VCA oefenvragen H1-H2-H3

H1
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
VCAMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

H1

Slide 1 - Tekstslide

Waar staat de afkorting V&G voor?
A
Veiligheid en gerechtigheid.
B
Veiligheid en gezondheid.
C
Verplichtingen en gezondheid.

Slide 2 - Quizvraag

Waarom zijn de tijden die je maximaal mag werken in de wet opgeschreven?

A
Op deze manier weet ik hoe lang ik mag werken.
B
Zo weet ik precies wat de klanten nodig hebben.
C
Zo kan mijn baas uitrekenen hoe ik het beste kan werken voor een klant.

Slide 3 - Quizvraag

Wat ben je als werknemer volgens de Arbowet verplicht te doen?
A
Het Arbobeleid voor je werkgever op papier zetten.
B
Op een positieve manier een bijdrage leveren aan het preventieve beleid.
C
De Inspectie SZW inschakelen bij een ernstig ongeval.
D
Een presentatie geven aan de werkgever over jouw kennis van veiligheid.

Slide 4 - Quizvraag

Wat geeft een CE-markering aan?
A
Dat het een elektrisch apparaat met een stroomsnoer is.
B
Dat het apparaat voldoet aan de Europese richtlijn van veiligheid.
C
Dit is een merkje van de fabriek.

Slide 5 - Quizvraag

Wie is in het bedrijf verantwoordelijk dat de V&G-wetgeving wordt gevolgd?

A
Alleen de werkgever.
B
Alleen de werknemer.
C
Zowel de werkgever als de werknemer.

Slide 6 - Quizvraag

Een voorbeeld van een bronmaatregel is.....
A
Vervuild puin storten in een stortkoker.
B
Geen gevaarlijke stof in de vorm van poeder, maar tabletten gebruiken.
C
Werknemers voldoende laten pauzeren.
D
Werknemers gehoorbescherming aanbieden.

Slide 7 - Quizvraag

Als je medicijnen gebruikt die het reactievermogen beïnvloeden dan moet je het volgende doen:
A
Thuisblijven en niet gaan werken.
B
Gewoon gaan werken.
C
Dit mededelen aan je leidinggevende.

Slide 8 - Quizvraag

Welke situatie is risico-verhogend?
A
Werken in ploegendienst
B
Afwisselend werk
C
Eentonig werk

Slide 9 - Quizvraag

Onveilige handeling of onveilige situatie?

Werken met beschadigd gereedschap.
A
Onveilige handeling
B
Onveilige situatie

Slide 10 - Quizvraag

Onveilige handeling of onveilige situatie?

Een natte werkvloer.
A
Onveilige handeling
B
Onveilige situatie

Slide 11 - Quizvraag

Werken op een plek met veel lawaai verhoogt het risico op ongevallen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Wat is de beste methode om de risico's te verkleinen?
A
Aanpak bij de bron.
B
Het gebruiken van veilige machines.
C
Het goed gebruiken van PBM's (persoonlijke beschermingsmiddelen)

Slide 13 - Quizvraag

Wat hoort bij LMRA?
A
Bespreken hoe laat je koffiepauze gaat houden met jouw collega's.
B
Controleren of je al jouw gereedschap hebt voor de klus die je gaat doen.
C
Jouw leidinggevende bellen om te zeggen dat je begint met werken.

Slide 14 - Quizvraag

Wat betekent dit pictogram?
A
Gevaar van vallende voorwerpen
B
Veiligheidshelm verplicht
C
Veiligheidshelm aanbevolen

Slide 15 - Quizvraag

Wanneer moet je een ruimzichtbril dragen?
A
Bij het slijpen, hakken en boren
B
Bij het aan- en afkoppelen van productslangen
C
Bij het autogeen lassen

Slide 16 - Quizvraag

Waarvoor is de werkgever volgens de Arbowet verantwoordelijk?
A
Voor de productie van PBM's
B
Voor het ter beschikking stellen van PBM's
C
Voor het gebruik en onderhoud van PBM's

Slide 17 - Quizvraag

Waarom mag men in de industrie geen metalen veiligheidshelm gebruiken?

A
Omdat een metalen veiligheidshelm elektriciteit kan geleiden
B
Omdat deze de klap van een vallend ding onvoldoende opvangt
C
Omdat een metalen veiligheidshelm hoofdletsel kan veroorzaken

Slide 18 - Quizvraag

Wanneer moet de werkgever gehoorbescherming geven?
A
Vanaf 75 DB
B
Vanaf 80 DB
C
Vanaf 85 DB
D
Vanaf 90 DB

Slide 19 - Quizvraag

Je werkt met giftige stoffen. Welk filtermasker gebruik je?
A
Categorie P1
B
Categorie P2
C
Categorie P3
D
Categorie P4

Slide 20 - Quizvraag

Wat is een taakrisico analyse?
A
Een inventarisatie van gevaren bij het uitvoeren van risicovol werk.
B
Een checklijst van risico beperkende maatregelen, die je doorneemt voorafgaand aan risicovol werk.
C
Een risico analyse die bedrijven maken voor alle werkzaamheden.

Slide 21 - Quizvraag

Stel: je bent aan het lassen zonder een lasbril te dragen.
Waarvan is sprake?
A
Van een aanvaardbaar risico.
B
Van onveilige handeling.
C
Van een bijna-ongeval.

Slide 22 - Quizvraag