Samenvatting H4

Samenvatting H4
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Samenvatting H4

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vaste en tijdelijke baan
  • Vaste baan --> een contract voor onbepaalde tijd.
  • Tijdelijke baan -->  contract voor bepaalde tijd.
  • Proeftijd --> maximaal 2 maanden op proef. Beide partijen kunnen het contract beëindigen.  
  • CAO --> Collectieve arbeidsovereenkomst: Dit geldt voor iedereen in die branche (CAO voor supermarkten)

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rekenen met Minimumloon

Kees is 16 jaar. Hij werkt 21 uur per week in de supermarkt en krijgt 10% meer dan het minimumjeugdloon. 
Hoeveel verdient Kees per week?
  1. € 124,65 ÷ 100% x 110% = € 137,12 (op basis van 40 uur)
  2. Kees werkt slechts 21 uur dus;
  3.  € 137,12 ÷ 40 uur  x 21 uur = € 71,99

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bekijk de grafiek 
1. Bereken hoeveel werkenden waren er totaal in 2014. 

2. Bereken hoeveel procent van de werkenden in 2014 een flexibele baan had. 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bekijk de grafiek 
1. Bereken hoeveel werkenden waren er totaal in 2010. 
(5,6 + 1,5 + 0,9 = 8 mln)
2. Bereken hoeveel procent van de werkenden in 2010 een flexibele baan had.
1,5 ÷ 8 x 100% = 18,75 %

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Af en toe gaan er stemmen op om de studiekeuze van
aankomende studenten minder vrij te laten. De studiekeuze zou
moeten worden afgestemd op de vraag op de arbeidsmarkt.
--> Welk voordeel levert deze werkwijze op? Noem ook een nadeel
van een beperkte studiekeuze.

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Lotte is 15 jaar en verdiend 17% meer dan het minimum jeugdloon voor een 15 jarige.
Zij werkt 14 uur per week. Het minimum jeugdloon voor een 15 jarige is € 117,50 per week op basis van 40 uur.
Bereken het bedrag dat Lotte per week verdiend.

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

In de CAO voor supermarkten staat de het loon voor een 15 jarige € 3,45 is. Het minimumjeugdloon is € 3,10. Mag een supermarkt minder betalen dan de 3,45? leg uit.

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Werklozen
Beroepsbevolking

Beroepsbevolking:
alle mensen tussen 15 en pensioen-leeftijd die werken of willen werken voor tenminste 12 uur per week.


Werkzame    beroepsbevolking:
Het werkzame deel van de beroepsbevolking

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De beroepsbevolking.       

Slide 10 - Tekstslide

De personen die hun werk en tijd aanbieden aan de bedrijven (De aanbieders op de arbeidsmarkt), noemen we de beroepsbevolking. Wie daarbij horen, wordt zo bepaald:

We nemen eerst de beroepsgeschikte bevolking. Dit zijn alle personen die in theorie zouden kunnen werken, namelijk de 15- tot en met 65-jarigen.

Vervolgens kijken we in die groep naar de personen die niet willen werken, dit zijn bijvoorbeeld studenten of scholieren, huisvaders of huismoeders of mensen die er simpelweg geen zin in hebben.

Als we de groep die niet wil werken weglaten, houden we twee groepen mensen over: de groep mensen die werken en de groep mensen die niet werken maar wel op zoek zijn naar werk.

De laatste twee groepen noemen we samen de beroepsbevolking.
Joanne is 26 jaar en heeft geen baan, omdat zij thuis voor de kinderen wil zorgen. Behoort zij tot de beroepsbevolking?
A
Ja
B
Nee

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De beroepsbevolking uitrekenen
De vrouwelijke beroepsbevolking bestaat uit 43000 vrouwen en dit is 42% van de totale beroepsbevolking. Hoe groot is de totale beroepsbevolking?




  • Som: 43000 ÷ 42 x 100 = 102.380,95 --> 102.381 personen totaal.
aantal
43000
X
?
%
42
1
100

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In Groningen is 8% van de beroepsbevolking werkloos. Dat zijn 16.000 personen.
Hoe groot is de beroepsbevolking? (wat is de formule)
A
16.000 ÷ 100 x 8 = 1280
B
16.000 ÷ 0,08 = 200.000
C
16.000 ÷ 8 x 100 = 200.000
D
16.000 x 8 ÷ 100 = 296.000

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het aantal WW-uitkeringen in de provincie Flevoland is deze
maand uitgekomen op 11.000. Dat betekent een daling van
2% ten opzichte van vorige maand.

Hoeveel was de daling in personen ten opzichte van vorige maand?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wetten die je als werknemer beschermen.
Arbowet: Deze wet geef regels over veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Hier moet je je als werknemer en werkgever aan houden.  Arbo is een afkorting voor arbeidsomstandigheden. 
Denk aan: - Veiligheidsschoenen bij het technieklokaal. 
- Niet roken op het werk. etc. 
- Veiligheidszaken in de school (rookmelders, brandalarm etc.) 

Arbeidstijdenwet: Geeft regels voor werk- en rusttijden. 

Algemene wet gelijke behandeling: Deze wet verbiedt om onderscheid te maken op basis van geslacht, ras, leeftijd of afkomst. Bijvoorbeeld bij het aannemen van nieuw personeel. 

De inspectie SZW* houdt toezicht op deze wetten en kan hoge boetes uitdelen als deze wetten niet worden nageleefd. 

*SZW staat voor ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid. 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volgens welke wet heb je recht op een uur pauze per dag.
A
Arbowet
B
Arbeidstijdenwet
C
Wet werk en zekerheid
D
Werkloosheidswet

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Werknemersverzekeringen 
Door ziekte of andere omstandigheden kan je tijdelijk of niet meer werken. Hiervoor zijn werknemersverzekeringen. Om mensen in loondienst te beschermen tegen verlies van inkomen zijn er verschillende werknemersverzekeringen. 
Van alle werknemers in Nederland wordt een deel van hun inkomen ingehouden om dit te betalen (premie). 

WW: Werkloosheidswet 
WIA uitkering bij arbeidsongeschiktheid 

WWZ
: Wet Werk en Zekerheid
Deze wet stelt dat een bedrijf een werknemer niet zomaar mag ontslaan. werknemers die langer dan 2 jaar in dienst zijn krijgen een Transitievergoeding
: een bedrag waarmee de werknemers de overgang naar een andere baan kunnen betalen. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In de provincie Limburg is er meer sprake van werkloosheid dan in de rest van Nederland. Hoe heet deze vorm van werkloosheid?
A
Frictiewerkloosheid
B
Conjuncturele werkloosheid
C
Structurele werkloosheid
D
Regionale werkloosheid

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sanne werkt in de winter bij de schaatsbaan. 's Zomers heeft zij geen werk. 
Een bedrijf in Gelderland gaat failliet. Bij het bedrijf waren 1.250 mensen werkzaam waarvan ruim 89% in een straal van 35km van het bedrijf woonde. 
Mensen kopen geen videobanden meer, daardoor sluit ook de laatste fabriek die videobanden produceerd.
Na het behalen van je diploma ben je korte tijd werkloos.
Structurele werkloosheid
Seizoens werkloosheid
Regionale  werkloosheid
Frictie  werkloosheid

Slide 23 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem een reden waarom niet alle werklozen zich bij het UWV inschrijven?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Evert verdient als werknemer bruto € 2.278 per maand. Over zijn jaarsalaris krijgt hij 8% vakantiegeld. Over zijn totale inkomen betaalt zijn werkgever 23,5% premies voor pensioen en werknemersverzekeringen. Evert heeft een 40-urige werkweek. Als je rekening houdt met vakanties en verlofdagen werkt hij 43 weken per jaar.

Bereken de kosten die de werkgever per gewerkt uur heeft voor Evert.

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies