21-2 H4 spelling

programma
Nakijken opdr 2,3 en 4
Herhalen spelling werkwoorden
Volgende les: oefentoets 
Vrijdag 25-2 proefwerk H4
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

programma
Nakijken opdr 2,3 en 4
Herhalen spelling werkwoorden
Volgende les: oefentoets 
Vrijdag 25-2 proefwerk H4

Slide 1 - Tekstslide

Samenstellingen

Soms moet je tussenletters gebruiken om een goede samenstelling te maken.


fiets + maker = fietsenmaker

beer + sterk = beresterk

dorp + café = dorpscafé

Slide 2 - Tekstslide

Regel tussenletter(s) -en-

Als het eerste woord alleen een meervoud heeft op -en:

bananenschil, paardensport


Slide 3 - Tekstslide

Regel tussenletter(s) -e-

- Als het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is: zonnecel, maneschijn

- Als het eerste woord een versterkende betekenis heeft: retegoed, reuzegroot

- Als het eerste woord (ook) een meervoud heeft op -s: gemeenteraad, stageplaats

- Als het woord geen meervoud kent: rijstepap

- Als het eerste woord geen zelfstandig naamwoord is: huilebalk



Slide 4 - Tekstslide

Regel tussenletter(s) -S-

- Als je de -s- hoort en als de -s- in dezelfde soort samenstellingen ook voorkomt:

mijnwerkerslamp   ->    mijnwerkersstaking

stadstuin   ->    stadscentrum



maar geen tussenletter -s-:

voetbaltraining   ->   voetbalsupporter



Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

spelling werkwoorden
dicteetje
Neem het stappenplan blz 272 voor je. Gebruik deze.
Onderstreep de PV

Slide 9 - Tekstslide

Gisteren verpootte de eigenaar zijn plantjes.
De zakenman trachtte zijn mooi ingerichte woning te verhuren.
De dader heeft bekend.
Hij bekent de misdaad.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide