Formuleren H1/H6, les 3 + uitleg beknopte bijzin

Programma

1) Herhalen theorie samentrekking/zinnen onjuist begrenzen
2) Nakijken huiswerk
3) Uitleg beknopte bijzin
4) Oefenen
5) Huiswerk
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Programma

1) Herhalen theorie samentrekking/zinnen onjuist begrenzen
2) Nakijken huiswerk
3) Uitleg beknopte bijzin
4) Oefenen
5) Huiswerk

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een samentrekking?

Slide 2 - Tekstslide

Wanneer is er sprake van een foutieve samentrekking?

Slide 3 - Open vraag

Hoe verbeter je een foutieve samentrekking?

Slide 4 - Tekstslide

Bespreken opdracht 4, blz. 35
  • (5) 'Dit boek' is eerst ow en later lv > verschil in functie (A)
  •  (6) Er staat 'lag' en 'lagen' is weggelaten> verschil in getal (B) 
  •  (7) 'hield': een kudde houden of van iets houden > verschil in betekenis (c)
  •  (8) 'Willianne' is eerst ow en later mv > verschil in betekenis
  • (9) Juiste zin: 'Deze vaas /heb/ ik' , deze zinsdelen hebben dezelfde functie, betekenis en getal in de twee delen van de zin.
  • (10) 'Het zomerjurkje' is eerst ow en later lv> verschil in functie (A)

Slide 5 - Tekstslide

Verbeter deze zin:
Jolanda heeft haar vriendin gekust en een grappig verhaal verteld.

Slide 6 - Open vraag

Op welke 2 manieren gaat het begrenzen van zinnen vaak fout?

Slide 7 - Open vraag

Bespreken opdracht 2, blz. 193

Slide 8 - Tekstslide

Theorie Beknopte bijzinnen

Slide 9 - Tekstslide

Lesdoelen
Je leert een beknopte bijzin  herkennen.

Slide 10 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen een hoofdzin en een bijzin?

Slide 11 - Open vraag

Beknopte bijzinnen
In een gewone bijzin staat een persoonsvorm en een onderwerp. 
Het verschil met een beknopte bijzin is, dat daar geen persoonsvorm en geen onderwerp in staan. 

Slide 12 - Tekstslide

Voorbeeld (beknopte) bijzin (1)
Normale bijzin: 

Terwijl ze aan hun ijsje likten, slenterden de meisjes door de winkelstraat. 
Bijzin: Terwijl ze aan hun ijsje likten --> likten = pv en ze = ow

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeld (beknopte) bijzin (2)
Beknopte bijzin: 
Likkend aan hun ijsjes, slenterden de meisjes door de winkelstraat. 
Beknopte bijzin: Likkend aan hun ijsjes --> er is geen pv en geen ow 

Slide 14 - Tekstslide

Beknopte bijzin
In plaats van de persoonsvorm bevat een beknopte bijzin: 
- een voltooid deelwoord
- een onvoltooid deelwoord
- te + infinitief (het hele werkwoord

Slide 15 - Tekstslide

Beknopte bijzin met voltooid deelwoord 
Afgeleid door een reclamebord, botste ik tegen een stilstaande auto. 
Beknopte bijzin: Afgeleid door een reclamebord --> afgeleid is een voltooid deelwoord.
Er is geen persoonsvorm en geen onderwerp 

Slide 16 - Tekstslide

Beknopte bijzin met een onvoltooid deelwoord
Op zijn rug in de hangmat liggend, las Achmed een tijdschrift. 
Beknopte bijzin: Op zijn rug in de hangmat liggend --> liggend is een onvoltooid deelwoord. 
Er is geen persoonsvorm en geen onderwerp 

Slide 17 - Tekstslide

Beknopte bijzin met te + infinitief 
De vrienden spraken af hun eerste loon te besteden aan een feestje. 
Beknopte bijzin: hun eerste loon te besteden aan een feestje -> te besteden = te + infinitief.
Er is geen persoonsvorm of onderwerp 

Slide 18 - Tekstslide

Bijzin of beknopte bijzin?

Toen ze na haar werk goed was uitgerust, ging Caja een uur fitnessen.
A
Bijzin
B
Beknopte bijzin

Slide 19 - Quizvraag

Bijzin of beknopte bijzin?

Nog mopperend over de verloren wedstrijd, verlieten de sporters de sporthal.
A
Bijzin
B
Beknopte bijzin

Slide 20 - Quizvraag

Bijzin of beknopte bijzin?

Hard weglopend voor de politie, werden de dieven in de gaten gehouden.
A
Bijzin
B
Beknopte bijzin

Slide 21 - Quizvraag

Bijzin of beknopte bijzin?

Terwijl ze lekker in het zonnetje zaten, dronken Ronald en Michel een colaatje.
A
Bijzin
B
Beknopte bijzin

Slide 22 - Quizvraag

Bijzin of beknopte bijzin?

In de wetenschap op school toch niets te leren, spijbelde Wilco vrijwel dagelijks.
A
Bijzin
B
Beknopte bijzin

Slide 23 - Quizvraag

Bijzin of beknopte bijzin?

Martijn vroeg Irene in de fietsenstalling of ze zijn vriendinnetje wilde worden.
A
Bijzin
B
Beknopte bijzin

Slide 24 - Quizvraag

Bijzin <--> beknopte bijzin (1)
Van een bijzin kun je een beknopte bijzin maken en van een beknopte bijzin kun je een bijzin maken: 

Na kampioen te zijn geworden, werden de spelers door het bestuur gefeliciteerd. 
Beknopte bijzin: Na kampioen te zijn geworden, ...
Bijzin: Nadat ze (de spelers kampioen waren geworden, ...

Slide 25 - Tekstslide

Bijzin <--> beknopte bijzin (2)
Van een bijzin kun je een beknopte bijzin maken en van een beknopte bijzin kun je een bijzin maken:

Nadat hij de fraude had geconstateerd, werd de boekhouder direct ontslagen.
Bijzin: Nadat hij de fraude had geconstateerd, ...
Beknopte bijzin: Na de fraude geconstateerd te hebben, ...




Slide 26 - Tekstslide

Huiswerk

Maak opdracht 3 van blz. 95

Slide 27 - Tekstslide