Omtrek & Oppervlakte

Oppervlakte & Omtrek
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Oppervlakte & Omtrek

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Stel: Je plaatst een hek om de tuin. Hebben we hier te maken met de omtrek of oppervlakte?
A
Omtrek
B
Oppervlakte

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De oppervlakte druk ik uit in?
A
m2
B
m
C
m3

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat
is de
oppervlakte?
A
35 m2
B
300 m2
C
60 m2
D
70 m2

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de
oppervlakte
van deze kamer?
A
10 m²
B
16 m²
C
20 m²
D
15 m²

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat is de oppervlakte van de zolderkamer?
A
2 m²
B
8 m²
C
30 m²
D
42 m²

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de oppervlakte en
omtrek van dit figuur?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de oppervlakte van dit grasveld?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de omtrek?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de oppervlakte?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de oppervlakte?
A
40 cm2
B
6 cm2
C
4 cm2
D
14 cm2

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat is de oppervlakte van deze rechthoek?
A
12 dm²
B
32 cm²
C
2,7 dm²
D
16 cm

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een gum is 4 centimeter lang en 3 centimeter breed. Wat is de omtrek van de gum
A
12 centimeter
B
34 centimeter
C
14 centimeter
D
33 centimeter

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het schoolplein is een rechthoekig plein. Het plein is 40 meter bij 20 meter. Hoe groot is de oppervlakte
A
20 vierkante meter
B
40 vierkante meter
C
78 vierkante meter
D
800 vierkante meter

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De vloer van een woonkamer is 9 meter lang en 5 meter breed. wat is de omtrek?
A
28 meter
B
45 meter
C
18 meter
D
14 meter

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel meter is 1 km?
A
10 meter
B
1000 meter
C
10.000 meter
D
1 meter

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een hectometer is .....meter
A
1 meter
B
100 meter
C
10 meter

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een decameter is ...... meter
A
1 meter
B
100 meter
C
10 meter
D
1000 meter

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

45. 5 meter is ......... cm
A
4550 cm
B
455000 cm
C
4.55 cm
D
45.5 cm

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1000 meter is ....... km
A
10 km
B
100 km
C
1000 km
D
1km

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

25 meter is ......... dm
A
250 dm
B
2.5 dm
C
0.25 dm
D
2500 dm

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

200 cm is ....... meter
A
200 meter
B
2 meter
C
2000 meter
D
0.20 meter

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rekenvraag
Hoeveel m2 is de oppervlakte van de verzamelplaats?

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rekenvraag
hoeveel m2 is de oppervlakte van de begane grond?


Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Met welke som reken je de omtrek van deze rechthoek uit?
A
9 + 3 + 9 + 3 =
B
2 x 9 + 2 x 3 =
C
18 + 6 =
D
2 x 3 + 2 x 9 =

Slide 34 - Quizvraag

Met alle sommen bereken je het goede antwoord!
Een schapenkooi is 15 x 10 meter.

Hoeveel hek heeft de boer moeten
kopen om de kooi te maken?
A
50 m
B
150 m

Slide 35 - Quizvraag

Als je de grootte van iets uitspreekt zeg je vaak: (lengte) bij (breedte) meter. Dat schrijf je als ... x ... meter.
Pim heeft een tuin van 4 m x 5 m. Hij wil de hele tuin beleggen met nieuw gras. Hoeveel vierkante meter
gras heeft Pim nodig? Schrijf alleen het getal op.

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Link

Deze slide heeft geen instructies