Theorie hechtingsstijlen

Socio-emotionele ontwikkeling
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
GedragswetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Socio-emotionele ontwikkeling

Slide 1 - Tekstslide

Zoek een afbeelding van sociale ontwikkeling of emotionele ontwikkeling.

Slide 2 - Open vraag

Emotionele ontwikkeling...
ontwikkeling van gevoelens of emoties




Emotionele ontwikkeling richt zich intern op het herkennen, begrijpen en reguleren van eigen gevoelens en zelfbeeld. 
Sociale ontwikkeling...
ontwikkeling van het kind in relatie tot zijn sociale omgeving





Sociale ontwikkeling is extern gericht en betreft de interactie met anderen.  

Slide 3 - Tekstslide

Socio- emotionele ontwikkeling
Zowel sociale als emotionele ontwikkeling gaat dus om de omgang met anderen.

Centraal thema in deze ontwikkeling is gehechtheid.

Slide 4 - Tekstslide

Wat is hechting?

Slide 5 - Woordweb

Maar wat is nu hechting?
Onder hechting verstaan we de emotionele, affectieve en duurzame band tussen zijn ouder (opvoeder) en kind. Voor een kind betekent dit dat hij troost en nabijheid vindt bij zijn ouder, vooral als hij bang, gespannen of verdrietig is.

De basis voor de hechtingsrelatie wordt gelegd in het eerste levensjaar en blijft het hele leven van belang. De wijze waarop kinderen zijn gehecht, wordt zichtbaar als de kinderen 12 á 15 maanden oud zijn.

Slide 6 - Tekstslide

Hechting volgens John Bowlby 
(1907 - 1990) 

Slide 7 - Tekstslide

Hechtingstheorie John Bowlby 

Volgens Bowlby zijn er vijf instinctieve reacties die verband houden met gehechtheid: 

  1. zuigen: bevordert ook fysiek contact en intimiteit met de verzorger
  2. zich vastklampen: een reflexmatige reactie waarbij de baby zich vasthoudt aan de verzorger, wat fysieke nabijheid garandeert
  3. volgen: het met de ogen volgen van de verzorger of fysiek de verzorger achterna gaan 



Slide 8 - Tekstslide

Hechtingstheorie John Bowlby 


4. huilen: het primaire signaal om de verzorger te waarschuwen, aandacht te trekken en fysieke nabijheid te herstellen wanneer het kind zich onveilig voelt of behoeften heeft
5. glimlachen: het 'sociale glimlachen' (vanaf ongeveer 6 à 8 weken) versterkt de emotionele band en moedigt de verzorger aan om in de buurt te blijven en affectie te tonen




Slide 9 - Tekstslide

Sociale experiment

Het experiment van Mary Ainsworth

Slide 10 - Tekstslide

Het experiment van Mary Ainsworth
In dit experiment werden baby's/peuters geobserveerd in een reeks interacties met hun verzorgers. Er waren in dit experiment korte periodes van scheiding ingepland. Het kind voelt zich op zijn gemak bij het verkennen wanneer de verzorger aanwezig is en toont stress wanneer de verzorger weggaat.

Haar theorie stelt dat kinderen en baby's een veilige afhankelijkheid van hun ouders moeten ontwikkelen voordat ze onbekende situaties opzoeken.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Hechtingstheorie John Bowlby - Mary Ainsworth
Er zijn vier verschillende hechtingsstijlen binnen de hechtingstheorie:

  • De veilige hechting (zorgfiguur is toegankelijk -warm)
  • De angstig-ambivalente hechting (zorgfiguur is afwezig op cruciale momenten)
  • De afwijzende vermijdende hechting (zorgfiguur is afstandelijk)
  • De gedesorganiseerde hechting (zorgfiguur is onvoorspelbaar/trauma's)

 

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Hechtingstheorie John Bowlby - Mary Ainsworth

Wanneer een kind een veilige hechtingsrelatie opbouwt met zijn ouders, vergroot dat de kans op een ongestoorde, met name sociale en emotionele, ontwikkeling. Ook bevordert een veilige hechting nieuwsgierigheid, leergierigheid en het toegeven aan de drang tot exploratie.

Slide 16 - Tekstslide

Opdracht

Lees de casus en link dit aan de juiste hechtingsstijl.

Slide 17 - Tekstslide

Noor speelt in de speeltuin. Ze kijkt regelmatig even naar haar vader. Wanneer ze valt, begint ze te huilen en steekt haar armen naar hem uit.

Haar vader loopt direct naar haar toe, tilt haar op en zegt rustig: “Dat was schrikken hè? Kom maar even bij papa.” Hij troost haar en zet haar daarna weer neer wanneer ze aangeeft verder te willen spelen.
A
De veilige hechting
B
De angstig-ambivalente hechting
C
De afwijzende vermijdende hechting
D
De gedesorganiseerde hechting

Slide 18 - Quizvraag

Antwoord.......

Kenmerken ouder: Sensitief, responsief, emotioneel beschikbaar en voorspelbaar.

Effect op het kind: Noor voelt zich veilig en durft de omgeving te verkennen.

Slide 19 - Tekstslide

Lotte valt en kijkt kort naar haar moeder, maar begint niet te huilen. Ze staat snel zelf weer op.

Haar moeder zegt vanaf een afstand: “Kom op, stel je niet aan. Je bent groot genoeg.” Ze toont weinig fysieke of emotionele nabijheid en moedigt zelfstandigheid sterk aan.
A
De veilige hechting
B
De angstig-ambivalente hechting
C
De afwijzende vermijdende hechting
D
De gedesorganiseerde hechting

Slide 20 - Quizvraag

Antwoord.......

Kenmerken ouder: Afwijzend, weinig emotioneel beschikbaar, nadruk op zelfstandigheid.

 Effect op het kind: Lotte leert haar emoties te onderdrukken en zoekt weinig steun.

Slide 21 - Tekstslide

Daan speelt weinig zelfstandig en houdt zijn moeder voortdurend in de gaten. Wanneer zij even wegloopt, raakt hij in paniek.

Zijn moeder reageert wisselend. Soms troost ze hem overdreven (“Ach arme jongen!”) en andere keren zucht ze geïrriteerd: “Je moet niet zo aanhankelijk doen.” Haar reacties zijn onvoorspelbaar.
A
De veilige hechting
B
De angstig-ambivalente hechting
C
De afwijzende vermijdende hechting
D
De gedesorganiseerde hechting

Slide 22 - Quizvraag

Antwoord.......
Kenmerken ouder: onvoorspelbaar, soms overbeschermend, soms afwijzend.

Effect op het kind: Daan weet niet wat hij kan verwachten en vergroot zijn signalen om aandacht te krijgen. Hij is vaak gespannen.

Slide 23 - Tekstslide

Tijdens de eerste schooldag begint Aya te huilen bij het afscheid.

Haar moeder knielt neer, maakt meteen oogcontact en zegt: “Ik zie dat je het spannend vindt. Ik kom je straks weer ophalen.” Ze geeft een knuffel en vertrekt rustig en duidelijk. Aya kalmeert en loopt naar haar vrienden.
A
De veilige hechting
B
De angstig-ambivalente hechting
C
De afwijzende vermijdende hechting
D
De gedesorganiseerde hechting

Slide 24 - Quizvraag

Antwoord.......

Kenmerken ouder: Erkent emoties, biedt geruststelling en blijft consequent.

 Effect: Aya kalmeert snel en gaat uiteindelijk spelen.

Slide 25 - Tekstslide

Rayan schrikt van een hard geluid en rent naar zijn moeder, maar stopt plots en kijkt angstig.

Zijn moeder reageert onvoorspelbaar en kan plots boos uitvallen. Soms troost ze hem, maar soms schrikt hij van haar stem of houding. Haar gedrag is beangstigend of verwarrend.
A
De veilige hechting
B
De angstig-ambivalente hechting
C
De afwijzende vermijdende hechting
D
De gedesorganiseerde hechting

Slide 26 - Quizvraag

Antwoord.......
Kenmerken ouder: Angstaanjagend, onvoorspelbaar of zelf angstig/getraumatiseerd.

Effect: Rayan ervaart zijn moeder zowel als veilige haven én als bron van angst, wat leidt tot verward gedrag. En spanning/stress voor Rayan.

Slide 27 - Tekstslide

Lina klampt zich huilend vast aan haar moeder bij het afscheid op school, omdat haar moeder soms plots vertrekt zonder uitleg. Ook thuis reageert haar moeder zo: wanneer Lina bang of overstuur is, krijgt ze soms troost, maar op andere cruciale momenten blijft haar moeder afwezig. Hierdoor zoekt Lina voortdurend nabijheid, maar reageert ze tegelijk boos of afwijzend wanneer haar moeder haar troost.
A
De veilige hechting
B
De angstig-ambivalente hechting
C
De afwijzende vermijdende hechting
D
De gedesorganiseerde hechting

Slide 28 - Quizvraag

Antwoord.......

Kenmerken ouder: afwezig op cruciale momenten

Effect: Lina is onzeker. Lina reageert afwisselend: soms is ze boos op haar moeder, soms zoekt ze extra nabijheid.

Slide 29 - Tekstslide

De basis van die hechtingsrelatie is mede afhankelijk van factoren
  • Kindfactoren zoals een aangeboren afwijking, het temperament of een moeilijke start.
  • Ouderfactoren zoals een depressie bij de ouder, postnatale stress, eigen jeugdherinneringen en rolmodellen.
  • Omgevingsfactoren zoals het sociale netwerk of armoede.
  •  De hechting van de ouders: een ouder die zelf een onveilige hechtingsrelatie heeft ervaren, zal meer moeite hebben een stabiele, veilige, relatie op te bouwen met zijn kind.


Slide 30 - Tekstslide

Opdracht sociale experimenten
Verschillende psychologen voerden experimenten uit omtrent gehechtheid. 

 We bespreken drie experimenten: 
  • het experiment van  René Spitz  (pasgeboren baby')
  • het experiment van René Spitz  (sociale lach)
  • het experiment van Harry Harlow


Slide 31 - Tekstslide

Het experiment van René Spitz (pasgeboren baby’s)

Slide 32 - Tekstslide

Het experiment van Harry Harlow


Slide 33 - Tekstslide

Het experiment van René Spitz (sociale lach)

Slide 34 - Tekstslide