Les 3 argumentatieschema's

Argumentatieschema's
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Argumentatieschema's

Slide 1 - Tekstslide

Woensdag 6 maart
Pak je leesboek en start met lezen. 

Bespreken les 20

Uitleg argumentatieschema's 
Aan de slag met les 21

timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Je weet wat argumentatieschema's zijn.
  • Je weet waarom je argumentatieschema's moet kennen.
  • Je kunt de argumentatieschema's herkennen in een argumentatie.

Slide 3 - Tekstslide

Welke argumentatiestructuur ken je?

Slide 4 - Woordweb

argumentatie/ redenering

Het geheel van standpunt en argumenten wordt een argumentatie of redenering genoemd.


Slide 5 - Tekstslide

argumentatieschema

Argumentatiestructuur: de manier waarop argumenten aan een standpunt hangen --> 4 basisstructuren

Argumentatieschema's: soorten argumentatie --> 6 argumentatieschema's

Slide 6 - Tekstslide

4 argumentatiestructuren
1. enkelvoudig
2. onderschikkend
3. nevenschikkend met onafhankelijke argumenten
4. nevenschikkend met afhankelijke argumenten

Slide 7 - Tekstslide

Zes argumentatieschema's
  1. Autoriteit
  2. Vergelijking
  3. Voorbeeld
  4. Kenmerk of eigenschap
  5. Oorzaak-gevolg
  6. Voordelen- nadelen

Slide 8 - Tekstslide

Wat heb je aan argumentatieschema's?
Een argumentatieschema geeft je meer inzicht in de argumentatie.

Als je argumentatieschema's kunt herkennen, kun je iemand betrappen op het onjuist gebruik van deze schema's--> ongeldige argumentatie/ drogredenen

Slide 9 - Tekstslide

Argumentatie op basis van oorzaak en gevolg.
Een feit of gebeurtenis leidt tot een ander feit of andere gebeurtenis.

Slide 10 - Tekstslide

Oorzaak - gevolg
Hij heeft een onvoldoende gehaald (gevolg + standpunt)

want hij heeft weer eens niets voorbereid (oorzaak + argument)

Slide 11 - Tekstslide

Oorzaak - gevolg
Dit is een gevaarlijke kruising (oorzaak + standpunt

want er gebeuren hier veel ongelukken (gevolg + argument)

Slide 12 - Tekstslide

Argumentatie op basis van kenmerk of eigenschap.
Als alle onderdelen van een groep hetzelfde kenmerk hebben, dan heeft een onderdeel van de groep dat kenmerk ook.

Slide 13 - Tekstslide

Kenmerk of eigenschap
Raf is een goede zanger

want hij zingt altijd zuiver.

Slide 14 - Tekstslide

Argumentatie op basis van voor- en nadelen.
Hier wordt een afweging gemaakt: de voordelen worden vergeleken met de nadelen. Op basis daarvan wordt een oordeel uitgesproken.

Slide 15 - Tekstslide

Voordelen-nadelen
Laten we deze zomer met vakantie naar Frankrijk gaan (advies/wens/keuze
want dan hebben we de grootste kans op mooi weer
(voordeel/nadeel)

Slide 16 - Tekstslide

Voordelen-nadelen
We zouden eigenlijk niet naar het WK moeten kijken (waarderend standpunt

want er worden mensenrechten geschonden in Qatar, het is geen voetballand en de bouw van zo veel stadions is slecht voor het milieu (nadelen)

Slide 17 - Tekstslide

Argumentatie op basis van voorbeelden.
Argumenten zijn gebaseerd op voorbeelden.

Slide 18 - Tekstslide

Voorbeeld
Een topfunctie is zeker haalbaar voor Nederlandse vrouwen 

want Sigrid Kaag is al jarenlang vice premier

Slide 19 - Tekstslide

Argumentatie op basis van vergelijking
Er wordt een vergelijking gemaakt tussen twee gevallen. 

Slide 20 - Tekstslide

Vergelijking
Je kunt best een voldoende halen voor deze toets 

want Abel is het ook gelukt

Slide 21 - Tekstslide

Vergelijking
Nederland moet meer investeren in duurzaamheid

want Duitsland doet dat ook.

Slide 22 - Tekstslide

Argumentatie op basis van autoriteit
Een standpunt wordt ondersteund door een uitspraak van een deskundige of gezaghebbende.

Slide 23 - Tekstslide

Autoriteit
Je mag niet door rood rijden

want dat staat in de wet.

Slide 24 - Tekstslide

Autoriteit
Je moet minimaal twee keer per dag je tanden poetsen 

want dat zegt de tandarts

Slide 25 - Tekstslide

De argumentatie kan gebaseerd zijn op:.

  • oorzaak en gevolg
  • kenmerk of eigenschap
  • voor- en nadelen
  • voorbeelden
  • vergelijking
  • autoriteit

Slide 26 - Tekstslide

Even oefenen

Slide 27 - Tekstslide

Mensen zouden wat meer met de fiets naar hun werk moeten gaan, want dat is goed voor het milieu en het is goed voor hun conditie.
A
Argumentatie op basis van oorzaak en gevolg
B
Argumentatie op basis van voor- en/of nadelen
C
Argumentatie op basis van autoriteit
D
Argumentatie op basis van voorbeelden

Slide 28 - Quizvraag

Het is de hoogste tijd dat de lonen van alle Nederlanders omhoog gaan. De president van De Nederlandsche Bank heeft dat laatst ook in een interview gezegd.
A
Argumentatie op basis van oorzaak en gevolg
B
Argumentatie op basis van voor- en/of nadelen
C
Argumentatie op basis van autoriteit
D
Argumentatie op basis van voorbeelden

Slide 29 - Quizvraag

Ik denk dat hij zich nauwelijks betrokken voelt bij het bedrijf en zijn collega's. Zo heeft hij zich gisteren ziek gemeld, terwijl hij 's middags wel in de sportschool was.
A
Argumentatie op basis van oorzaak en gevolg
B
Argumentatie op basis van voor- en/of nadelen
C
Argumentatie op basis van autoriteit
D
Argumentatie op basis van voorbeelden

Slide 30 - Quizvraag

Ik vrees dat de leerkrachten in het basisonderwijs de zo gewenste loonsverhoging niet zullen krijgen; de docenten in het voortgezet onderwijs kregen immers laatst ook niet meer salaris.
A
Argumentatie op basis van oorzaak en gevolg
B
Argumentatie op basis van voor- en/of nadelen
C
Argumentatie op basis van vergelijking
D
Argumentatie op basis van voorbeelden

Slide 31 - Quizvraag

Aan de slag
Maken les 21 opdracht 1-7

Slide 32 - Tekstslide