lesdoelen
je leert de omtrek van een vlakke figuur berekenen.
je leert de oppervlakte van een vlakke figuur berekenen.
opdracht 1
De hokjes zijn 1 cm bij 1 cm groot.
A. Wat is de omtrek van deze figuur?
B. Hoeveel cm2 is de oppervlakte
van de rechthoek?
opdracht 2
De hokjes zijn 1 cm bij 1 cm groot.
A. Hoeveel cm is de omtrek van deze
figuur?
B. Hoeveel cm2 is de oppervlakte van
het vierkant?
opdracht 3
Een hokje is een cm bij een cm.
A. Hoeveel cm is de omtrek van
de figuur?
B. Hoeveel cm2 is de
oppervlakte van deze
rechthoek?
opdracht 4
Jan tekent deze rechthoek.
A. Hoeveel cm is de omtrek
van de rechthoek?
B. Hoeveel cm2 is de
oppervlakte van deze
rechthoek?
opdracht 5
Een voetballer loopt 6 rondjes rond dit voetbalveld.
A. Hoeveel m is dat?
B. Wat is de oppervlakte
van dit voetbalveld?
opdracht 6
A. Hoeveel cm is de omtrek
van deze figuur?
B. Wat is de oppervlakte van
deze figuur?
opdracht 7
Hier zie je de plattegrond van een kantoorgebouw.
Hoeveel m2 is de oppervlakte van de verzamelplaats?
opdracht 8
De omtrek van driehoek ABC is 24 cm.
Hoeveel cm is de zijde AC?
Wat is de omtrek van deze figuur?
20 cm
14 cm
22 cm
11 cm
Wat is de omtrek van dit vierkant?
8 cm2
8 cm
16 cm
16 cm2
Wat is de oppervlakte van dit vierkant?
8 cm2
8 cm
16 cm
16 cm2
woordenlijst
vlakke figuur
rechthoek
driehoek
hoek
zijde
lengte
breedte
plattegrond
omtrek
oppervlakte