Je kunt atomen en moleculen van een stof onderscheiden.
Je kunt enkele stofeigenschappen noemen.
Je kunt de groep en de periode van een element uit het periodiek systeem achterhalen.
Je weet dat de elementen rij voor rij in volgorde staan van het lichtste tot het zwaarste element.
Je kunt benoemen welke elementen metalen, niet-metalen en metalloïden zijn.
Zorg dat je de namen en symbolen kent van de atoomsoorten uit de tabel in de paragraaf.