Opvoedkunde
De oudere zorgvrager – verouderingsprocessen
1
Opvoedkunde
De oudere zorgvrager – verouderingsprocessen
1
Reflectie stage
2
Herhaling ontwikkelingsgebieden
Ontwikkeling kind aan de hand van stageperiode 1.
3
Ouder worden?
4
1.1 Oud zijn
Beantwoord volgende vragen:
Welke benamingen ken je voor de ouder wordende mens? Aan welke benaming geef je de voorkeur?
Heb jij veel contacten met mensen die ouder zijn dan 65 jaar? (dagelijks, wekelijks, elke maand...)
Hoe ervaar jij doorgaans de omgang met ouderen? (prettig, leerzaam, onprettig...)
Is de manier waarop jij met ouderen omgaat anders dan de manier waarop je met je eigen leeftijdgenoten omgaat? (m.b.t. gespreksonderwerpen, interesses, manier van denken, activiteiten...)
Wanneer noem jij iemand “oud”?
Hoe kijken kinderen naar ouderen?
https://www.onthoumens.be/in-beeld/expo-wat-alz-van-oei-naar-waw
1.1 Oud zijn
Drie soorten leeftijden:
kalenderleeftijd = de werkelijke leeftijd (volgens de kalender) Vb: Vandaag is het 1 september 2018, ik ben geboren op 9 mei 2002, dus ik ben 16 jaar.
biologische leeftijd = genetische situatie en je levensstijl Vb: Als roker krijg je slechte longen.
Psychologische leeftijd = mentale leeftijd, komt overeen met verstandelijk niveau. Vb: Na die voetbalwedstrijd voel ik me precies 80 jaar
Veranderende rol – pensionering
8
Pensionering
Veel tijd voor hobby’s en bezigheden
Meer tijd voor partner, kinderen, kleinkinderen.
Contact met vroegere vrienden kan vernieuwd worden.
Maar ook…
Afscheid nemen van het beroep, regelmaat, sociale contacten, gevoel nuttig te zijn, inkomen, …
9
Omgekeerd ouderschap
10
Eenzaamheid
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/kijk/2024/12/17/riksja-tegen-eenzaamheid-mimir-18431238-68d4-45d7-b755-2ff3408b2/
11
Zorgnoden op maatschappelijk vlak
Vergrijzing
12
Wat zijn de gevolgen van de vergrijzing?
13
Zorgnoden op individueel vlak
Van zelfzorg, mantelzorg, thuiszorg
tot residentiële zorg
14
Zorgnoden
Lichamelijke of fysische noden
Psychische of mentale noden
Emotionele noden
Sociale noden
15
Behoeften van oudere zv
Een behoefte is een nood of een tekort die een mens aanvoelt en die hem aanzet om die nood of dat tekort te bevredigen via een handeling.
De behoefte piramide van Maslow
17
Opdracht: de behoeften van Maslow
Teken een piramide en vul hierin de behoeften die voor jou van toepassing zijn.
Denk terug aan je stageopdracht en de observatie van de bewoner. Teken opnieuw een piramide en vul de behoeften aan voor deze zorgvrager.
18
Opdracht speelgoedmuseum
19
Welke ontwikkelingsdomeinen zagen we?
Geef voor elk gebied minimum 2 spellen of speelgoed dat je is bijgebleven uit het museum.
Wat onthoud je van het museumbezoek?
Geef per domein ook minimum 2 spellen of activiteiten die je voor ouderen zou kunnen gebruiken.
Zelfredzaamheid?
Omgaan met zorgnoden
Meer aandacht voor zelfredzaamheid en empowerment: Wat doen deze verzorgenden?
Zelfredzaamheid de toekomst van de ouderenzorg? In Nederland willen ze dat, maar makkelijk is het niet – EenVandaag
20
Welbevinden = De mate waarom iemand zich lichamelijk, geestelijk, sociaal en spiritueel goed voelt.
Lore speelt samen met Sam in de poppenhoek. Ze lacht de hele tijd en begint spontaan te zingen. Ze eet ‘s middags haar hele bord met veel smaak op. Tijdens de dutjes slaapt ze als een roosje.
Betrokkenheid= De staat waarin mensen zich bevinden wanneer ze intensief, geconcentreerd en lange tijd met iets bezig zijn. Mentale activiteit die tot uiting komt in handelingen, mimiek, lichaamshouding.
Tijdens het voorlezen is Lore de hele tijd naar de juf aan het luisteren. Ze kijkt geconcentreerd, probeert woordjes mee te zeggen en wijst naar de prenten.
Welbevinden zich goed voelen op allerlei vlakken:
Lichamelijk (pijn, eetlust, slaap, … )
Geestelijk (zich goed voelen, zelfvertrouwen, plezier, mentale kracht … )
Sociaal (flexibiliteit, sociaal contact, gericht zijn op anderen)
Spiritueel (levenslust, innerlijke rust, wat wil ik?... )
= We spreken van een holistische benadering