OWH Periode 4 Les 1: Schoenen poetsen & Tafel dekken

OWH 




Periode 4 Les 1
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
OWHMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 1.5 min

Onderdelen in deze les

OWH 




Periode 4 Les 1

Slide 1 - Tekstslide

Werkprocessen
Tijdens deze module werken we aan de volgende 3 werkprocessen:
  • P2-K1-W1 Ondersteunt bij Wonen en Huishouden
  • P2-K1-W5 Assisteer bij voorraadbeheer
  • B1-K1-W7 Voert eenvoudige onderhouds- en herstelwerkzaamheden uit

Slide 2 - Tekstslide

Planning
  • Periode 4 Les 1;
  • Week 10: Toetsweek = Opdrachten & Vaardighedenlijst AF
  • Theorie en vaardigheden;
  • Praktijklokaal (0.126);
  • Theorielokaal (1.018);
  • WE STARTEN ALTIJD IN HET THEORIELOKAAL.

Slide 3 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
1. Theorie: Schoenen poetsen & tafel dekken
2. Naar kooklokaal voor vaardigheid tafel dekken.
3. Opdracht in Canvas maken.

Slide 4 - Tekstslide

LESDOELEN
  • De student weet hoe je schoenen van een cliënt moet verzorgen.
  • De student kent de verschillende materialen van schoeisel.
  • De student kan een tafel dekken en kan hierbij inschatten wat er nodig is aan tafel.

Slide 5 - Tekstslide

Glimmende schoenen
Meneer Greve is een lange, statige man. Hij ziet er altijd keurig uit. Op zijn negentigste verjaardag komt zijn familie op bezoek. Meneer Greve wil er perfect uitzien. Eenmaal gewassen en aangekleed zit hij trots in zijn stoel. ‘Zie ik er zo goed uit?’ vraagt hij aan Jolanda, die hem geholpen heeft. Jolanda kijkt eens goed naar meneer Greve. Ze ziet dat zijn schoenen helemaal dof zijn. ‘Die kunnen wel een poetsbeurt gebruiken’, denkt Jolanda. Even later zit meneer Greve met glimmende schoenen in zijn stoel, klaar om zijn verjaardag te vieren.

Slide 6 - Tekstslide

Schoenen
Als helpende krijg je met onderhoud van schoeisel te maken. Schoeisel is een verzamelwoord voor schoenen, laarzen en pantoffels. Wat voor soort schoeisel mensen dragen, hangt af van hun stijl, hun situatie en de mode.

Slide 7 - Tekstslide

Schoenen
Het woord schoeisel wijst op de beschermende buitenlaag die je om je voeten draagt. Het gaat dus bijvoorbeeld om laarzen, schoenen, klompen of slippers. Voor elke cliënt is het belangrijk dat een schoen de voet goed ondersteunt. Een schoen moet een goede pasvorm en de juiste maat hebben.

Slide 8 - Tekstslide

Schoenen
Oudere cliënten hebben soms voetproblemen. Ze krijgen dan speciale aangepaste schoenen. Die schoenen bepalen of de cliënt lekker kan lopen of niet. Het is heel belangrijk om ze goed te onderhouden. Jongere kinderen groeien snel uit hun schoenen. Het is belangrijk om de gaten te houden of de schoenen nog passen.

Slide 9 - Tekstslide

Schoenen
Schoeisel kan van verschillende materialen gemaakt zijn, bijvoorbeeld leer, kunststof, textiel of rubber. Elk materiaal heeft goede en slechte eigenschappen. Ook heeft elk materiaal een andere verzorging nodig.

Slide 10 - Tekstslide

Schoeisel
Als je schoeisel verzorgt en onderhoudt, blijft het er netjes uitzien. Ook bescherm je het schoeisel zo tegen vuil en schade. Een laagje schoenpoets zorgt ervoor dat het schoeisel waterafstotend is.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Tafel dekken
Als dienstverlener kun je in verschillende situaties betrokken worden bij de zorg voor een maaltijd. Het is altijd belangrijk dat je zorgt voor een nette omgeving en als het mogelijk is ook een voor gezelligheid en sfeer.
Voorbeeld:
- Tafeldekken voor de bewoners in een woonzorgcentrum.
- De lunch klaarmaken in een kinderdagverblijf.

Slide 13 - Tekstslide

Tafel dekken
Een maaltijd serveren begint bij het dekken van de tafel. Er zijn algemene regels die gelden bij het tafeldekken:
  1. Houd bij het dekken van de tafel rekening met het soort tafel (bijvoorbeeld rond of rechthoekig) en de plaats waar de stoelen komen te staan. Het is niet prettig om bij de tafelpoot te moeten zitten.
  2. Zorg dat de tafel leeg is voordat je gaat dekken.
  3. Zet eerst de stoelen op de goede plaats voordat je gaat dekken.

Slide 14 - Tekstslide

Tafel dekken
4. Leg daarna een tafelkleed op tafel. Gebruik eventueel een      onderkleed. Veel mensen gebruiken placemats. In gezinnen met jonge kinderen is een plastic tafelzeil handig.
5. Vervolgens zet je het serviesgoed, bestek en de servetten neer. Controleer eerst of alles schoon is. Poets bestek eventueel op met een droge, niet pluizige doek.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Tafel dekken
Bij het dekken van een tafel gebruik je verschillende soorten bestek en serviesgoed. Voor een warme maaltijd neem je groot bestek en voor een broodmaaltijd klein bestek.

Messen liggen altijd aan de rechterkant van het bord. Zorg dat de snijkant naar het bord wijst. Lepels voor het voor- en hoofdgerecht liggen ook aan de rechterkant met de bolle kant op tafel. Vorken liggen met de tanden naar boven aan de linkerkant van het bord. Bestek voor het nagerecht ligt horizontaal boven het bord. Het handvat van de lepel ligt naar rechts. Servetten liggen aan de linkerkant.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Dekken voor een broodmaaltijd
In Nederland eet men in de ochtend en tijdens de lunch meestal brood. Bij de boterhammen serveer je beleg. Voor de hygiëne let je op de volgende punten:
  • Houd vleeswaren en kaas altijd gescheiden;
  • Leg vorkjes of mesjes bij de vleeswaren of kaas;
  • Zet lepeltjes in het zoete beleg.


Slide 19 - Tekstslide

Tafel dekken
De warme maaltijd kan uit meerdere gangen bestaan: voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht. Hoe uitgebreid je de tafel dekt hangt af van het aantal gangen.

Nadat de tafel voor de personen gedekt is, kijk je ook of het nodig is om voor onderzetters en opscheplepels te zorgen. Dit is het geval als mensen die aan tafel zitten zelf het eten opscheppen. Onderzetters zet je onder een pan of schaal met een warme bodem. Denk bijvoorbeeld aan een ovenschaal. Het aantal opscheplepels dat je klaar legt is afhankelijk van het aantal gerechten.

Slide 20 - Tekstslide

Tijdens de maaltijd
Uit onderzoeken blijkt dat mensen meer eten als de sfeer goed is. Voor mensen in een instelling is dat belangrijk. Als ze genoeg eten, zijn ze minder vatbaar voor ziekten en hebben ze meer energie om activiteiten te ondernemen.
  

Voor kleine kinderen is het belangrijk dat het duidelijk is wanneer ze aan tafel gaan en wat er van ze verwacht wordt. Hetzelfde liedje zingen voor elke maaltijd helpt om die duidelijkheid te geven.

Slide 21 - Tekstslide

Aan de slag
  • Opdracht in Canvas.
  • Vaardighedenlijst in praktijklokaal.

Slide 22 - Tekstslide