Vragers & Aanbieders H2 Verzekeren tegen risico

Vragers en aanbieders H2



Verzekeren tegen risico

1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Vragers en aanbieders H2



Verzekeren tegen risico

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Verplichte verzekeringen
  1. Zorgverzekering
  2. WA-verzekering brommer/scooter/auto

Slide 3 - Tekstslide

Particuliere verzekeringen
Vrijwillige verzekeringen

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Formules
Verwachte schadebedrag = kans op schade x schadebedrag
  • voorbeeld: De kans dat jouw huis, dat € 250.000 waard is, afbrand is 0.01%. Bereken het risico, ook wel genoemd: verwachte schade
  • 0,01 / 100 x € 250.000 = € 25
  • Premie (de prijs van de verzekering) =  
(kans op schade x gemiddeld schadebedrag) + kosten

Slide 6 - Tekstslide

Verzekeringsbegrippen
Risico-aversie
  • Een hekel hebben aan het lopen van risico, uit angst voor onverwachte.
Asymmetrische informatie (= ongelijke informatie)
  • De ene partij beschikt over meer informatie dan de andere partij. Dit doet zich voor bij verzekeringen wanneer de ene partij meer weet (van de kans op schade) dan de andere.
Averechtse selectie
  • Houdt in dat de mensen met een hoog risico (slechte risico’s) zich wel verzekeren en de mensen met een laag risico (‘goede risico’s’) niet. Terwijl een verzekeraar voorzichtige personen (goede risico’s) wil, selecteren ze onvoorzichtige personen (slechte risico’s). Voor voorzichtige mensen zullen de kosten van verzekeren hoger zijn dan de verwachte uitkering.

Slide 7 - Tekstslide

Verzekeringsbegrippen
Moral hazard (= moreel wangedrag)
  • Het gevaar dat men zich achteloos en onverantwoordelijk gaat gedragen, als ze zelf niet opdraaien voor de kosten. Dit weet de verzekeringsmaatschappij niet van te voren dus dit is ook een vorm van asymmetrische informatie

Slide 8 - Tekstslide

Maatregelen
Collectieve dwang (verplichte solidariteit, vermindert Averechtse selectie)
  • Druk die wordt uitgeoefend om te zorgen dat iedereen zich aan een regel houdt. Dit kan door vastgelegde regels (wetten) die met sancties (strafmaatregelen) worden gehandhaafd, maar ook met ongeschreven regels, sociale normen. Bijvoorbeeld een verplichte verzekering. Ook: het verplicht stellen van het vakbondslidmaatschap.
Premiedifferentiatie (vermindert Averechtse selectie en Moral hazard)
  • Verschillen in premie tussen verzekerden. De slechte risico’s betalen meer premie dan de goede risico's. Vermindert Averechtse selectie en Moral hazard!

Slide 9 - Tekstslide

Maatregelen
Eigen risico (of een maximum vergoeding, vermindert Averechtse selectie en Moral hazard)
  • Het bedrag dat je als verzekerde zelf moet betalen bij schade.
Bonusmalus regeling (vermindert Averechtse selectie en Moral hazard)
  • Degenen die weinig schade veroorzaken, krijgen korting op de premie (bonus) en degenen die veel schade veroorzaken, moeten extra premie (malus) betalen.

Slide 10 - Tekstslide

BonusMalus regeling

Slide 11 - Tekstslide

BonusMalus regeling
Je premie is het 1e jaar € 175 p/m, wat wordt je premie het 2e jaar als je geen schade rijdt?
  • je klimt naar B/M trede 2 (korting 0%)
  • 100 / 120 x € 175 = € 145,83
Wat wordt je premie het 7e jaar als je
  geen schades rijdt?
  • je klimt naar B/M trede 7 (korting 45%)
  • dus 55 / 100 x € 145,83 = € 80,21
Wat wordt je premie als je het 7e jaar
   één schade rijdt?
  • je daalt naar B/M trede 4 (korting 20%)
  • dus 80 / 100 x € 145,83 = € 116,66

Slide 12 - Tekstslide

Gevolgen
Marktfalen
  • De vrije marktwerking wordt verstoord. Op de markt komt geen optimale situatie tot stand. Vraag en aanbod komen niet meer tot een evenwicht
  • Om marktfalen tegen te gaan, zullen verzekeraars proberen meer informatie te krijgen van de potentiële klant.
Transactiekosten
  • Meer informatie verzamelen verhoogt de transactiekosten. Dit zijn de kosten die gemaakt worden om een (verzekerings) overeenkomst te realiseren  en na te leven.

Slide 13 - Tekstslide

Aan de slag
Maken opdrachten 
2.1 t/m 2.4

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

H 2 Verzekeren tegen risico
  • Korte herhaling van hetgeen we gedaan hebben voor de kerstvakantie
  • Bespreken opdrachten 2.1 t/m 2.4
  • Maak alle opdrachten van hoofdstuk 2 af
  • quizvragen over hoofdstuk 2

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Formules
Verwachte schadebedrag = kans op schade x schadebedrag
  • voorbeeld: De kans dat jouw huis, dat € 250.000 waard is, afbrandt is 0.01%. Bereken het risico, ook wel genoemd: verwachte schade
  • 0,01 / 100 x € 250.000 = € 25
  • Premie (de prijs van de verzekering) =  
(kans op schade x gemiddeld schadebedrag) + kosten

Slide 18 - Tekstslide

Bespreken huiswerk
Opdracht 2.1 t/m 2.4

Slide 19 - Tekstslide

Aan de slag
Maak alle opdrachten van hoofdstuk 2
timer
15:00

Slide 20 - Tekstslide

Een verzekering sluit je af als je kans hebt op ................             
en je wilt dat het vergoed wordt door de verzekering.

Verzekeren is het overnemen van de ..................................                              
van een schade van een verzekerde door een verzekeraar. 
Een  ............................................   noem je ook wel een verzekeringsmaatschappij.

De .................................... is degene die een verzekering afsluit bij een verzekeraar. 

De ............................................. is het bedrag dat je voor de verzekering moet betalen.
verzekerde
financiële gevolgen
verzekeraar
premie
schade

Slide 21 - Sleepvraag

Wat betekent asymetrische informatie voor de verzekeringsmaatschappij?
A
Verzekerde heeft meer informatie dan verzekeraar
B
Je beschikt allebei niet over de juiste informatie
C
Verzekeraar heeft meer informatie dan verzekerde
D
Verzekerde is iemand anders dan de verzekeringsnemer

Slide 22 - Quizvraag

Wat is averechtse selectie ?
timer
0:10
A
als de verzekeraar premiedifferentiatie toepast
B
als de slechte risico's de verzekering verlaten
C
Als de goede risico's de verzekering verlaten
D
Als iedereen zich verzekert

Slide 23 - Quizvraag

Een verzekering sluit je af als je kans hebt op ................             
en je wilt dat het vergoed wordt door de verzekering.

Verzekeren is het overnemen van de ..................................                              
van een schade van een verzekerde door een verzekeraar. 
Een  ............................................   noem je ook wel een verzekeringsmaatschappij.

De .................................... is degene die een verzekering afsluit bij een verzekeraar. 

De ............................................. is het bedrag dat je voor de verzekering moet betalen.
verzekerde
financiële gevolgen
verzekeraar
premie
schade

Slide 24 - Sleepvraag

Een verzekeraar heeft twee even grote groepen verzekerden:
Groep A: kans op schade 10%, gemiddeld schadebedrag € 600.
Groep B: kans op schade 30%, gemiddeld schadebedrag € 1000.
Er is sprake van a-symmetrische informatie.
De premie bedraagt dan:
A
€ 60
B
€ 300
C
€ 160
D
€ 180

Slide 25 - Quizvraag

Een verzekeraar heeft twee even grote groepen verzekerden:
Groep A: kans op schade 10%, gemiddeld schadebedrag € 600.
Groep B: kans op schade 30%, gemiddeld schadebedrag € 1000.
Vanwege de a-symmetrische informatie, kan de verzekeraar geen..

A
Eigen risico instellen
B
Premie-differentiatie toepassen
C
Bonus-malusladder toepassen
D
Transactiekosten maken

Slide 26 - Quizvraag

Een verzekeraar heeft twee even grote groepen verzekerden:
Groep A: kans op schade 10%, gemiddeld schadebedrag € 600.
Groep B: kans op schade 30%, gemiddeld schadebedrag € 1000.
De verzekeraar zou kunnen onderzoeken wie tot welke groep behoort.
Om welke reden zou de verzekeraar ervoor kunnen kiezen om géén onderzoek uit te voeren?

A
Te hoge transactiekosten
B
Mag niet van de wet
C
Marktfalen
D
Eigen risico

Slide 27 - Quizvraag

Een verzekeraar heeft twee even grote groepen verzekerden:
Groep A: kans op schade 10%, gemiddeld schadebedrag € 600.
Groep B: kans op schade 30%, gemiddeld schadebedrag € 1000.
De verzekeraar kan geen premiedifferentiatie toepassen.
Er ontstaat averechtse selectie doordat:
A
Groep A zich niet langer verzekert
B
Groep B zich niet langer verzekert
C
Groep A en B zich niet langer verzekeren
D
Zowel groep A als groep B zich blijven verzekeren

Slide 28 - Quizvraag

Wat is GEEN goed middel om averechtse selectie tegen te gaan?
A
Premie differentiatie
B
Verplicht stellen verzekering
C
Bonus-malus
D
Instellen eigen risico

Slide 29 - Quizvraag

Wat is een goed middel om MOREEL WANGEDRAG tegen te gaan?
A
Premie differentiatie
B
Verplicht stellen verzekering
C
Bonus-malus
D
Instellen eigen risico

Slide 30 - Quizvraag

Een mogelijk gevolg van averechtse selectie en moreel wangedrag is:
A
Oververzekeren
B
Marktfalen
C
Verlagen premie
D
Instellen eigen risico

Slide 31 - Quizvraag

Twee beweringen over verwachte schade.
I De verwachte schade = kans op schade x gemiddeld schadebedrag.
II Hoe hoger de verwachte schade, hoe lager de premie.

Welke bewering(en) is/zijn goed?
A
beide zijn goed
B
I is goed en II is fout
C
I is fout en II is goed
D
beide zijn fout

Slide 32 - Quizvraag

In Brabant staan 1.500.000 auto's geregistreerd met een gemiddelde dagwaarde van € 14.000. Jaarlijks wordt 1% van de auto's gestolen. Een verzekeringsmaatschappij wil 30% van deze auto's verzekeren tegen diefstal. Op de verzekeringspremie berekent de verzekeringmaatschappij een kosten- en winstopslag van 15%. Bereken de jaarpremie.

A
€ 140
B
€ 161
C
€ 175
D
€ 181

Slide 33 - Quizvraag

Als personen die op vakantie gaan een reisverzekering afsluiten, blijken ze nogal eens waardevolle spullen te verliezen.
Dit is een voorbeeld van ...
A
moral hazard
B
risico-aversie
C
averechtse selectie
D
asymmetrische informatie

Slide 34 - Quizvraag

Als personen die op vakantie gaan een reisverzekering afsluiten, betalen ze een hogere premie als ze gevaarlijke sporten doen.
Dit is een voorbeeld van ...
A
moral hazard
B
risico-aversie
C
averechtse selectie
D
premiedifferentiatie

Slide 35 - Quizvraag

Bij welke verzekering is averechtse selectie niet mogelijk?

A
reisverzekering
B
basisverzekering ZVW
C
arbeidsongeschikt- heidsverzekering
D
allrisk autoverzekering

Slide 36 - Quizvraag

Het bonus/malussysteem is een voorbeeld van ...


A
eigen risico
B
moral hazard
C
averechtse selectie
D
premiedifferentiatie

Slide 37 - Quizvraag

Hoe noem je het als mensen met een laag risico bereid zijn te betalen voor mensen met een hoog risico?
A
Risicospreiding
B
Solidariteit
C
Risicoaversie
D
Moral hazard

Slide 38 - Quizvraag

Een zorgverzekeraar heeft te maken met mensen die op het aanvraagformulier niet invullen dat ze roken. Om welk risico gaat het hier?
A
Asymmetrische informatie
B
Moral hazard
C
Averechtse selectie
D
Moreel wangedrag

Slide 39 - Quizvraag

Een verzekering sluit je af als je kans hebt op ................             
en je wilt dat het vergoed wordt door de verzekering.

Verzekeren is het overnemen van de ..................................                              
van een schade van een verzekerde door een verzekeraar. 
Een  ............................................   noem je ook wel een verzekeringsmaatschappij.

De .................................... is degene die een verzekering afsluit bij een verzekeraar. 

De ............................................. is het bedrag dat je voor de verzekering moet betalen.
verzekerde
financiële gevolgen
verzekeraar
premie
schade

Slide 40 - Sleepvraag