cross

Verbes avoir, être, faire, aller, -er, -ir présent

  • Voca
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

  • Voca

Slide 1 - Tekstslide

Dans ce cours...
  • Verbes irréguliers avoir, être, faire, aller
  • Verbes réguliers -er, -ir
  • Présent

Slide 2 - Tekstslide

La roue des verbes
Roue 1: pronoms personnels
Roue 2: avoir, être, faire, aller, -er, -ir

Slide 3 - Tekstslide

Welke twee groepen werkwoorden zijn er in het Frans?

Slide 4 - Open vraag

Welke 4 onregelmatige werkwoorden ken je?

Slide 5 - Open vraag

Hoe leer je de onregelmatige werkwoorden?

Slide 6 - Open vraag

Hoe vervoeg je de regelmatige werkwoorden op -er?

Slide 7 - Open vraag

Hoe vervoeg je de regelmatige werkwoorden op -ir?

Slide 8 - Open vraag

avoir = hebben
être = zijn

Slide 9 - Tekstslide

faire = maken/doen
aller = gaan

Slide 10 - Tekstslide

Elle ... une fille.
A
es
B
est
C
sont
D
sommes

Slide 11 - Quizvraag

Nous ... nos devoirs.
A
font
B
faites
C
fais
D
faisons

Slide 12 - Quizvraag

Tu ... à l'école.
A
vas
B
va
C
vais
D
vont

Slide 13 - Quizvraag

Martien et Erica ... un château.
A
a
B
avez
C
ont
D
avons

Slide 14 - Quizvraag

Vous ... au cinéma. (aller)

Slide 15 - Open vraag

Tu ... sympa. (être)

Slide 16 - Open vraag

Mes amis ... du foot. (faire)

Slide 17 - Open vraag

Léa ... un chien. (avoir)

Slide 18 - Open vraag

Il ... à Rotterdam.
A
a
B
va

Slide 19 - Quizvraag

Je/J' ... douze ans.
A
suis
B
ai

Slide 20 - Quizvraag

Elles ... du foot.
A
font
B
vont

Slide 21 - Quizvraag

Nous ... à l'école.
A
sommes
B
faisons

Slide 22 - Quizvraag

Regelmatige werkwoorden op -er
Stap 1: haal -er van het werkwoord af
Stap 2: voeg de juiste uitgang toe > e/es/e/ons/ez/ent

Slide 23 - Tekstslide

Elle habitent aux Pays-Bas.
A
B

Slide 24 - Quizvraag

Tu chantes une chanson.
A
B

Slide 25 - Quizvraag

J'aime le tennis.
A
B

Slide 26 - Quizvraag

Nous parlez français.
A
B

Slide 27 - Quizvraag

Elles ... le chocolat. (aimer)

Slide 28 - Open vraag

Le prof ... le cours. (donner)

Slide 29 - Open vraag

Vous ... une pomme. (manger)

Slide 30 - Open vraag

Je ... un film. (regarder)

Slide 31 - Open vraag

Maak een Franse zin met het werkwoord: aimer

Slide 32 - Open vraag

Regelmatige werkwoorden op -ir
Stap 1: haal -ir van het werkwoord af
Stap 2: voeg de juiste uitgang toe > is/is/it/issons/issez/issent

Slide 33 - Tekstslide

Ils ... à quelle heure?
A
finis
B
finit
C
finissent
D
finissez

Slide 34 - Quizvraag

Tu ... quoi?
A
choisissons
B
choisis
C
choisissez
D
choisit

Slide 35 - Quizvraag

Nous ... le document.
A
remplissons
B
remplissez
C
remplissent
D
remplis

Slide 36 - Quizvraag

Il ... trop.
A
réfléchit
B
réfléchissons
C
réfléchis
D
réfléchissez

Slide 37 - Quizvraag

Vous ... vers 8 heures. (finir)

Slide 38 - Open vraag

Je ... le rouge. (choisir)

Slide 39 - Open vraag

Léa ne ... jamais bien. (réfléchir)

Slide 40 - Open vraag

Nous ... le gagnant. (choisir)

Slide 41 - Open vraag

Maak een Franse zin met het werkwoord: finir

Slide 42 - Open vraag

Wordwall
Op de volgende dia's staan links naar spelletjes op Wordwall. Doe beide spelletjes een keer!
  • Maze: les verbes
  • Whack-a-mole: les verbes irréguliers

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Link

Slide 45 - Link