wk 35 2021-2022

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

fictie
spelling
grammatica
lezen
schrijven

Slide 3 - Tekstslide

Wat neem je mee naar de les?
  • Lijntjes schrift (formaat maakt niet uit)
  • opgeladen iPad
  • leesboek (jeugdboek / c-boek) geen boek op iPad. Op e-reader in overleg

Slide 4 - Tekstslide

Drive
  • mapje 2 (t) havo/vwo NEDERLANDS
  • per onderwerp een map
  • extra uitleg en opdrachten
  • instructiefilmpjes
  • oefentoetsen
  • studiewijzer

Slide 5 - Tekstslide

Studiewijzer
  • Welke onderdelen we in een week behandelen
  • Welke doelen iedere les heeft
  • Wanneer een toets gepland staat en wat de weging is
  • Wanneer er een vakantie
  • Wanneer er een bijzonderheid in een week is

Slide 6 - Tekstslide

Wat we deze les gaan doen:
  • Je weet het verschil tussen fictie en non-fictie
  • Je kunt aangeven of een film/boek fictie of non-fictie is
  • Je weet het verschil tussen realistisch en niet-realistisch
  • Je kunt aangeven waarom een film/boek wel of niet realistisch is
  • Je weet op welke 4 punten je moet letten als je een personage beschrijft
  • Je weet hoe een verhaal kan worden opgebouwd
  • Je kunt zelf een verhaal aan de hand van een bepaalde opbouw schrijven

Slide 7 - Tekstslide

fictie

Verzonnen verhalen. De schrijver fantaseert, heeft het verhaal zelf bedacht.


Geschreven om je te vermaken.


Voorbeelden:

(veel)leesboek, stripverhaal,  game, (veel)films, poëzie

Slide 8 - Tekstslide

non-fictie

Teksten over de werkelijkheid. Wat er staat, is echt gebeurd en geeft informatie.


Geschreven om je te informeren of instrueren.


Voorbeelden:

Nieuwsbericht, biografie, journaal, schoolboek, kookboek

Slide 9 - Tekstslide



De boeken van Carry Slee zijn...
A
fictie
B
non-fictie

Slide 10 - Quizvraag



Een nieuwsbericht in de 7-Days krant is ...
A
fictie
B
non-fictie

Slide 11 - Quizvraag

Realistisch / niet-realistisch

Fictie kan realistisch of niet-realistisch zijn


Realistisch;
-Verhaal lijkt heel erg op de werkelijkheid, alles kan in het echt

Niet-realistisch;
-Verhalen met veel dingen die niet echt kunnen gebeuren




Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Slide 14 - Video

Oorlogswinter is ...
A
realistisch
B
niet realistisch

Slide 15 - Quizvraag

Black Panther is ...
A
realistisch
B
niet realistisch

Slide 16 - Quizvraag

Opdracht personages beschrijven
Neem een personage uit een film in gedachte. Beschrijf dit personages op 4 manieren:
  1. op basis van uiterlijk
  2. op basis van belangrijke kenmerken
  3. op basis van karakter
  4. op basis van relaties
timer
10:00

Slide 17 - Tekstslide

Personages beschrijven
  • In blok 3 van fictie wordt het verschil beschreven tussen een hoofdpersoon en een bijfiguur. Maak hier een duidelijke aantekening van in je schrift.
timer
8:00

Slide 18 - Tekstslide



Wat is geen voorbeeld van een uiterlijk kenmerk?
A
groene ogen
B
blauwe plekken
C
blonde haren
D
gebroken hart

Slide 19 - Quizvraag



Johan Cruijf had bruin haar.
Dit is een ...
timer
0:10
A
Karaktereigenschap
B
Uiterlijk kenmerk
C
Onzichtbaar kenmerk

Slide 20 - Quizvraag



Een krantenartikel in de krant De Speld is ...
A
fictie
B
non-fictie

Slide 21 - Quizvraag

Opbouw verhaal

Slide 22 - Tekstslide

Opdracht opbouw verhaal
Bedenk een eigen verhaallijn. Kies zelf waar je jouw verhaal wilt laten beginnen.

Lastige opdracht? Neem de verhaallijn van een boek of film. 

Slide 23 - Tekstslide

Afsluiting
Huiswerk volgende les:

Leesboek meenemen (al dan niet uit de mediatheek)



Slide 24 - Tekstslide