Haken - les 1

Haken - les 1
Basisvaardigheden
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Culturele en kunstzinnige vormingMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Haken - les 1
Basisvaardigheden

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je weet wat je allemaal kunt haken.
  • Je weet hoe je naald en garen vast houdt.
  • Je kunt zelf je eerste toeren haken met basissteken

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Haken of breien?
Breien zorgt voor een wat fijnere/soepelere stof. Daarom is breien meer geschikt voor het maken van dunne/fijne kleding.

Haken is heel geschikt voor decoratieve objecten zoals mandala's of andere dingen met een 'kanten' look.
Haken is heel geschikt voor dekens en omslagdoeken omdat de stof wat dikker wordt.
Haken is heel geschikt voor het maken van amigurumi/knuffels.

Slide 6 - Tekstslide

Maten
Haaknaalden zijn er in verschillende groottes. Voor dikkere wol heb je een grotere naald nodig, voor dunnere wol een kleinere.

Op de verpakking van de wol staat welke naald je nodig hebt. Als je een patroon leest, staat er ook bij welke naald je nodig hebt.

Slide 7 - Tekstslide

Soorten
  • Haaknaalden zijn er in vele vormen.
  • Sommige haaknaalden zijn hard en metaalachtig.
  • Andere haaknaalden hebben een 'soft grip'.
  • Experimenteer om erachter te komen wat je fijn vindt!

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Let op:
  • Hoe strak je je draad vasthoudt, bepaalt hoe strak je werkt.
  • Ziet je werk er heel open en los uit? Houd de draad wat strakker vast.
  • Lukt het je bijna niet om een steek te maken? Houd de draad wat losser vast.
  • Je kunt het garen strakker of losser maken door je wijsvinger te bewegen.

Slide 10 - Tekstslide

Ketting/chain
De basis van een project/de onderkant.
Bijna alle projecten beginnen met een ketting.

Slide 11 - Tekstslide

Garen goed op de naald
Draai garen om naald
Trek garen door lus
Herhaal en maak ketting

Slide 12 - Tekstslide

Ketting/chain
De basis van de meeste haakprojecten.

Draai je garen om je naald (yarn over).

Draai de naald en trek het garen door de lus op je naald (pull through).



Slide 13 - Tekstslide

Oefenen maar!
Probeer een ketting te maken. Let op hoe groot je ketting is - is hij te los of vast? Houd je garen losser of strakker vast.

Fout gemaakt? Haal garen van haaknaald en trek aan garen. Trek niet te ver!

Slide 14 - Tekstslide

Foundation chain
  • We willen 15 vasten maken. Haak daarom 16 'V'tjes (chain 16).
  • We haken 1 extra omdat we niet in het 'V'tje kunnen werken dat het dichtst bij de haak zit.
  • Probeer de 'V'tjes ongeveer even groot te maken.

Slide 15 - Tekstslide

Vaste/single crochet
De meest simpele steek.
Hij is niet zo groot.
Je kunt hier hele dekens of knuffels van maken!
NE: vaste   US: single crochet   UK: double crochet

Slide 16 - Tekstslide

Steek naald door het midden van de 2e chain. Draai garen om naald.
Trek garen door chain. 2 lussen op naald.
Draai garen om naald. Trek door 2 lussen.
Herhaal voor elke chain. 15 single crochets in totaal.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Chain 1 (turning chain) en draai werk.
Steek naald onder beide lussen en maak single crochet.
Herhaal voor elke single crochet op de vorige rij (15).
Tel je single crochets. Heb je in elke steek gewerkt?

Slide 20 - Tekstslide

Oefenen maar!
  • Maak wat rijen single crochets.
  • Blijf je steken tellen zodat je er 15 houdt.
  • Check of je goed in de laatste en eerste steek werkt.
  • Gebruik eventueel een steekmarkeerder.

Slide 21 - Tekstslide

Problemen?
Als je werk niet recht lijkt, komt dat meestal doordat je niet in elke rij evenveel steken hebt gemaakt.

Blijf tellen om dit soort problemen te voorkomen!

Slide 22 - Tekstslide

Stokje/double crochet
Basissteek die in veel projecten wordt gebruikt.
Wat groter dan een single crochet -> werkt sneller.
NE: stokje   US: double crochet   UK: treble crochet

Om te beginnen, chain 2 aan het einde van je rij. Dit telt als onze eerste double crochet. Daarom werken we in de volgende rij in de tweede steek en niet in de eerste.

Slide 23 - Tekstslide

Chain 2. Draai garen om naald.
Steek naald door 2e steek. Draai garen om naald.
Trek garen door steek. 3 lussen op haak.
Draai garen om naald. Trek door 2 lussen.
Draai garen om naald. Trek door 2 lussen.
Ga door tot einde.
15 double crochets.

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Let op:
De laatste double crochet werk je in de turning chain. Dat ziet er dus wat anders uit. Ga onder twee lussen van het 'V'tje door en maak daar je double crochet.
Blijf goed tellen zodat je geen steken kwijtraakt!

Slide 26 - Tekstslide

Oefenen maar!
Maak rijen met double crochets. Denk eraan dat de laatste steek in de turning chain gaat. Elke rij moet 15 steken hebben.

Slide 27 - Tekstslide

Huiswerk
Hoe meer je oefent, hoe beter je wordt. Thuis oefenen moet als je verder wil komen in deze module. Anders raak je achter!

Slide 28 - Tekstslide