Les 1 GO gezelschapsdieren gedrag - Het dierenrijk - Ontstaan van gedrag

Les 2 GO gezelschapsdieren gedrag en het ontstaan van gedrag
Les 1. Het dierenrijk & Het ontstaan van diergedrag
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
DierverzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Les 2 GO gezelschapsdieren gedrag en het ontstaan van gedrag
Les 1. Het dierenrijk & Het ontstaan van diergedrag

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
- Opstarten
- Het dierenrijk
- Ontstaan van diergedrag
- Afsluiten

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het einde van de les weet je:

• Wat organismen zijn
• Hoe organismen worden ingedeeld (taxonomie) op basis van afdeling, klassen, orden, familie, geslachten en soorten
• Hoe de wetenschappelijke naamgeving van dieren tot stand komt.
• Wat het belang van een taxonomische indeling in de praktijk is.

Slide 3 - Tekstslide

Taxonomie is de wetenschap van het indelen, ook wel ordenen. 




organismen

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 5 - Video

Filmpje van Nicole de Voogd. Professor Naturalis, doet onderzoek aan sponzen. 
Gaat over het ordenen van organismen, door te kijken naar kenmerken. 
Wat zijn organismen?
A
alle vormen van leven op aarde
B
alle dieren die op aarde leven
C
alles wat ademt op aarde
D
alle dieren die niet met het blote oog te zien zijn

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Taxonomie 
Carolus Linnaeus (1735)
Indelen in groepen
Overeenkomsten en kenmerken

Boek: Gezelschapsdieren 1
blz 20-21

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Taxonomie is het indelen en benoemen van organismen in verschillende rangen en groepen. Je kunt dat indelen niet zomaar doen; hier zijn strenge regels over afgesproken. Carl Linnaeus heeft de regels in 1735 bedacht en deze worden nog steeds gebruikt. De indeling is wel veranderd. Tegenwoordig wordt de levende natuur ingedeeld in drie domeinen. Hierbij is een onderverdeling gemaakt tussen twee soorten bacteriën (de archaebacteriën en de bacteriën) en de Eukaryoten. De Eukaryoten hebben een celkern. Hieronder vallen bijvoorbeeld planten en dieren, waaronder ook de mens.
Telkens wanneer je in de indeling een rang naar beneden gaat, horen er specifieke kenmerken bij de groep. Onderaan de indeling staan de soorten. Iedere ontdekte soort krijgt een wetenschappelijke naam, waarbij het eerste gedeelte de naam van het geslacht is en het tweede deel de soort zelf aangeeft. De leeuw heeft bijvoorbeeld als wetenschappelijke naam Panthera leo, terwijl de tijger Panthera tigris heet. Ze behoren dus tot hetzelfde geslacht, maar tot een andere soort.
Opdracht:
- In tweetallen
- Schrijf alle groepen op een vel papier
- Zoek in je boek "werken in de dierverzorging" H3 of internet op basis van welke kenmerken een dier in een groep ingedeeld wordt, noteer dit bij de groep. 
- Klaar?; Terugkoppelen

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Om de dieren in te delen in stammen kijken we naar twee kenmerken. Namelijk naar ......
A
... de soort cellen en de symmetrie
B
... de tweezijdige symmetrie en de veelzijdige symmetrie
C
... waar het skelet van gemaakt is en of het inwendig is
D
... naar het skelet en de symmetrie

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

welken stammen kunnen een uitwendig skelet hebben?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Geleedpotigen
gewervelden
Stekelhuidigen

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op basis van welke vijf kenmerken zijn dieren verdeeld in klassen?

Slide 14 - Woordweb

huid, lichaamstemperatuur (warm en koudbloedig), ademhaling, manier van voortplanten, leven in lucht, water of op land

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom wetenschappelijke namen?
  • Wereldwijd dezelfde naam.
  • Ook Engelse, Duitse, Franse, Chinese etc. verzorgingstips
  • Bij zeldzamere soorten erg belangrijk!

  • Geen verwarring over soort! 
  • Dzjoengaarse, Siberische en Russische dwerghamster
  • Phodopus sungorus

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is volgens jou het belang van taxonomie in de dierverzorging?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen: Je weet nu....
•...Wat organismen zijn
• ...Hoe organismen worden ingedeeld (taxonomie) op basis van afdeling, klassen, orden, familie, geslachten en soorten
• ...Hoe de wetenschappelijke naamgeving van dieren tot stand komt.
• ...Wat het belang van een taxonomische indeling in de praktijk is.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 2 GO gezelschapsdieren gedrag en het ontstaan van gedrag
Les 2. gedrag en het ontstaan van gedrag

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling vorige les

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn organismen?
A
Alle dieren die op aarde leven
B
Alles wat ademt op aarde
C
Alle dieren die niet met het blote oog te zien zijn
D
Alle vormen van leven op aarde

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op basis van wat worden de stammen ingedeeld?
A
Huid, lichaamstemperatuur, manier van ademhalen
B
Uiterlijke kenmerken zoals type hoeven
C
Skelet en symmetrie
D
Leefgebied

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een kenmerk van binominale nomenclatuur?
A
Het bestaat uit drie delen: familienaam, geslachtsnaam en soortaanduiding.
B
Het bestaat uit twee delen: geslachtsnaam en soortaanduiding.
C
Het bestaat uit één deel: de wetenschappelijke naam.
D
Het bestaat uit twee delen: familienaam en geslachtsnaam.

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het einde van de les weet je:

  • Wat gedrag is
  • Wat prikkels zijn
  • Hoe prikkels het gedrag beïnvloeden


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

gedrag

Slide 28 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Artikelen lezen
Paard                                                                                Alpaca

Slide 29 - Tekstslide

Duo's/groepjes maken. Allebei ander artikel lezen en elkaar vertellen wat je gelezen hebt. (artikelen staan op de ELO)


https://www.rtl.nl/wonen/gezien-eigen-huis-tuin/artikel/5154896/alles-wat-je-moet-weten-over-alpacas-en-lamas

https://eenvandaag.avrotros.nl/artikelen/maneges-werken-aan-meer-vrijheid-en-sociaal-contact-bij-hun-paarden-want-dat-hebben-ze-nodig-het-zijn-natuurlijk-kuddedieren-161125

https://www.nu.nl/wetenschap/3007948/ontembaarheid-van-wolf-verklaard-.html?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F
Wat is gedrag?

Slide 30 - Open vraag

Alles wat een dier doet of juist niet doet. 

Mogelijk klassikaal behandelen (in duo's). 
Wat is de functie van gedrag?

Slide 31 - Tekstslide

Eerst studenten zelf na laten denken en het op laten schrijven. Daarna met buurman/buurvrouw uitwisselen en bespreken. 

Overlevingskans vergroten.
Hoe ontstaat gedrag?

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ontstaan van gedrag

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontstaan van gedrag
  • Prikkels = respons
  • Motivatie

Verschillende factoren 
  • erfelijke aanleg
  • lichamelijke oorzaken
  • te weinig socialisatie
  • verstoorde dominantie verhouding

Slide 34 - Tekstslide

Niet elk dier reageert hetzelfde op een prikkel. Motivatie = belangrijk

Voorbeeldje filmpje (volgende slide)

Inwendige prikkel of fysiologische motivatie: Zintuigen op diverse plekken in het lichaam die de inwendige omgeving meten.

Uitwendige prikkels: gemeten door zintuigen. Gehoord, zicht, geur, etc. 
bv.:
Spierpijn (spierspanning)
Honger of vol (maagvulling)
Moet plassen (blaasspanning)


Slide 35 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke voorbeelden van reacties op prikkels kan je bedenken?

Slide 36 - Tekstslide

Een wolf gaat jagen vanwege de hongerprikkel.
Een hond blaft na het horen van de deurbel.
Een zeemeeuwkuiken pikt op de rode vlak op de snavel van een ouder.

Eerst zelf weer na laten denken. Daarna uitwisselen en klassikaal bespreken. 

Slide 37 - Tekstslide

Mensen en dieren kunnen niet op alle prikkels reageren dan zou je gek worden. In de hersenen zit een filter dat de meeste prikkels weg filtert. Sommige prikkels zijn in bepaalde situaties niet belangrijk genoeg om op te reageren. 

sommige prikkels kunnen niet genegeerd worden --> sleutelprikkels

Sleutelprikkels en supranormale prikkels zie Animalis. 
Opdracht: Animalis online
  • Log in bij Animalis
  • Open de module; gedrag bij dieren
  • Maak de les; Gedrag en het onstaan van gedrag. 
  • Vragen? overleg met je buur, of vraag je docent!

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is je het meest bijgebleven van deze les?

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van een externe prikkel?
A
Biologische klok
B
Geslachtsdrift
C
Interne hormonen
D
Voedselgeur

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe wordt een reactie op een prikkel genoemd?
A
Sleutel
B
Supranormaal
C
Respons
D
Signaal

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke prikkel werkt sterker om een bepaalde respons te krijgen?
A
Supranormale prikkel
B
Sleutelprikkel
C
Inwendige prikkel
D
Uitwendige prikkel

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van een interne prikkel bij dieren?
A
Regen
B
Voedsel vinden
C
Hormonale veranderingen
D
Zonlicht

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke factor kan het gedrag van dieren beïnvloeden?
A
Geslacht
B
Omgevingsveranderingen
C
Gewicht
D
Leeftijd

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies