Jeelo steen 94 het gezin van opa en oma

1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 4

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Wat zijn de verschillen tussen gezinnen van vroeger en gezinnen van nu?

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Leesdoel: Je leert het verschil tussen gezinnen in de jaren 50 en gezinnen nu.
Lesdoel: Je leert een woordweb maken over de tekst.

Slide 5 - Tekstslide

woorden
zuinig: iemand die zuinig is, wil weinig geld uitgeven. 
Als je arm bent, moet je zuinig zijn.

Slide 6 - Tekstslide

Vraag 1: Een gezin in de tijd van je opa en oma. Wie wonen er samen in een huis?
A
vader, moeder en kinderen
B
moeder en kinderen
C
vader en kinderen
D
buurman en kinderen

Slide 7 - Quizvraag

vraag 2: Een gezin in de jaren 50. Wat doet de vader?
A
sokken breien
B
geld verdienen
C
was op hangen
D
kinderen verzorgen

Slide 8 - Quizvraag

Vraag 3: Toen Lotjes oma klein was, droeg ze de oude kleren van haar zus.
Waarom was dat?
A
oma vond de kleren van haar zus mooi
B
oma droeg graag oude kleren
C
het gezin had niet veel geld
D
het gezin had niet veel geld.

Slide 9 - Quizvraag

Vraag 4: Wat deed een gezin in de vakantie?
A
Ze gingen op reis met een luchtballon
B
Ze gingen naar een speeltuin.
C
Ze huurden een film
D
Ze gingen met het vliegtuig op vakantie

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Tekstslide