Afsluitende themaquiz: Vakanties

Afsluitende themaquiz: Vakanties
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapPraktijkonderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Afsluitende themaquiz: Vakanties

Slide 1 - Tekstslide

Afsluitende themaquiz: Vakanties

Deze themaquiz bestaat uit 2 type vragen:
Meerkeuzevragen
Open vragen (toepassings- en inzichtsvragen)

De themaquiz bestaat uit 19 vragen.
Veel succes!


Waar
ben ik?

Slide 2 - Tekstslide


1. Wat betekent reizen?
Les: Reizen
A
vakantie
B
thuis blijven
C
een tocht maken
D
een weekend weg

Slide 3 - Quizvraag


2. Als je gaat reizen dan ga je ergens naartoe. Dat noemen we een bestemming.

Deze uitspraak is ...
Les: Reizen
A
juist
B
onjuist

Slide 4 - Quizvraag


3. Als je gaat reizen dan doe je dit met het vliegtuig. Anders is het geen reis. 

Deze uitspraak is ...
Les: Reizen
A
juist
B
onjuist

Slide 5 - Quizvraag


4. Naast de zomervakantie heb je nog meer vakanties in Nederland. Wat is geen vakantie?
Les:
Op vakantie
A
kerstvakantie
B
herfstvakantie
C
paasvakantie
D
meivakantie

Slide 6 - Quizvraag


5. Een vakantie is alleen een vakantie als je naar het buitenland gaat.

Deze uitspraak is ...
Les:
Op vakantie
A
juist
B
onjuist

Slide 7 - Quizvraag


6. Als je op vakantie gaat dan gebruik je hiervoor een vervoersmiddel. 

Wat is geen vervoersmiddel?
Les:
Op vakantie
A
auto
B
hotel
C
vliegtuig
D
camper

Slide 8 - Quizvraag


7. Als je op vakantie gaat dan overnacht je ergens. 

Wat betekent overnachten?
Les:
Op vakantie
A
een hotel
B
een camping
C
een plek waar je blijft slapen
D
een plek waar je uiteten kan gaan.

Slide 9 - Quizvraag


8. Wat is een toerist?
Les:
Toerisme
A
een persoon die naar het buitenland gaat voor werk
B
een persoon die naar een andere plek gaat voor ontspanning
C
een persoon die thuis blijgt

Slide 10 - Quizvraag


9. Toerisme is ... voor een stad. 

Welk woord past op de drie puntjes?
Les: 
Toersime
A
belangrijk
B
onbelangrijk
C
langzaam
D
saai

Slide 11 - Quizvraag


10. Een plek waar veel toeristen op af komen noem je een ...
Les: Toerisme
A
attractiepark
B
toeristische plek
C
geschiedenis
D
winkel

Slide 12 - Quizvraag


12.  Wat is massatoerisme?

Les: Reizen en
het milieu
A
één toerist
B
grote groepen mensen die naar een andere plek gaan voor ontspanning
C
grote groepen mensen die naar een andere plek gaan voor werk
D
stranden in Spanje

Slide 13 - Quizvraag


11. Massatoerisme is goed voor het milieu.

Deze uitspraak is ...
Les: Reizen en
het milieu
A
juist
B
onjuist

Slide 14 - Quizvraag


13.  Vliegen is niet goed voor het milieu. 

Deze uitspraak is ...
Les: Reizen en
het milieu
A
juist
B
onjuist

Slide 15 - Quizvraag


14. Als je op reis gaat kun je rekening houden met het milieu.

Wat is geen oplossing?
Les: Reizen en 
het milieu
A
ga verder weg van huis
B
blijf dichter bij huis
C
ga met de trein
D
gebruik minder plastic

Slide 16 - Quizvraag

Open vragen

Slide 17 - Tekstslide


15. Maaike zegt tegen Rudy: "Mensen reizen alleen als ze op vakantie gaan." 

Leg uit dat deze uitspraak van Maaike niet klopt.

Les: 
Reizen

Slide 18 - Open vraag


16. Wat is het verschil tussen op vakantie gaan en een dagje vrij hebben of weekend hebben?
Les: 
Op vakantie

Slide 19 - Open vraag


17. Waarom is toerisme belangrijk voor een gebied? Geef twee redenen.
Les: 
Toerisme

Slide 20 - Open vraag

Einde themaquiz: 
Vakanties

Slide 21 - Tekstslide