Betrouwbaarheid en standplaatsgebondenheid

Betrouwbaarheid van bronnen 
Historici maken gebruik van bronnen, maar niet alle bronnen zijn even betrouwbaar en objectief. Het kan zijn dat iemand een bron bewust of onbewust heeft vervalst. Als historicus moet je de waarde van je bronnen dus goed kunnen inschatten
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Betrouwbaarheid van bronnen 
Historici maken gebruik van bronnen, maar niet alle bronnen zijn even betrouwbaar en objectief. Het kan zijn dat iemand een bron bewust of onbewust heeft vervalst. Als historicus moet je de waarde van je bronnen dus goed kunnen inschatten

Slide 1 - Tekstslide

Wanneer is een bron betrouwbaar?
Auteur: wie heeft de bron gemaakt? Is deze persoon onafhankelijk en objectief of heeft hij/zij er een bepaald belang bij iets mooier/slechter weer te geven? Is deze persoon niet de maker, maar wel ooggetuige van wat in de bron staat of niet?
Tekst/Inhoud: wat staat er in de bron of is er op de bron te zien? Klopt dit met wat je geleerd hebt of met andere bronnen die je gevonden hebt? Geeft een bron vooral meningen of feiten?
Tijd: komt de bron uit de tijd zelf of is hij (veel) later gemaakt?

Slide 2 - Tekstslide

(on)betrouwbare bronnen uit de tijd van Columbus
bron: Reisverslag in een dagboek van een schepeling - 1519 
'Wij hebben het drie maanden en twintig dagen zonder enige vorm van vers voedsel moeten stellen. We aten beschuit waar de wormen in krioelden die zich aan het beschuit tegoed hadden gedaan. De beschuit stonk sterk naar de urine van ratten. We dronken geel water, dat al dagenlang bedorven was. We hebben ook ossenhuiden die we aan boord hadden, opgegeten. Ratten gingen voor anderhalve dukaat per stuk van de hand. Het ergste van alle ongelukken was het volgende: het tandvlees zwol zodanig, dat men niets meer kon eten en daardoor stierf... ik werd echter, God zij dank, niet ziek.'

Slide 3 - Tekstslide

Is de auteur ooggetuige van de gebeurtenis?
A
ja
B
nee

Slide 4 - Quizvraag

Heeft de auteur een reden om te overdrijven (mooier of slechter maken) over de gebeurtenis?
A
ja
B
nee

Slide 5 - Quizvraag

Komt de inhoud van de bron overeen met wat je hebt geleerd?
A
ja
B
nee

Slide 6 - Quizvraag

Leefde de auteur in dezelfde tijd als dat de bron geschreven is?
A
ja
B
nee

Slide 7 - Quizvraag

Het reisverslag is wel/niet betrouwbaar, omdat...

Slide 8 - Open vraag

JSC Abbot, boek; Columbus ontdekker van Amerika (1857)  
Columbus, ontdekker van Amerika
'Langzamerhand schijnt bij Columbus het denkbeeld te zijn opgerezen, dat er op de aardbol nog andere en uitgestrekte landen moesten wezen, welke de Europeanen nog niet kenden. Want slechts een klein gedeelte van onze aarde was toen nog maar door beschaafde mensen bezocht. Wanneer Columbus alleen in zijne kamer zat, en zijn ogen op de ellendige kaarten van die tijd rustten, dan werd zijn geest wakker en tekende hij met het potlood in de hand de hem bekende oevers der Middellandse zee, benevens de minder bekende kusten van Afrika van kaap Blanco af tot kaap Verde toe. In zijn verbeelding ging hij moedig den Atlantische Oceaan op tot de Azoren toe, maar hier vond hij een eindpaal, omdat verder alles nog onbekend en onbevaren was.

Slide 9 - Tekstslide

Is de auteur ooggetuige van de gebeurtenis?
A
ja
B
nee

Slide 10 - Quizvraag

Heeft de auteur een reden om te overdrijven (mooier of slechter maken) over de gebeurtenis?
A
ja, want hij schrijft een boek en daarin zijn zaken soms mooier geschreven dan dat ze waren
B
nee, hij is historicus en wil de geschiedenis zo objectief mogelijk weergeven (zoals het echt is gegaan)

Slide 11 - Quizvraag

Komt de inhoud van de bron overeen met wat je hebt geleerd?
A
ja
B
nee

Slide 12 - Quizvraag

Leefde de auteur in dezelfde tijd als dat de bron geschreven is?
A
ja
B
nee

Slide 13 - Quizvraag

Het boek van JSC Abbot over Columbus is wel/niet betrouwbaar, omdat... 3

Slide 14 - Open vraag

Bestaat de bron uit feiten of meningen?
A
feiten
B
meningen

Slide 15 - Quizvraag

Columbus bij de koning en koninging: (1850) 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Het schilderij komt uit de tijd van Columbus
A
ja
B
nee

Slide 18 - Quizvraag

Het schilderij is gebaseerd op feiten of meningen
A
feiten
B
meningen
C
beide

Slide 19 - Quizvraag

De auteur heeft een reden om de gebeurtenis mooier te ,maken dan dat het was
A
ja
B
nee

Slide 20 - Quizvraag

Het schilderij is wel/ niet betrouwbaar, omdat..

Slide 21 - Open vraag

Standplaatsgebondenheid
Historici onderzoeken het verleden zo neutraal en objectief mogelijk. Dat is lastig, omdat mensen vroeger anders dachten en deden. Hoe houd je rekening met de achtergrond van mensen in het verleden?

Iedereen heeft een eigen achtergrond die bepaalt hoe je denkt en leeft. Deze achtergrond wordt bepaald door de tijd waarin je geboren bent, je geslacht, je sociale positie, het land waarin je leeft et cetera. Samen heet dit standplaatsgebondenheid.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Leg uit wat standplaatsgebondenheid betekent

Slide 24 - Open vraag

Van handel naar kolonisatie
Europese ontdekkingsreizigers kwamen aan op continenten die voor hen onbekend waren. De continenten hadden veel rijkdommen die de Europeanen graag wilden hebben. In eerste instantie dreven de Europeanen handel met de inheemse inwoners. Maar al snel koloniseerden de Europeanen gebieden om hun rijkdom te vergroten.

Slide 25 - Tekstslide

Columbus: ontdekkingsreiziger of kolonisator?

Slide 26 - Tekstslide

Leg uit waarom Amerikanen de dag vieren dat Columbus in Amerika aankwam.

Slide 27 - Open vraag

Leg uit waarom de Azteken in 1500 nooit de dag zouden vieren dat Columbus aankwam

Slide 28 - Open vraag