Groep A2 thema 2 /2.11 Een uitnodiging

Thema 2.11
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2MBOStudiejaar 1

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Thema 2.11

Slide 1 - Tekstslide

Doel
-Ik kan de voltooide tijd van onregelmatige werkwoorden juist gebruiken.
-Ik kan reageren op een uitnodiging.
-Ik kan een kaart begrijpen en schrijven

Slide 2 - Tekstslide

Wat voor leuks heb je gedaan afgelopen 2 weken? Gebruik van onregelmatige werkwoorden de voltooide tijd.

Slide 3 - Open vraag

Noem iets wat je hebt gedaan en niet zo leuk was de afgelopen 2 weken. Gebruik de voltooide tijd.

Slide 4 - Open vraag

2.11 Een uitnodiging 
- wat zet je boven /onder een brief, e-mail of kaartje? 
-  verschil formeel / niet formeel 

Slide 5 - Tekstslide

Maak een zin met......
1. geef een feest
6. sparen (voor)
11. de reden
2. het (de) kaartje (s)
7. ontvangen
12. verrassen
3. beste
8. bedanken
13. reserveren
4. uitnodigen
9. lieve
14. liefs
5. de zaal
10. bijzonder
15. de kus

Slide 6 - Tekstslide

Wat zet je boven een formele kaart/e-mail/uitnodiging?

Slide 7 - Open vraag

Wat zet je onder een formele kaart/uitnodiging/e-mail?

Slide 8 - Open vraag

Wat zet je boven een niet-formele kaart/uitnodiging/e-mail?

Slide 9 - Open vraag

Wat zet je onder niet - formele kaart/uitnodiging/e-mail?

Slide 10 - Open vraag

2.11 Een uitnodiging/spreken 
Oefening 96, 98, 100, 101, 102, 104 en 105. 

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht A2
  1. Schrijf een kaart aan vrienden die gaan trouwen. Je kunt niet op het feest komen. Adres: Kerkstraat 5, 9400 SR Assen.
  2. De moeder van een vriendin is overleden. Je schrijft een kaart. Antillen 16, 3524 PR Utrecht. 
  3. Je vriendin heeft een zoon/ dochter gekregen. Je feliciteert haar en haar man met de geboorte van hun zoon
        of dochter en wenst hun veel geluk.
        Adres: Torenstraat 25, 5554 AB 
         's-Hertogenbosch. 



Slide 12 - Tekstslide

Opdracht B1
Schrijf een kaart aan iemand die ziek is. 
Kies uit de volgende woorden:

Met gevoel reageren:
Wat lastig!
Dat is niet leuk!
Wat vervelend!

Advies geven:
Je kunt het best....
Misschien moet je.....
Ik zou......
......is belangrijk

Slide 13 - Tekstslide