4x4 mavo

4x4 mavo
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieBasisschoolGroep 1

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 1 min

Onderdelen in deze les

4x4 mavo

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arbeid. Je kunt:
1) vier productiefactoren en hun beloning noemen
2) marktvormen omschrijven
3) vier ondernemingsvormen omschrijven
4) vier productiesectoren omschrijven

Slide 2 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

leerdoel: je kunt de begroting van een onderneming omschrijven
Produceren: het maken van goederen en leveren van diensten.
Om te produceren gebruik je 4 productiefactoren:
- Kapitaal (machines, gebouwen, geld)
- Arbeid
- Natuur (grondstoffen)
- Ondernemerschap

Ezelsbrug --> KANO



Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

leerdoel: je kunt de begroting van een onderneming omschrijven
Degene die een productiefactor levert, ontvangt daarvoor een beloning.

productiefactor         beloning
Kapitaal                      huur (voor gebouwen) en rente (voor geld)
Arbeid                         loon
Natuur                        pacht
Ondernemerschap     winst




Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel: Je kunt marktvormen omschrijven
Bedrijven kun je indelen in 4 Marktvormen: monopolie, oligopolie, monopolistische concurentie, volkomen concurrentie

Twee vragen om te bepalen welke marktvorm:
1) Hoeveel aanbieders zijn er op de markt?
- antwoorden: een, weinig of veel
2) Wat voor soort product wordt aangeboden?
- antwoorden: homogeen of heterogeen




Slide 5 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Leerdoel: Je kunt marktvormen omschrijven
1) Hoeveel aanbieders?
- een ---> monopolie
- weinig ---> oligopolie
- veel ---> volkomen concurrentie of
- veel ---> monopolistische concurrentie





Slide 6 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Leerdoel: Je kunt marktvormen omschrijven

Slide 7 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Leerdoel: Je kunt marktvormen omschrijven

Slide 8 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Leerdoel: Je kunt marktvormen omschrijven
Voorbeelden
monopolie: Dunea, NS
oligopolie: supermarkten, Mobiele telefoons
volkomen concurrentie: melkboeren, aardappelboeren
monopolistische concurrentie: restaurants, kappers, kledingwinkels





Slide 9 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Leerdoel: Je kunt marktvormen omschrijven

Slide 10 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Leerdoel: Je kunt de 4 productiesectoren omschrijven

Slide 11 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Leerdoel: Je kunt de 4 ondernemingsvormen en hun kenmerken omschrijven
als je een bedrijf start moet je een ondernemingsvorm kiezen:
4 ondernemingsvormen
- Eenmanszaak: 1 eigenaar, inkomstenbelasting, prive-aansprakelijk
- Vof: 2 of meer eigenaren, inkomstenbelasting, prive-aansprakelijk
- BV: bekende eigenaren, vennootschapsbelasting, NIET prive-aansprakelijk
- NV: onbekende eigenaren, vennootschapsbelasting, NIET prive-aansprakelijk (beursgenoteerde bedrijven)


Slide 12 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Leerdoel: Je kunt de 4 ondernemingsvormen en hun kenmerken omschrijven
Welke van de 4 ondernemingsvormen?
2 vragen:
- Eigenaar met privévermogen aansprakelijk voor de schulden? 
     - ja of nee
- Welke belasting betaal je over de winst van de onderneming?
     - inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting


Slide 13 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Leerdoel: Je kunt de 4 ondernemingsvormen en hun kenmerken omschrijven
1) Ben je als eigenaar met je privévermogen aansprakelijk voor de schulden van de onderneming?
Ja? ---> eenmanszaak of vof
Nee? ---> bv of nv

2) Welke belasting betaal je over de winst van de onderneming?
Inkomstenbelasting ---> eenmanszaak of vof
Vennootschapsbelasting ---> bv of nv



Slide 14 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Leerdoel: Je kunt de 4 ondernemingsvormen en hun kenmerken omschrijven
derde vraag: Wie zijn de eigenaars?
Eenmanszaak/vof
1 eigenaar ---> eenmanszaak,
2 of meer eigenaars ---> vof

Bv/nv
Eigenaar(s) bij naam bekend ---> bv
Eigenaars onbekend (= beursgenoteerd) ---> nv



Slide 15 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Leerdoel: Je kunt werken in loondienst omschrijven
Werken in loondienst geeft zekerheid.
--> Je loon is afgesproken. Bij ziekte en vakantie krijg je doorbetaald.

Dat kan met een:
Vaste baan: arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
---> veel zekerheid
Flexibele baan: arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
= tijdelijke baan, bv werk als oproepkracht of werk via uitzendbureau
---> weinig zekerheid


Slide 16 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.