Hoofdstuk 6 paragraaf 2 Machthebbers in Europa

Machthebbers in Europa
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Machthebbers in Europa

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen voor deze les: 
• Je kan uitleggen wie regenten waren.
• Je kan uitleggen wat Staten zijn.
• Je kan uitleggen hoeveel Staten er waren in Nederland.
• Je kan uitleggen wat de Staten-Generaal was.
• Je kan noemen waar de Staten-Generaal samen kwam.
• Je kan uitleggen wat de Staten-Generaal deed.
• Je kan uitleggen wat de stadhouder was.
• Je kan uitleggen uit welk ‘huis’ de stadhouder vaak kwam.
• Je kan uitleggen wie Michiel de Ruyter is.
• Je kan uitleggen waarom de Republiek een leger nodig had.
• Je kan uitleggen hoe de Republiek dit leger kon betalen.
• Je kan 1 oorzaak noemen van de 3 oorlogen met Engeland.
• Je kan uitleggen wie Lodewijk XIV was.
• Je kan het verschil uitleggen tussen het bestuur van de Republiek en Lodewijk XIV.
• Je kan uitleggen wat Absolutisme is.
• Je kan het verschil uitleggen tussen het bestuur in Engeland en Lodewijk XIV.

Slide 2 - Tekstslide

Leg uit wat regenten zijn.

Slide 3 - Open vraag

Het bestuur van de Republiek
Terwijl in de landen om ons heen koningen hadden. Bestond de Republiek uit onafhankelijke gewesten. 

Bestuurders van die gewesten werden regenten genoemd.  Deze regenten kwamen uit rijke en aanzienlijke families. 

Elk gewest had een eigen bestuur genaamd de Staten


Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Noem 3 voorbeelden waarop de Staten van de Republiek samenwerkten.

Slide 6 - Open vraag

Het bestuur van de Republiek
Er waren 7 gewesten. Elk jaar kwamen de regenten van deze gewesten samen in de Staten-Generaal. Hierin besliste ze: 
  1. Besluiten te nemen over verdediging van de Republiek. 
  2. Buitenlandse handel. 
  3. Buitenlandse zaken. 

Slide 7 - Tekstslide

Wie was de hoogste Regent in de Republiek.

Slide 8 - Open vraag

Bestuur van de Republiek
Hoogste regent in dienst van de gewesten was de stadhouder uit het Huis van Oranje-Nassau. 

Hij was opperbevelhebber van het leger en had veel macht. 

Slide 9 - Tekstslide

Oorlogen
Door de welvaart kon de Republiek een groot en goed bewapend leger betalen. 

Dit leidde wel tot onvrede bij andere landen die ook zo machtig wilden zijn. 

Slide 10 - Tekstslide

Noem 3 landen waar de Republiek oorlog mee kreeg.

Slide 11 - Open vraag

Oorlogen
Dit leidde tot oorlogen met: 

  1. Spanje (80-jarige oorlogen)
  2. Engeland (3 oorlogen)
  3. Rampjaar (Oorlog met Frankrijk, Engeland en twee Duitse Staten)

Slide 12 - Tekstslide

Leg uit wat abolitionisme is.

Slide 13 - Open vraag

Franse Koning
In Frankrijk zei de koning (Lodewijk XIV)  dat hij de macht van God had gekregen en daarom niet hoefde te luisteren naar zijn onderdanen. 

Hij wilde een regeringssysteem waarin de koning onbeperkte macht had. 

Dit systeem heet absolutisme. 


Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Leg uit waarom Engeland geen goed voorbeeld was van abolitionisme

Slide 16 - Open vraag

Engelse koning
In Engeland werd de macht van de koning beperkt. Er was een strijd tussen de koning en het parlement. 

Het parlement won deze strijd. En de Nederlandse stadhouder en zijn vrouw werden koning en koningin van Engeland. 

Wel spraken zij af dat de Engelse koningen, in de toekomst, toestemming moesten vragen aan het parlement. 

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Aan de slag: Huiswerk
  1. Maken paragraaf 6.2. 
  2. Leren leerdoelen 6.2.  

Slide 19 - Tekstslide