modalverben

Willkommen 
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 1,2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Willkommen 

Slide 1 - Tekstslide

Programm für heute:
Planner
Projekt
Modal Verben

Slide 2 - Tekstslide

Planner

Slide 3 - Tekstslide

Project 'Einen Film schauen'
Persoon A: legt uit waarom hij/zij een film wil zien
Persoon B: legt uit waarom hij/zij een andere film wil zien
Persoon A: geeft een argument voor zijn/haar film
Persoon B: geeft een argument voor zijn/haar film
Samen kiezen jullie een film en geven een korte samenvatting waarom.

Slide 4 - Tekstslide

Modal Verben  / modale werkwoorden

Slide 5 - Tekstslide

modaal werkwoord

Slide 6 - Woordweb

modale werkwoorden geven het werkwoord en dus ook de zin een andere betekenis. 

Slide 7 - Tekstslide

bijvoorbeeld
ik eet
ik wil eten -> wens

ik plas
ik moet plassen -> noodzaak

Slide 8 - Tekstslide

noem andere modale werkwoorden.

Slide 9 - Open vraag

Nederlandse modale ww.

Slide 10 - Tekstslide

duitse modal werkwoorden 

Slide 11 - Tekstslide

vandaag behandelen wij: 
müssen
wissen
wollen 

Slide 12 - Tekstslide

werkblad 

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Quiz tijd! 

Slide 18 - Tekstslide

'Ich will Eis essen' is een zin met een modaal werkwoord
A
ja, dat klopt
B
nee, dat klopt niet

Slide 19 - Quizvraag

du ... (müssen)
vervoeg müssen
A
müsst
B
müssen
C
musst
D
mussen

Slide 20 - Quizvraag

'wissen' heeft in sommige vervoegingen een ß
A
ja, bij enkelvoud (ich, du, er/sie/es)
B
ja, bij meervoud (wir, ihr, Sie/sie)
C
nee, dat klopt niet

Slide 21 - Quizvraag