VCA examenvragen V2 - I

VCA examenvragen
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
VCAMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

VCA examenvragen

Slide 1 - Tekstslide

Welke plicht heeft de houder van een werkvergunning?
A
Toezien dat de werkzaamheden volgens de voorwaarden op de vergunning worden uitgevoerd
B
Loon in te houden als werkvoorschriften niet gevolgd worden
C
Uitleg aan de verstrekker te geven

Slide 2 - Quizvraag

Wat is het risico voor de mens van schadelijke en irriterende stoffen?
A
De verpakking waarin zich de stoffen bevinden wordt snel aangetast
B
Je wordt ziek als ze in het lichaam of op de huid terechtkomen
C
Ze zijn licht ontvlambaar

Slide 3 - Quizvraag

Welke elementen zijn nodig voor het ontstaan van brand?
A
Brandbare stof, zuurstof en vlampunt
B
Brandbare stof, zuurstof en mengverhouding
C
Brandbare stof, zuurstof en ontstekingsenergie

Slide 4 - Quizvraag

Wat is het doel van de Arbeidstijdenwet?
A
Bescherming van de werknemers zodat zij niet meer dan 38 uur per week werken
B
Bescherming van werknemers om te voorkomen dat de veiligheid en gezondheid in gevaar komt
C
Bescherming van werkgevers om vakanties mogelijk te maken

Slide 5 - Quizvraag

Wat is de volgorde van meeste bescherming naar minste bescherming?
A
Oorwatten - Oorpluggen - Otoplastieken
B
Otoplastieken - Oorwatten - Oorpluggen
C
Otoplastieken - Oorpluggen - Oorwatten

Slide 6 - Quizvraag

Wat kun je doen om te voorkomen dat er materiaal/gereedschap van de steiger valt?
A
Gereedschap vastmaken aan de gebruiker
B
Verbieden dat er materiaal op de steiger wordt gelegd
C
Een kantlijn of kantplank plaatsen

Slide 7 - Quizvraag

Hoe kun je je het beste op schuin hellend vlak verplaatsen?
A
Door loopplanken te gebruiken
B
Door enkele pannen omhoog te schuiven
C
Door een ladder tegen het vlak te leggen

Slide 8 - Quizvraag

Waarvoor mag je een ladder gebruiken?
A
Voor alle werkzaamheden op hoogte
B
Voor lichte werkzaamheden
C
Op een ladder mag je niet werken

Slide 9 - Quizvraag

Hoeveel contactpunten (voeten, handen) moet je lichaam altijd met een ladder hebben?
A
Twee
B
Drie
C
Dit is afhankelijk van het gebruik van de ladder

Slide 10 - Quizvraag

Welke informatie staat er op een slijpschijf?
A
Uiterste gebruiksdatum
B
Hoe je de schijf kunt gebruiken
C
Minimaal toelaatbaar toerental

Slide 11 - Quizvraag

Een belangrijk doel van de milieuwetgeving is:
A
Aanpassen van productiehoeveelheden van gevaarlijke stoffen.
B
Energiebesparing en hergebruik van grondstoffen.
C
Aanpassen vervoer en gevaarlijke stoffen.

Slide 12 - Quizvraag

Wat is een doelstelling binnen de milieuwetgeving?
A
Een doelmatige en correcte afvoer van afvalstoffen.
B
Een doelmatige afvoer van afvalstoffen.
C
Een rechtmatige en correcte afvoer van afvalstoffen.

Slide 13 - Quizvraag

Wie is er binnen een bedrijf verantwoordelijk voor de naleving van de Veiligheids- en Gezondheidswetgeving?
A
De werkgever en leidinggevenden.
B
De werkgever en de werknemer.
C
De werknemer en leidinggevenden.

Slide 14 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van een onveilige handeling?
A
Een niet-afgeschermde vloeropening
B
Een veiligheidshelm in de zon bewaren
C
Het gebruik van een beitel met bramen

Slide 15 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van een onveilige situatie?
A
Werken op een steiger
B
Werken op een plek met weinig licht
C
Een bouwlocatie

Slide 16 - Quizvraag

Voor wie geldt de Arbowet?
A
Stagiaires.
B
Omwonenden.
C
Werklozen.

Slide 17 - Quizvraag

Hoe kunt u het beste een brand blussen?
A
Met de wind van voren
B
Met de wind in de zij
C
Met de wind in de rug

Slide 18 - Quizvraag

Waar moet jij een ongeval zonder ernstig letsel melden?
A
Bij de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid.
B
Bij de bedrijfshulpverlening.
C
Bij de directe chef.

Slide 19 - Quizvraag

Welke verplichting heeft de werknemer volgens de Arbowet?
A
Het ontwikkelen van Arbobeleid.
B
Het organiseren van voorlichting.
C
Persoonlijke Beschermingsmiddelen op de juiste manier gebruiken.

Slide 20 - Quizvraag

Wanneer is voor een werknemer het risico het grootst?
A
Als hij het werk al heel lang op dezelfde manier doet.
B
Als hij geen medische keuring heeft gehad voordat hij de bouwplaats op komt.
C
Als hij te weinig voorlichting heeft gehad over de risico's van de werkzaamheden.

Slide 21 - Quizvraag