3.5 Schimmels

Vandaag
- Bespreken huiswerkopgaven
- 3.5 Schimmels
- 3.6 Bacteriën
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Vandaag
- Bespreken huiswerkopgaven
- 3.5 Schimmels
- 3.6 Bacteriën

Slide 1 - Tekstslide

Bespreken huiswerkopgaven

Slide 2 - Tekstslide

3.5 Schimmels
- Je kunt kenmerken noemen van schimmels
- Je kunt uitleggen dat schimmels zowel nuttig als schadelijk kunnen zijn (en hiervan voorbeelden noemen)

Slide 3 - Tekstslide

Schimmels
- De cellen van schimmels hebben een celkern
   en celwand
- Maar GEEN bladgroenkorrels, dus ze kunnen
   geen fotosynthese uitvoeren

- Schimmels zijn eencellig of meercellig

Slide 4 - Tekstslide

Eencellige en meercellige schimmels
- Gisten zijn eencellige schimmels
- Meercellige schimmels bestaan meestal uit lange dunne draden: de schimmeldraden

Slide 5 - Tekstslide

Voortplanting van schimmels
- Gisten planten zich voort door celdeling
- Eerst ontstaat er een knop en van daaruit ontstaat de 
nieuwe gistcel

- Meercellige schimmels planten zich voort door middel van 
sporen: cellen waaruit een nieuwe schimmel kan ontstaan
- Deze sporen ontstaan vaak aan het uiteinde van de 
schimmeldraden

Slide 6 - Tekstslide

Paddenstoelen
- Schimmelsoorten waarbij de sporen in een speciaal orgaan ontstaan
- Sommige paddenstoelen zijn eetbaar, andere (erg) giftig

Slide 7 - Tekstslide

Zijn schimmels nuttig of juist niet?

Slide 8 - Tekstslide

Voor- en nadelen van schimmels
- Schimmels voeden zich met dode resten van organismen
- Het opruimen van deze resten is hun belangrijkste functie in de natuur

- Ons voedsel bestaat uit dode resten, dus schimmels kunnen hier goed op leven
- Op die manier kunnen schimmels voedsel bederven

- Van sommige schimmels kunnen mensen, planten of dieren ziek worden: een schimmelinfectie

Slide 9 - Tekstslide

Zijn schimmels nuttig of juist niet?

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Biotechnologie
- Biotechnologie: technieken waarbij mensen organismen gebruiken om producten te maken
- Hiervoor gebruiken mensen bijvoorbeeld schimmels en bacteriën

- Schimmels worden ook gebruikt om geneesmiddelen te maken: bijv. het antibioticum peniciline
- Antibiotica zijn geneesmiddelen die bacteriën doden

Slide 12 - Tekstslide

Maken opgaven 1 t/m 5, 8 
(blz. 204-206)

Extra interessant? Maak opgave 9 (blz. 206)

Slide 13 - Tekstslide

Leuk feitje
- Zonder microscoop zie je ze niet, maar ze zijn overal: bacteriën

- In je mond alleen leven al ongeveer 25x zo veel bacteriën als er mensen op de aarde zijn

Slide 14 - Tekstslide

Bacteriën
- Bacteriën zijn prokaryoten: eencellige organismen zonder celkern
- Ze zijn
verschrikkelijk klein

Slide 15 - Tekstslide

Voortplanting
- Bacteriën planten zich voort door celdeling
- Er ontstaan dan 2 kleinere cellen die groeien, totdat ze even groot zijn als eerst

- Bacteriën kunnen zich heel snel 
voortplanten: soms kunnen ze zich 
elke twintig minuten delen

Slide 16 - Tekstslide

3.6 Bacteriën 
- Je kunt kenmerken noemen van bacteriën
- Je kunt uitleggen dat bacteriën zowel nuttig als schadelijk kunnen zijn (en hiervan voorbeelden noemen)

Slide 17 - Tekstslide

1 delende bacterie
Na 20 min: 2 bacteriën
Na 40 min: 4 bacteriën
Na 80 min: 8 bacteriën
...
Na 400 min (20 delingen) al meer dan 1 miljoen bacteriën!
Na 660 min (=11 uur) al meer bacteriën dan mensen op de wereld, dus bacteriën kunnen zich snel vermenigvuldigen

Slide 18 - Tekstslide

Zijn bacteriën nuttig of juist niet?

Slide 19 - Tekstslide

Voor- en nadelen van bacteriën
- Goede bacteriën in de darmen verteren je voedsel en op de huid beschermen ze tegen ziekteverwekkers
- Bacteriën voeden zich met dode resten van organisme: belangrijkse functie in de natuur
- Ons voedsel bestaat uit dode resten, dus bacteriën kunnen hier goed op leven
- Op die manier kunnen bacteriën voedsel bederven

- Bacteriën kunnen gedood worden door antibiotica

Slide 20 - Tekstslide

Zijn bacteriën nuttig of juist niet?

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

3.5 Maken opgaven 1 t/m 5, 8
(blz. 204-206)
3.6 Maken opgaven 1, 2, 4 t/m 6
(blz. 209-211)





Extra interessant? Maak opgave 7 (blz. 211-212)

Slide 23 - Tekstslide