OC - les 4

Vak: Onvoorziene en crisissituatie
Les 5
Docent: Fatine Bouchlaghem 
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Vak: Onvoorziene en crisissituatie
Les 5
Docent: Fatine Bouchlaghem 

Slide 1 - Tekstslide

Welkom fijn dat je er bent!

Check-in: Hoe zit je erbij vandaag?

Je mag kiezen uit: emoji, kleur, of een korte reactie

Wat heb jij nodig om goed te starten?

Slide 2 - Tekstslide

Welke regels beschermen de cliënt?

Slide 3 - Woordweb

Na deze les kan je:
  • uitleggen waarom wetten en regels belangrijk zijn in de maatschappelijke zorg;
  • het verschil uitleggen tussen een wet, protocol en richtlijn
  • vier belangrijke wettelijke kaders/onderwerpen herkennen: Wzd, Wvggz, OTS en Meldcode
  • herkennen dat een cliënt rechten heeft en niet zomaar gedwongen mag worden

Slide 4 - Tekstslide

Vandaag ontdekken we:
Wat mag ik als begeleider wel en niet doen?
We kijken naar:
wetten;
protocollen;
richtlijnen;
rechten van cliënten;
situaties uit de praktijk.

Slide 5 - Tekstslide

Waar hebben we het vorige les over gehad?

Bespreek met je buurman/buurvrouw:
Welke onderwerpen hebben we tijdens de vorige les besproken? Bedenk er zo veel mogelijk!

Je hebt 5 minuten!

Slide 6 - Tekstslide

Wat zou jij doen?
Je loopt stage in een woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking.
Een cliënt wil naar buiten.
De begeleider zegt:
“Je mag nu niet naar buiten.”
De cliënt wordt boos en probeert langs jullie heen te lopen.

Slide 7 - Tekstslide

Kies:
A. Ik houd hem tegen.

B. Ik laat hem naar buiten gaan.

C. Ik observeer, blijf rustig en overleg.

D. Ik weet het niet en vraag hulp.

Slide 8 - Tekstslide

Of je iemand daadwerkelijk mag tegenhouden, kunnen we nog niet beantwoorden zonder meer informatie.
  • Waarom wil de cliënt naar buiten?
  • Is er gevaar?
  • Wat staat er in het zorgplan/ ondersteuningsplan?
  • Welke afspraken gelden?
  • Welke wet kan een rol spelen?

Slide 9 - Tekstslide

Waarom bestaan wetten?

Slide 10 - Woordweb

Stel je voor…
Een begeleider zegt:
“Ik doe gewoon wat ik denk dat goed is voor de cliënt.”



Is dat voldoende?

Slide 11 - Tekstslide

Nee. Waarom niet?
Denk aan:
  • vrijheid
  • privacy
  • veiligheid
  • eigen keuzes
  • lichamelijke integriteit
  • goede zorg.

Slide 12 - Tekstslide

Een cliënt heeft rechten.
Een professional moet dus niet alleen denken:

“Wat vind ik goed?”
maar ook:
“Wat mag ik doen, wat moet ik doen en wat zijn de rechten van deze cliënt?”

Slide 13 - Tekstslide

Vrijwillige zorg
Bij vrijwillige zorg:
begrijpt de cliënt wat er gebeurt
krijgt de cliënt uitleg
heeft de cliënt iets te kiezen
stemt de cliënt in met de zorg
Vrijwillige zorg is het uitgangspunt.

Slide 14 - Tekstslide

Onvrijwillige zorg
Onvrijwillige zorg is zorg waar de cliënt niet mee instemt, terwijl die zorg toch wordt ingezet.
Dat kan diep ingrijpen in vrijheid en autonomie. Daarom mag dit niet zomaar en moet eerst worden gekeken naar vrijwillige zorg en minder ingrijpende oplossingen.

Slide 15 - Tekstslide

Bij onvrijwillige zorg onderzoek je eerst:
is er ernstig nadeel?
is vrijwillige zorg mogelijk?
kan het ook anders?
wat is de minst ingrijpende oplossing?
kan de maatregel later worden afgebouwd?

Slide 16 - Tekstslide

Voorbeelden van vrijheidsbeperking
Mogelijke vormen van vrijheidsbeperking zijn:
medicatie geven zonder instemming
iemands beweging volgen met GPS zonder instemming
iemand beperken in contact of spullen
iemands keuzevrijheid beperken in dagelijkse routines
Niet elke afspraak is onvrijwillige zorg: vrijwillige keuze van de cliënt blijft iets anders.

Slide 17 - Tekstslide

Twee wetten regelen verplichte of onvrijwillige zorg in verschillende situaties:
Wzd – Wet zorg en dwang
voor mensen met een verstandelijke beperking
of met een psychogeriatrische aandoening, zoals dementie
Wvggz – Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
voor mensen met een ernstige psychische aandoening waarbij verplichte zorg nodig kan zijn

Slide 18 - Tekstslide

Casus Ahmed
Ahmed woont in een instelling en heeft een verstandelijke beperking.

Hij loopt regelmatig zonder begeleiding de straat op en komt daardoor in gevaarlijke situaties. Het team denkt aan GPS-tracking.

Dit vraagt een zorgvuldige afweging onder de Wzd.

Slide 19 - Tekstslide

Waarom GPS-tracking zorgvuldig moet
GPS-tracking kan een vorm van vrijheidsbeperking zijn, omdat iemands bewegingsvrijheid en privacy worden geraakt.
Daarom moet een team nagaan:
welk gevaar precies dreigt
of vrijwillige toestemming mogelijk is
of een lichter alternatief helpt
of de maatregel echt noodzakelijk is

Slide 20 - Tekstslide

De meldcode 
De meldcode is een verplicht stappenplan voor professionals:
huiselijk geweld
kindermishandeling
andere vormen van mishandeling in de thuissituatie
De meldcode helpt je om niet op gevoel alleen te handelen, maar stap voor stap zorgvuldig te werken.

Slide 21 - Tekstslide

De vijf stappen van de meldcode
  1. Situatie in kaart brengen
  2. Overleggen
  3. In gesprek gaan
  4. Ernst beoordelen
  5. Beslissen: zelf hulp organiseren of melden bij Veilig Thuis

Slide 22 - Tekstslide

Keuze onderbouwen in de praktijk
Een sterke professionele keuze onderbouw je met:
de veiligheid van de cliënt
de ernst van de signalen
de juiste wet of meldroute
overleg met verantwoordelijke collega's
de vraag welke stap het meest zorgvuldig is

Zo laat je zien dat je niet alleen reageert, maar verantwoord handelt.

Slide 23 - Tekstslide

Wat betekent de afkorting OTS?

Slide 24 - Woordweb

Opdracht 
Werk individueel of in tweetallen. Zoek betrouwbare informatie op en beantwoord de onderstaande vragen in je eigen woorden.
Onderzoeksvragen
  1.  Wat is een ondertoezichtstelling?
  2. Wanneer kan een kind onder toezicht worden gesteld?
  3.  Wie beslist of een kind onder toezicht wordt gesteld?
  4.  Welke rol heeft de jeugdbeschermer tijdens een OTS?
  5. Wat wordt er van de ouders verwacht tijdens een OTS?

Slide 25 - Tekstslide

Opdracht: 
Zoek op wat de volgende begrippen betekenen:
  • Wat is een wet?
  • Wat is een protocol?
  • Wat is een richtlijn?
  • Wat is het verschil tussen een wet, protocol en richtlijn?
Welke gaat voor: een wet, protocol of richtlijn?
Stel dat je twijfelt over wat je moet doen en de wet, het protocol en de richtlijn lijken elkaar tegen te spreken.
Welke van de drie heeft voorrang?
Leg uit waarom.
Wat doe je als MZ-medewerker als je twijfelt over wat je moet doen?

Slide 26 - Tekstslide

Een wet gaat voor. een protocol kan binnen een organisatie verplicht zijn en een richtlijn kan onderdeel zijn van de professionele standaard. Je kunt dus niet zomaar een protocol of richtlijn negeren. Het gaat erom dat je handelt binnen de wettelijke kaders en bij twijfel deskundig advies vraagt.

Slide 27 - Tekstslide

Huiswerk volgende week
Ga op onderzoek uit op jouw stageplek. Vraag zo nodig hulp aan je BPV-begeleider. Zoek uit welke wetten, protocollen en richtlijnen medewerkers regelmatig gebruiken bij de begeleiding en ondersteuning van cliënten.

Slide 28 - Tekstslide

Afsluiting 
Heb je de doelen van de les behaald?

Slide 29 - Tekstslide