige werkwoorden
D
bijvoegelijke naamwoorden

Slide 17 - Quizvraag

Regelmatige en onregelmatige werkwoorden

Regelmatige werkwoorden: -ed erachter in de verleden tijd.
Onregelmatige werkwoorden moet je herkennen en uit je hoofd leren!

Slide 18 - Tekstslide

Irregular verbs

to break - ……. - broken
A
breaked
B
broke
C
broked
D
broken

Slide 19 - Quizvraag

Irregular verbs:
to send - ... - sent
A
send
B
sended
C
sent
D
sendt

Slide 20 - Quizvraag

irregular verbs:
fall - fell -

A
felt
B
fallen
C
falled
D
failed

Slide 21 - Quizvraag

Irregular verbs:
to think - thought - ...
A
thinked
B
thank
C
thought
D
taught

Slide 22 - Quizvraag

Next up...
Present perfect

Slide 23 - Tekstslide

Present perfect
Gebruik je als:
- iets begonnen is in het verleden en nog altijd voortduurt
Het verleden heeft een connectie met het nu.




Slide 24 - Tekstslide

Oh no! I ............ (break) a window.

Slide 25 - Open vraag

He .......... (eat) my apple.

Slide 26 - Open vraag

Last one:
They ............ (live) here for a long time.

Slide 27 - Open vraag

Homework
Learn the theme words on page 170 or Stepping Stones Online.

Slide 28 - Tekstslide


Questions or comments before we finish class?

Slide 29 - Tekstslide