Repetir verbos regulares y reflexivos

Hoy repetimos los verbos.
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoy repetimos los verbos.

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Je kunt de Spaanse persoonlijke voornaamwoorden benoemen.
Je kunt de regelmatige werkwoorden en de wederkerende werkwoorden in het Spaans vervoegen.

Slide 2 - Tekstslide

Verbos -AR-ER -IR
Regelmatige werkwoorden eindigend op -AR , -IR , -ER
Weet je de regel nog?

Slide 3 - Tekstslide

Ken jij de persoonsvormen in het Spaans? Koppel de juiste Nederlandse betekenis eraan. 
Doe daarna hetzelfde met de rode kaartjes.
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
ik
jij
María y Pepe
zij (mv)
wij
hij
jullie
zij
mi hermano y yo
u (mv)
Isabel y tú
Juan
señor González

Slide 4 - Sleepvraag

Oefenen met regelmatige werkwoorden op -AR
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
HABLO
BAILO
CANTA
BAILAN
ESCUCHAS
TOCAMOS
ESCUCHÁIS
BAILA
HABLAN
CANTAMOS
ESTUDIÁIS
HABLAS

Slide 5 - Sleepvraag

trabajar = werken.
Ik werk =

Slide 6 - Open vraag

comprar = kopen
jij koopt =

Slide 7 - Open vraag

cantar = zingen
hij zingt =

Slide 8 - Open vraag

Oefenen met regelmatige werkwoorden op -ER
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
COMO
APRENDES
BEBES
CORREMOS
VENDEN
APRENDEMOS
VENDÉIS
BEBE
COMEMOS
VENDO
APRENDEN
COME
CORRE
BEBÉiS

Slide 9 - Sleepvraag

aprender = leren
zij leert =

Slide 10 - Open vraag

beber = drinken
wij drinken =

Slide 11 - Open vraag

comer = eten
jij eet =

Slide 12 - Open vraag

Oefenen met regelmatige werkwoorden op -IR
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
VIVÍS
VIVIMOS
ESCRIBE
VIVO
COMPARTO
ESCRIBIMOS
COMPARTEN
VIVES
ESCRIBEN
VIVE

Slide 13 - Sleepvraag

vivir = wonen, leven
wij wonen =

Slide 14 - Open vraag

escribir = schrijven
ik schrijf =

Slide 15 - Open vraag

vivir = wonen
zij wonen =

Slide 16 - Open vraag

Wil je nog meer oefenen -AR-ER -IR werkwoorden?

  1. Verbos -ar oefenen: klik hier
  2. Verbos -er oefenen: klik hier
  3. Verbos -ir oefenen: klik hier


Slide 17 - Tekstslide

AR, ER, IR: Zet de juiste vorm van het werkwoord in de zin:
1. (hablar/él)__ muy despacio (=langzaam) porque yo sólo (=alleen) (hablar)____ un poco de español.
2. Mi padre y mi madre (vivir)_____ en Madrid.
3. Yo (tener) ______ catorce años.
4. Maribel y yo (nosotros/ comer) ______ patatas fritas.
5. Mi hermano (él/ escuchar)___________ la música clásica.
6. Maud y Stefanie (ellas/ escribir) ________ una carta a su abuela

Slide 18 - Open vraag

Wederkerende werkwoorden

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Verbos reflexivos

Slide 21 - Tekstslide

Este señor ____________(llamarse) señor Lopez.
A
te llamas
B
te llames
C
os llamáis
D
se llama

Slide 22 - Quizvraag

Yo siempre ___________(ducharse) a las siete y media.
A
ducho
B
duchas
C
me ducho
D
me duchas

Slide 23 - Quizvraag

¿Cómo ____________________(llamarse) vosotros?

Slide 24 - Open vraag

Antes de comer _________(lavarse, tú) las manos.

Slide 25 - Open vraag

En las vacaciones de navidad mis padres ___________(quedarse) en casa.

Slide 26 - Open vraag

Wat ik nog moeilijk vind is...
Wat ik vandaag heb geleerd is...
Wat ik al goed kan is...
Wat ik met de lesstof kan doen is...
Mijn leerdoel van deze les was...




Slide 27 - Woordweb

Fin de la clase...



* ¿Qué salió bien?


* ¿Qué puede mejorar?


* ¿Próxima clase?
¿Qué? Verbos: hacer, venir, salir, ir

¿Preparar? 
- Hacer 4.5, 4.6 y 4.7 (LE)
- Aprender palabras 1.7 y 1.8 

Slide 28 - Tekstslide