cross

9.3

9.3 je ademt
  • twee manieren van ademhaling: borstademhaling en buikademhaling
  • regeling van de ademhaling
  • longvolume/restvolume/ademvolume/vitale capaciteit
  • ademen door je neus of mond?
  • astma
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

9.3 je ademt
  • twee manieren van ademhaling: borstademhaling en buikademhaling
  • regeling van de ademhaling
  • longvolume/restvolume/ademvolume/vitale capaciteit
  • ademen door je neus of mond?
  • astma

Slide 1 - Tekstslide

bekijk bron 2 op p.76
-welke twee soorten ademhaling staan hier afgebeeld?

Slide 2 - Open vraag

Slide 3 - Tekstslide

middenrif- of buikademhaling
middenrif: gespierd vlies tussen borst- en buikholte
middenrifspieren aangespannen: middenrif wordt naar beneden getrokken -> borstholte wordt groter -> longen krijgen meer ruimte -> lucht stroomt naar binnen
middenrifspieren ontspannen: middenrif gebogen -> borstholte wordt kleiner -> longen krijgen minder ruimte -> lucht stroomt naar buiten

Slide 4 - Tekstslide

borstademhaling
  • tussenribspieren: buitenste en binnenste
  • aanspannen van buitenste tussenribspieren: borstkas wordt groter -> longen krijgen meer ruimte -> lucht stroomt naar binnen
  • ontspannen van buitenste tussenribspieren: borstkas zakt in elkaar door de zwaartekracht -> longen krijgen minder ruimte -> lucht stroomt naar buiten

Slide 5 - Tekstslide

buitenste en binnenste tussenribspieren

Slide 6 - Tekstslide

wanneer gebruik je welke ademhalingsspieren?
  • rustige inademing: vooral middenrifspieren, beetje buitenste tussenribspieren
  • rustige uitademing: geen spieren (zwaartekracht)
  • diepe inademing: middenrifspieren + buitenste tussenribspieren + halsspieren
  • diepe uitademing: binnenste tussenribspieren + buikspieren

Slide 7 - Tekstslide

bekijk bron 3 op p.77
-waar liggen de luchtpijptakjes?

Slide 8 - Open vraag

bekijk bron 4 op p.77
-welke 2 gassen worden er uitgewisseld in de longblaasjes?

Slide 9 - Open vraag

verwerking
maak van 9.3 opdracht 2, 4 t/m 8

Slide 10 - Tekstslide

welke twee manieren van ademhaling ken je?

Slide 11 - Open vraag

welke ademhalingsspieren gebruik je bij het (diep) inademen?

Slide 12 - Open vraag

welke ademhalingsspieren gebruik je bij rustig uitademen?

Slide 13 - Open vraag

welke ademhalingsspieren gebruik je bij diep uitademen?

Slide 14 - Open vraag

9.3 hoe wordt de ademhaling geregeld?
zintuigen die het koolstofdioxidegehalte in het bloed meten

Slide 15 - Tekstslide

door welk proces neemt het koolstofdioxidegehalte in je bloed toe?

Slide 16 - Open vraag

welke twee effecten heeft een stijgend koolstofdioxidegehalte van je bloed op je ademhaling?

Slide 17 - Open vraag

= rustvolume (V rust)
V rest
zie bron 6 p.78

Slide 18 - Tekstslide

lees p.78: waarom moet je door je neus ademen?

Slide 19 - Open vraag

waarom je beter door je neus dan door je mond kunt ademen
  1. je neusharen filteren stofdeeltje uit de lucht
  2. je neusslijmvlies maakt de ingeademde lucht vochtig
  3. bloedvaatjes in je neustussenschotjes maken de ingeademde lucht warmer
  4. je neusslijmvlies vangt fijne stofdeeltjes en ziekteverwekkers af
  5. met je neus ruik je of er schadelijke stoffen in de lucht zitten 

Slide 20 - Tekstslide

verwerking
maak van 9.3 opdracht 9 t/m 15

Slide 21 - Tekstslide

Astma
  • lees de Extra op p.79
  • wat is astma?

Slide 22 - Tekstslide

wat is er aan de hand bij astma
  • permanente ontsteking van de bronchiën (aftakking van de luchtpijp) -> zie bron 8 op p.79)
  • -> slijmvlieslaag in je luchtwegen gezwollen
  • -> doorgang voor lucht nauwer -> meilijker ademen
  • bij een astma aanval  trekken de spiertjes rond de luchtwegen samen -> doorgang nauwer -> minder lucht
  • overgevoeligheid voor stoffen in de lucht/temp.

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

verschillende triggers voor astma aanval
  • bij inspanning: bij sporten door diep in- en uitademen
  • bij koude: wanneer je plotseling koude lucht inademt (bv in de winter naar buiten gaan)
  • bij inademen van stofdeeltjes/sigarettenrook/huisstof/ prikkelende stoffen (parfum/deo/terpentine)
  • bij stress/spanning

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

wat kun je doen bij een astma aanval?
  • puffer met medicijnen ->
  • luchtwegverwijders ->
  • spiertjes rond luchtwegen                                                    ontspannen ->
  • aanval zakt af

Slide 27 - Tekstslide

leeftijd en incidentie 
(hoe vaak komt het voor?)
  • astma begint vaak op jonge leeftijd (basisschool)
  • astma aanvallen nemen vaak af na de puberteit, ontsteking blijft
  • half miljoen Nederlanders heeft in mindere of meerdere mate last van astma (1 op de 30), aantal neemt toe

Slide 28 - Tekstslide

oorzaken
  • deels erfelijk bepaald (komt het in jouw familie voor, dan heb je een grotere kans op astma)
  • slechte luchtkwaliteit (bv. in zware industriegebieden)
  • hygiëne-hypothese: hoe schoner de omgeving is waarin je opgroeit, hoe minder jouw afweersysteem blootgesteld wordt aan lichaamsvreemde stoffen, hoe minder goed jouw afweersysteem getraind wordt onderscheid te maken tussen schadelijk en onschadelijk -> vergrote kans op astma

Slide 29 - Tekstslide

verwerking
  • maak opdracht 16 en 17
  • maak van de Samenvatting opdracht 9 t/m 11
  • maak van de Test Jezelf opdracht 10 t/m 12
  • nakijken opdrachten 9.3 (antwoorden in de ELO)

Slide 30 - Tekstslide